Andere informatie en diensten van de overheid : www.belgium.be  belgium

Ziekenhuisverblijf[1]

Infograph NL B1

Er zijn verschillende soorten ziekenhuisverblijven of contacten met het ziekenhuis. Bij een daghospitalisatie komt de patiënt naar het ziekenhuis zonder er te overnachten, in tegenstelling tot een klassieke hospitalisatie waarbij de patiënt minstens één nacht in het ziekenhuis verblijft en/of waarbij een verpleegdagprijs wordt aangerekend. Een verblijf via de spoedgevallendienst kan een contact zijn zonder opname (hierna 'ambulante contacten met de spoedgevallendienst' genoemd) of een contact gevolgd door een opname (dagopname of klassieke opname). In sommige gevallen verblijft een patiënt meerdere keren per jaar in het ziekenhuis om een specifieke ziekte te behandelen (bijv. bij chemotherapie voor kanker) of omwille van verscheidene oorzaken.

 

[1] Bron cijfergegevens ‘Minimale Ziekenhuisgegevens (MZG)’. De volgende types van verblijven werden niet weerhouden : niet-beëindigde verblijven (behalve de eerste periode van een langdurig verblijf), volledig psychiatrische verblijven, verblijven van pasgeborenen waarvan het verblijf niet gefactureerd werd, verblijven waarbij het geslacht van de patiënt niet te achterhalen is, verblijven in daghospitalisatie waarbij een mini-forfait of geen forfait werd aangerekend.

Verpleegkundige zorgen binnen het algemene ziekenhuis [1]

De verpleegkundige zorg in onze Belgische ziekenhuizen is divers. In een poging om meer inzicht te verwerven in de veelheid van informatie omtrent verpleegkundige zorgen trachten we de verzameling van zorgen die verleend worden aan de patiënt op te delen in 5 grote groepen van ‘types’ verpleegkundige zorgen. Wanneer we de zorgen die verleend worden aan de patiënt bekijken per moment in zijn verblijf in het ziekenhuis merken we onmiddellijk op dat er zich twee grote groepen onderscheiden. De groep met zeer ‘technische’ zorgen (ongeveer 10% van de zorgperiodes) en een groep waar minder technische zorgen worden toegediend, maar wel een grote variatie aan ‘basis’ zorgen (de overige 90%). De basiszorgen kunnen omschreven worden als verpleegkundige ondersteuning bij het voorzien in de behoeften van het algemene dagelijkse leven (ADL-handeling) zoals hulp bij voeding, hulp bij hygiënische zorgen, hulp bij verplaatsingen….  Technische handelingen daarentegen zijn prestaties gaande van een bloedafname tot de beademing van de patiënt.  

Wanneer men de zorggroepen zou rangschikken van basiszorg  laag tot hoog-technische zorgen, stelt  men vast dat de hoeveelheid van verpleegkundige handelingen alsook de zorglast in termen van vereiste competentie van de  verpleegkundige en de tijdsbesteding die deze zorg inneemt in stijgende lijn verloopt.

Deze vijf grote categorieën komen ongeveer overeen met  Nursing Related Groups (NRG). Dit is een groeperingssysteem dat gebruikt wordt als basis voor de financiering van de chirurgische, interne en pediatrische verpleegkundige zorgen. Meer informatie hieromtrent kan u hier terugvinden. 

Basiszorg - laag  Basiszorg – middel  Basiszorg – hoog  Technische zorg – middel en hoog 
Hiertoe behoren patiënten die vrij zelfstandig zijn en louter opvolging krijgen van een verpleegkundige.

Kenmerkend voor de diensten materniteit, revalidatie, besmettelijke ziekten en in de diensten voor diagnose en behandeling.

Hiertoe behoren patiënten die begeleid worden bij activiteiten zoals bijvoorbeeld wassen of eten.

Kenmerkend voor de ontwaakzaal, de arbeids- en verloskamer en in de algemene diensten voor diagnose en behandeling.

Hiertoe behoren patiënten die vaak volledige hulp krijgen bij bijvoorbeeld het wassen, aankleden en eten. Het toedienen van eerder technische zorgen is beperkt.

Kenmerkend voor de diensten neonatologie, geriatrie, pediatrie en palliatieve zorgeenheden.

Dit type van zorg gebeurt  voornamelijk bij jonge kinderen en senioren

Hiertoe behoren patiënten die zich onderscheiden door het hoge aantal technische zorgen die ze verkrijgen. Deze patiënten krijgen veel medicatie toegediend, kunnen beademd worden en worden nauwgezet opgevolgd door een verpleegkundige.  Deze patiënten krijgen vaak ook veel basiszorgen toegediend

Kenmerkend voor intensieve zorgen afdelingen en brandwondencentra

 

 Meest kenmerkende verpleegkundige handelingen:

  • Zorgen met betrekking tot de urinaire en fecale uitscheiding
  • Zorgen bij de mobiliteit
  • Hulp bij het eten en/of het drinken
  • Ondersteunen van de hygiënische zorgen
  • Preventie van doorligwonden

 Meest kenmerkende verpleegkundige handelingen:

  • Specifieke zorgen post-partum (vb. opvolgen van de baarmoederhoogte, kraamvloed, lactatie,…)
  • Gestructureerde specifieke educatie (bv. Educatie over het geven van borstvoeding, het toedienen van een babybadje,…)
  • Wondverzorging aan een hechting
 

 Meest kenmerkende verpleegkundige handelingen:  

  • Zorgen met betrekking tot fecale en urinaire uitscheiding
  • Zorgen bij de mobiliteit
  • Opvolging van de voedings- en vochtbalans
  • Wondverzorging aan een hechting of insteekpunt (bv. navelstomp)
 
  _____________________________________________________________________ 

[1] Bron cijfergegevens: VG-MZG 2017

De meest voorkomende diagnoses in de algemene ziekenhuizen

Onderstaande grafiek toont, voor alle leeftijden, het aantal verblijven (klassieke en daghospitalisatie samen) voor de tien meest voorkomende diagnosegroepen volgens de ICD-10-CM classificatie1. Er moet rekening mee worden gehouden dat een patiënt in hetzelfde jaar meerdere keren om dezelfde of andere redenen in het ziekenhuis kan verblijven.

Wanneer we dit in het achterhoofd houden, zien we dat aandoeningen van het spijsverteringsstelsel bovenaan de lijst staan, met in deze groep tand-, maag- of darmproblemen als meest voorkomende diagnoses. Verblijven in verband met chemotherapie en immunotherapie komen op de tweede plaats. Ziekten van het zenuwstelsel staan op de derde plaats, met als meest voorkomende diagnoses de behandeling van chronische pijn, slaapstoornissen of epilepsie.

Vrouwen worden meer dan mannen behandeld voor aandoeningen van het beenderstelsel en de gewrichten; het omgekeerde geldt voor aandoeningen van de bloedsomloop.

[1] Hoofdstukken van ICD-10-BE, waarbij voor hoofdstuk XXI uitsluitend rekening wordt houden met chemo- en immunotherapie (62%). De andere verblijven uit dit hoofdstuk werden niet opgenomen in de analyse.