Invloed pandemie op de interventietijden van de ziekenwagens

Na het ontvangen van een oproep voor dringende hulpverlening in een 112-centrale, wordt een ziekenwagendienst opgeroepen die de betrokken patiënt op de interventieplaats zal opvangen en naar het ziekenhuis zal vervoeren.  COVID NL fig08

Er werd vastgesteld dat – voornamelijk tijdens de eerste COVID-19-golf – de mediaan van de vertrektijd van de ziekenwagen (d.i. de tijd tussen de oproep van de ziekenwagen door de 112-centrale en het vertrek van de ziekenwagen naar de interventieplaats) opmerkelijk verhoogde voor een korte periode[1]. Dit zou kunnen verklaard worden door het feit dat de hulpverlener-ambulanciers vlak voor hun vertrek hun beschermkledij dienen aan te doen wat meer tijd vroeg omwille van de COVID-19-maatregelen. Naarmate hun ervaring hiermee werd opgebouwd en het aantal COVID-19-besmettingen daalde, verkortte de vertrektijd opnieuw [2].


 INVLOED VAN COVID-19 OP VERTREKTIJDEN ZIEKENWAGENS

Daarnaast stellen we vast dat de wekelijkse mediaan voor de duurtijd dat een ziekenwagenequipe aanwezig is op de interventieplaats, een duidelijke stijging kende in de aanloop naar de eerste en de tweede COVID-19-golf [3][4]

 INVLOED COVID-19 OP DUURTIJD DAT EEN ZIEKENWAGEN OP INTERVENTIEPLAATS IS

Dit kan dan weer verklaard worden door het feit dat omwille van het hoger risico op besmetting en de geldende COVID-19-maatregelen een voorzichtigere aanpak werd gehanteerd in de omgang met patiënten. Dit heeft een impact op de duurtijd van de interventies ter plaatse. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat er tijdens de COVID-19-golven minder niet-essentiële interventies werden uitgevoerd. Bijgevolg zou verondersteld kunnen worden dat er meer interventies voor patiënten met een ernstigere pathologie plaatsvonden wat de stijging van de wekelijkse mediaan zou kunnen verklaren.

 

[1]Bron: AMBUREG, Dienst Data- en beleidsinformatie, FOD VVVL (7,29% van de primaire interventies werden niet in rekening genomen omwille van ontbrekende waarden)

[2]Er dient opgemerkt te worden dat de interventies in rekening werden genomen t.e.m. 31/05/2021. Dit leidt ertoe dat in de laatste staaf in de grafiek in plaats van een volledige week slechts enkele dagen (nl. 28/05/2021 – 31/05/2021) werden opgenomen. Verder dient opgemerkt te worden dat er een daling in het aantal interventies in het segment van 30/12/2020 vast te stellen is. Dit is omdat in dit segment slechts 2 dagen in rekening genomen werden nl. 30/12/2020 en 31/12/2020).

[3]Bron: AMBUREG, Dienst Data- en beleidsinformatie, FOD VVVL (24,55% van de primaire interventies werden niet in rekening genomen omwille van ontbrekende waarden)

[4]Er dient opgemerkt te worden dat de interventies in rekening werden genomen t.e.m. 31/05/2021. Dit leidt ertoe dat in de laatste staaf in de grafiek in plaats van een volledige week slechts enkele dagen (nl. 28/05/2021 – 31/05/2021) werden opgenomen. Verder dient opgemerkt te worden dat er een daling in het aantal interventies in het segment van 30/12/2020 vast te stellen is. Dit is omdat in dit segment slechts 2 dagen in rekening genomen werden nl. 30/12/2020 en 31/12/2020).