Samenvatting

De levensverwachting in België neemt sinds verschillende decennia gestaag toe. In 2017 bedroeg de levensverwachting bij geboorte 81,4 jaar. In vergelijking met de EU15-landen scoort België echter behoorlijk slecht. De levensverwachting is hoger in Vlaanderen, intermediair in Brussel en lager in Wallonië (respectievelijk 82,2, 81,2 en 79,8 jaar).
Er wordt een aanzienlijke genderkloof waargenomen, waarbij de levensverwachting bij vrouwen (83,7 jaar) die van mannen (79,0 jaar) met bijna 5 jaar overschrijdt. Levensverwachting neemt echter sneller toe bij mannen. De levensverwachting laat een belangrijke sociaaleconomische gradiënt zien, met een betere uitkomst in hoger dan in laagopgeleide mensen.
De gezondheidsverwachting, die hier wordt gedefinieerd als "levensverwachting zonder handicap" of "gezonde levensjaren" was, op 65-jarige leeftijd in 2016, respectievelijk 10,3 en 11,4 jaar bij mannen en vrouwen. Mannen scoren op het EU15-gemiddelde, terwijl vrouwen beter scoren. De gezonde levensjaren op 65-jarige leeftijd is sinds 2004 toegenomen in beide geslachten. Net als voor de levensverwachting is de gezondheidsverwachting hoger in Vlaanderen en lager in Wallonië. De gezonde levensjaren per opleidingsniveau vertonen een klassieke sociaal-economische gradiënt, waarbij gezonde levensjaren toenemen met een toenemend opleidingsniveau.
Meer dan driekwart van de Belgische bevolking beoordeelt hun gezondheid als goed of zeer goed, waardoor België op een gunstige positie staat in de EU15-landen. Mannen beoordelen hun gezondheid iets beter dan vrouwen. In Vlaanderen rapporteren meer mensen een goede gezondheid dan in Wallonië of Brussel. Er is een belangrijke sociaal-economische gradiënt, waarbij personen van het hoogste sociaal-economische niveau een betere gezondheid rapporteren dan mensen van het laagste niveau. Dezelfde trends zijn waar voor de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven.