Financiering

In 2018 werd de manier waarop toelages worden toegewezen aan de ziekenwagendiensten hervormd.[1] Vóór 2018 ontvingen ziekenwagendiensten een forfaitaire vergoeding voor elke permanentie die ze uitbaatten. Sinds de hervorming bestaat de toelage voor een ziekenwagendienst echter uit 2 (of 3) onderdelen:

  • Activatiepremie: toelage voor de uitgevoerde ritten. Deze wordt berekend op basis van het aantal gereden ritten en totaal aantal afgelegde km in het voorbije jaar.
  • Permanentiepremie: toelage voor het uitbaten van hun permanentie(s). Op basis van een puntensysteem worden de ziekenwagendiensten vergoed in functie van hoeveel permanenties ze uitbaten, hun openingsuren (dag, nacht, zon- en feestdagen, …), permanentie onder dak of niet onder dak.
  • Mogelijke compensatiepremie: er werd voorzien in een compensatiepremie voor de periode 2019-2020-2021. Voor elke ziekenwagendienst die in de jaren 2019-2020-2021 een lagere gemiddelde subsidie per rit ontvangt in vergelijking met 2017, wordt dat verschil bijgepast tot op het niveau van 2017. In 2021 jaar werd voor de laatste keer zulke compensatiepremie uitbetaald.

Bovenstaande heeft betrekking op de financiering van de reguliere ziekenwagendiensten en de PIT-functies.

FINANCIERING AAN ZIEKENWAGENDIENSTEN

Sinds de hervorming is de subsidiëring voor de ziekenwagendiensten aanzienlijk verhoogd. Dit is het gevolg van de invoering van een forfaitaire factuurprijs, die de ziekenwagendiensten mogen aanrekenen aan de patiënt[2]. Deze vaste factuurprijs lag in veel gevallen lager dan wat de ziekenwagendiensten eerder aan hun patiënten aanrekenden. Om dit verlies van middelen via de patiënt te compenseren, werd de toelage vanuit de overheid substantieel verhoogd. In 2020 werd er bovendien een extra, éénmalige toelage van 8 miljoen euro voorzien voor de ziekenwagendiensten omwille van de COVID-19-pandemie.

DH NL fig18

De financiering van de Medische Urgentie Groep (MUG)-functie gebeurt enerzijds via het Budget Financiële Middelen (BFM)[3] van de ziekenhuisfinanciering. Hierbij wordt de MUG-functie forfaitair gefinancierd waarbij één bedrag toegekend wordt per erkenning. Dit houdt in dat er geen rekening gehouden wordt met de reële kost alsook dat aan de patiënt geen bijdrage voor de MUG mag aangerekend worden. Op 1/1/2021 bedroeg deze forfaitaire financiering 318.100,20 euro per erkende MUG-functie. Dit betekent voor België een totaalbedrag van meer dan 26 miljoen euro[4]. Anderzijds wordt de MUG-functie gefinancierd via het aanrekenen van specifieke honorariacodes aan de patiënt en de ziekteverzekering. Het RIZIV keerde in dit kader in 2020 een bedrag van ruim 8 miljoen euro uit.[5]

  

[1]De juridische basis voor deze hervorming is het KB financiering van 6 december 2018 – Koninklijk besluit tot vaststelling van de modaliteiten en de voorwaarden voor toekenning van de toelage bedoeld in artikel 3ter van de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening.

[2]Dit werd vastgelegd in het KB van 28 november 2018 betreffende de facturatie naar aanleiding van een tussenkomst dringende geneeskundige hulpverlening door een ambulancedienst

[3]Zie Blikvanger Algemene ziekenhuizen voor meer informatie over het Budget Financiële Middelen.

[4]De financiering van de MUG-functie wordt beschreven in het KB van 25 april 2002 betreffende de vaststelling en de vereffening van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen in artikel 68.

[5]Bron: Dienst voor Geneeskundige verzorging, Directie Onderzoek, Ontwikkeling en Kwaliteitspromotie, RIZIV