Voeding

1. Kernboodschappen

Het Belgisch voedingspatroon wordt gekenmerkt door een excessieve consumptie van rood vlees, bereid vlees en gesuikerde dranken, en door een onvoldoende consumptie van fruit, groenten, noten en zaden, melk, eieren en vis. Het voedingspatroon is slechts weinig veranderd in de tijd.
In 2014 bedroeg de gemiddelde gebruikelijke inname van fruit en groenten 255 gram/dag. Slechts 14% van de populatie voldeed aan de WHO-aanbevelingen van 400 gram/dag. De consumptie van fruit en groenten is de laatste jaren licht toegenomen. Het is hoger bij vrouwen en neemt toe met het opleidingsniveau.
In 2014 consumeerde 97% van de Belgische bevolking gesuikerde dranken. De gemiddelde gebruikelijke inname is 151 ml/dag. De consumptie is het hoogst bij adolescenten en hoger bij mannen dan bij vrouwen. In 2014 nam de consumptie af in vergelijking met 2004. De consumptie neemt toe met afnemend opleidingsniveau.
In België bedraagt de consumptie van ultra-bewerkt voedsel 30% van de totale geconsumeerde energie. Deze proportie is het hoogst bij kinderen (33% van de totale geconsumeerde energie). De consumptie van ultra-bewerkt voedsel verschilt niet tussen mannen en vrouwen. Er werd ook geen significant verschil waargenomen in de consumptie van ultra-bewerkt voedsel in 2014 vergeleken met 2004. De consumptie van ultra-bewerkt voedsel is hoger in Wallonië dan in Vlaanderen. Er worden geen verschil waargenomen tussen de opleidingsniveaus.

2. Achtergrond

De kwaliteit van het voedingspatroon is een belangrijke factor voor de gezondheid en ziektelast. Een gezond voedingspatroon helpt niet-overdraagbare ziekten zoals diabetes, kanker, hartziekten en beroerte te voorkomen [1]. Aanbevelingen zijn vastgesteld op internationale [2] en nationale [3-4] niveaus.

In België zijn voedingsconsumptiegegevens beschikbaar uit twee nationale voedselconsumptiepeilingen uitgevoerd in 2004 en 2014 [5-7]. In dit rapport wordt de focus gelegd op:

  1. De consumptiepatronen van 9 voedingsgroepen die vergeleken worden met internationale aanbevelingen [2].
  2. Een meer gedetailleerde analyse van 3 indicatoren voor de kwaliteit van het voedingspatroon, namelijk de consumptie van fruit en groenten, van gesuikerde dranken, en van ultra-bewerkt voedsel.

Fruit en groenten zijn voedingsmiddelen met een lage energie-inhoud en zijn belangrijke bronnen van voedingsvezels, vitaminen en mineralen. Een hoge consumptie van fruit en groenten is geassocieerd met een afname van het risico voor coronaire hartaandoeningen, beroerte en obesitas [8]. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) beveelt aan om dagelijks 400 gram groenten en fruit te consumeren [9].

Daarentegen wordt te hoge inname van toegevoegde suikers, en meer specifiek gesuikerde dranken, geassocieerd met slechte voedingsgewoonten, een ongezonde gewichtstoename, en het risico voor tandcariës en andere niet-overdraagbare ziekten [1;8]. De WHO beveelt aan om de consumptie van toegevoegde suikers te beperken tot 10% van de totaal geconsumeerde energie en dit voor alle leeftijden [10]. Rekening houdende met deze aanbeveling zou de consumptie van gesuikerde dranken vermeden moeten worden.

Ultra-bewerkte voedingsmiddelen zijn voedingsmiddelen die samengesteld worden op basis van industriële ingrediënten en weinig intacte voedingsmiddelen bevatten. Deze voedingsmiddelen worden vaak geassocieerd met een minder goede voedingskwaliteit. Ze worden geassocieerd met een hogere incidentie van dyslipidemie en een hoger risico voor overgewicht, obesitas en hypertensie. De consumptie van ultra-bewerkte voedingsmiddelen dient dus, in de mate van het mogelijke, vermeden te worden [11;12]. Voor de analyses die hier werden uitgevoerd, werden de voedingsmiddelen geclassificeerd volgens de NOVA-classificatie die gebaseerd is op de mate en het doel van industriële bewerking. De resultaten worden voorgesteld als de proportie van de totale geconsumeerde hoeveelheid energie [13].

3. Algemeen consumptiepatroon

Het Belgische voedingspatroon wordt gekarakteriseerd door een excessieve consumptie van rood vlees, bewerkt vlees en gesuikerde dranken en door een onvoldoende consumptie van fruit, groenten, noten en zaden, melk, eieren en vis. Algemeen is het voedingspatroon tussen 2004 en 2014 slechts weinig verbeterd. Voor de consumptie van rood vlees werd echter een verbetering vastgesteld, met een daling van het aandeel van de overmatige consumptie van 59% tot 36%.

Proportie van de populatie met consumptieniveau boven en onder de nationale en internationale aanbevelingen, volgens voedingsgroep en volgens jaar, België, 2004-2014
Bron: Voedselconsumptiepeiling, Sciensano, 2004-2014 [7]
hsr nl nutrition overview

4. Consumptie van fruit en groenten

België

In 2014 bedroeg de gebruikelijke inname van groenten en fruit 255 gram per dag. Slechts 14% van de bevolking voldeed aan de WHO-richtlijnen van 400 gram per dag.

De consumptie van fruit en groenten was vergelijkbaar bij kinderen en adolescenten (respectievelijk 206 gram/dag en 210 gram/dag). Bij volwassenen was de consumptie 269 gram/dag. Tijdens de kindertijd en adolescentie werd tussen jongens en meisjes geen verschil waargenomen in groente- en fruitconsumptie. Bij volwassenen (18-64 jaar) werd vastgesteld dat mannen  minder groenten en fruit consumeren dan vrouwen (258 gram/dag tegenover 284 gram/dag).

Gemiddelde gebruikelijke inname van fruit en groenten (in gram per dag) bij de populatie (3-64 jaar), volgens leeftijdsgroep en geslacht, België, 2014
Bron: Voedselconsumptiepeiling, Sciensano, 2014 [7]

Trends

De gemiddelde gebruikelijke inname van groenten en fruit is tussen 2004 en 2014 licht gestegen van 243 gram/dag tot 269 gram/dag. De toename in de tijd was bij adolescenten en volwassenen vergelijkbaar. Het aandeel van de bevolking dat aan de aanbevelingen voldoet, steeg van 7,5% naar 16%. De consumptiegegevens van kinderen (3-14 jaar) konden niet vergeleken worden met die van 2004 omdat de voedselconsumptiepeiling van 2004 geen gegevens van kinderen bevat.

Gemiddelde gebruikelijke inname van fruit en groenten (gram/dag) in de populatie van 15-64 jaar, volgens leeftijdsgroep en jaar, België, 2004-2014
Bron: Voedselconsumptiepeiling, Sciensano, 2004-2014 [7]

Regionale verschillen

In alle leeftijdsgroepen was de gemiddelde gebruikelijke inname van groenten en fruit hoger in Vlaanderen dan in Wallonië (275 gram/dag tegenover 212 gram/dag). In totaal voldeed 16% van de Vlamingen aan de aanbevelingen voor de consumptie van groenten en fruit, tegenover 8% in Wallonië.

Gemiddelde gebruikelijke inname van groenten en fruit (in gram per dag) in de bevolking van 3-64 jaar, per leeftijdsgroep en per regio van residentie, België, 2014
Bron: Voedselconsumptiepeiling, Sciensano, 2014 [7]

Verschillen volgens opleidingsniveau

De consumptie van groenten en fruit nam toe met het opleidingsniveau met een gemiddelde gebruikelijke inname van 211 gram/dag voor personen met het laagste opleidingsniveau en gemiddeld 300 gram/dag voor personen met het hoogste opleidingsniveau. Slechts 6% van de laagopgeleide bevolking voldoet aan de aanbevelingen voor de consumptie van groenten en fruit, vergeleken met 22% van de hoger opgeleide bevolking.

Gemiddelde gebruikelijke inname van groenten en fruit (in gram per dag) bij de bevolking van 3-64 jaar, volgens opleidingsniveau, België, 2014
Bron: Voedselconsumptiepeiling, Sciensano, 2014 [7]

Internationale vergelijking

In alle leeftijdsgroepen lag de gemiddelde groente- en fruitconsumptie in België onder het EU-15-gemiddelde. Het verschil met het EU-15-gemiddelde was echter kleiner bij kinderen van 3-9 jaar (206 gram/dag versus 210 gram/dag) dan bij adolescenten (210 gram/dag versus 226 gram/dag) en volwassenen 269 gram/dag versus 307 gram/dag).

  • Kinderen
  • Adolescenten
  • Volwassenen

Gemiddelde gebruikelijke inname van groenten en fruit (in gram per dag) bij kinderen (3-9 jaar), EU-15, laatste voedselconsumptiepeilingen
Bron: EFSA Comprehensive Food Consumption Database [14]; gegevens voor Luxemburg en Ierland ontbreken. Gebruikelijke inname van groenten en fruit werd berekend als de som van de gebruikelijke innames van groenten en fruit afzonderlijk.

Gemiddelde gebruikelijke inname van groenten en fruit (in gram per dag) bij adolescenten (10-17 jaar), EU-15, laatste voedselconsumptiepeilingen
Bron: EFSA Comprehensive Food Consumption Database [14]; gegevens voor Griekenland, Luxemburg en Ierland ontbreken. Gebruikelijke inname van groenten en fruit werd berekend als de som van de gebruikelijke innames van groenten en fruit afzonderlijk.

Gemiddelde gebruikelijke inname van groenten en fruit (in gram per dag) bij volwassenen (18-64 jaar), EU-15, laatste voedselconsumptiepeilingen
Bron: EFSA Comprehensive Food Consumption Database [14]; gegevens voor Luxemburg en Griekenland ontbreken. Gebruikelijke inname van groenten en fruit werd berekend als de som van de gebruikelijke innames van groenten en fruit afzonderlijk.

5. Consumptie van gesuikerde dranken

België

In 2014 bedroeg de gebruikelijke inname van suikerhoudende dranken 151 ml/dag, en consumeerde 97% van de bevolking suikerhoudende dranken. De consumptie was het hoogst bij adolescenten (220 ml/dag); het was ook hoger bij mannen dan bij vrouwen (respectievelijk 196 ml/dag en 112 ml/dag).

Gemiddelde gebruikelijke inname van gesuikerde dranken (in ml per dag) bij de bevolking van 3 tot 64 jaar, volgens leeftijd en geslacht, België, 2014
Bron: Voedselconsumptiepeiling, Sciensano, 2014 [7]

Trends

De consumptie van gesuikerde dranken daalde in de periode van 2004 tot 2014 van 387 ml/dag tot 298 ml/dag bij adolescenten (15-17 jaar) en van 250 ml/dag tot 211 ml/dag bij jonge volwassenen (18-39 jaar). Bij de oudere volwassen bevolking (40-64 jaar) veranderde de consumptie niet tussen 2004 en 2014 (89 ml/dag). De consumptiegegevens van kinderen (3-14 jaar) konden niet vergeleken worden met die van 2004 omdat de voedselconsumptiepeiling van 2004 geen gegevens van kinderen bevat.

Gemiddelde gebruikelijke inname van gesuikerde dranken (in ml per dag) bij de bevolking van 3 tot 64 jaar, volgens leeftijd en jaar, België, 2004-2014
Bron: Voedselconsumptiepeiling, Sciensano, 2004-2014 [7]

Regionale verschillen

De consumptie van suikerhoudende dranken was in Vlaanderen (167 ml/dag) iets hoger dan in Wallonië (148 ml/dag), maar het verschil was niet significant.

Gemiddelde gebruikelijke inname van gesuikerde dranken (in ml per dag) in de populatie van 3-64 jaar, volgens leeftijd en regio, België, 2014
Bron: Voedselconsumptiepeiling, Sciensano, 2014 [7]

Verschillen volgens opleidingsniveau

Voor de consumptie van suikerhoudende dranken werd een sociaaleconomische gradiënt waargenomen: de consumptie van suikerhoudende dranken daalt van 227 ml bij mensen met het laagste opleidingsniveau naar 89 ml/dag bij mensen met het hoogste opleidingsniveau. Het aandeel van de bevolking dat meer consumeert dan de maximaal aanbevolen hoeveelheid (0 ml/dag) neemt hierbij slechts licht af van 98% naar 96%.

Gemiddelde gebruikelijke inname van suikerhoudende dranken (in ml per dag) bij de bevolking van 3 tot 64 jaar, volgens opleidingsniveau, België, 2014
Bron: Voedselconsumptiepeiling, Sciensano, 2014 [7]

6. Consumptie van ultra-bewerkte voedingsmiddelen

In 2014 was de bijdrage van ultra-verwerkte voedingsmiddelen (UPF) tot de totale energie-inname gelijk aan 29,9%. Dit aandeel was significant hoger bij jonge kinderen (33,3%) dan bij adolescenten (29,2%) en volwassenen (29,6%). De dagelijkse energie-inname van ultra-bewerkte voedingsmiddelen was niet significant verschillend voor mannen en vrouwen.

Gemiddelde gebruikelijke inname van ultra-bewerkte voedingsmiddelen (in % van de totale energie-inname) bij de bevolking van 3 tot 64 jaar, volgens leeftijd en geslacht, België, 2014
Bron: Voedselconsumptiepeiling, Sciensano, 2014 [7]

Trends

De dagelijkse energie-inname van UPF is in 2014 niet veranderd (29,9% van de totale energie-inname) ten opzichte van 2004 (29,8%).

Gemiddelde gebruikelijke inname van ultra-bewerkte voedingsmiddelen (in % van de totale energie inname) in de populatie van 15-64 jaar, volgens leeftijd en jaar, België, 2004-2014
Bron: Voedselconsumptiepeiling, Sciensano, 2004-2014 [7]

Regionale verschillen

Het aandeel van de gebruikelijke dagelijkse energie-inname van UPF was in Wallonië hoger (36,8%) dan in Vlaanderen (28,7%). Dit verschil was meer uitgesproken bij kinderen dan bij volwassenen.

Gemiddelde gebruikelijke inname van ultra-bewerkte voedingsmiddelen (in % van de totale energie-inname) in de bevolking van 3 tot 64 jaar, per leeftijd en regio, België, 2014
Bron: Voedselconsumptiepeiling, Sciensano, 2014 [7]

Verschillen volgens opleidingsniveau

Er werden geen significant verschillen waargenomen in het aandeel van ultra-bewerkte voedingsmiddelen tot de totale energie-inname van de verschillende onderwijsniveaus.

Gemiddelde gebruikelijke inname van ultra-bewerkte voedingsmiddelen (in % van de totale energie-inname) in de bevolking van 3 tot 64 jaar, volgens leeftijd en opleidingsniveau, België, 2014
Bron: Voedselconsumptiepeiling, Sciensano, 2014 [7]

7. Meer informatie

Bekijk de metadata van deze indicator

VCP: Belgische voedselconsumptiepeiling

Definities

Gebruikelijke inname
De gebruikelijke inname is de gemiddelde inname over een lange termijn.
NOVA-classificatie
NOVA is een instrument voor de classificatie van voedingsmiddelen op basis van de graad van voedselbewerking en het doel van de bewerking. De levensmiddelen worden hierbij onderverdeeld in vier verschillende voedingsgroepen, namelijk “ultra-bewerkt”, “bewerkt”, “onbewerkt of minimaal bewerkt” of “bewerkt culinair ingrediënt”.
Ultra-bewerkte voedingsmiddelen
Ultra-bewerkte voedingsmiddelen zijn voedingsmiddelen die samengesteld zijn uit industriële ingrediënten en bevatten weinig of geen intacte voedingsmiddelen. Ultra-bewerkte voedingsmiddelen worden vaak gekenmerkt door een mindere kwaliteit en worden in verband gebracht met een hogere incidentie van dyslipidemie en een hoger risico op overgewicht, obesitas en hypertensie. De consumptie van ultra-bewerkte voedingsmiddelen moet worden vermeden.

Referenties

  1. Amine EK, Baba NH, Belhadj M, Deurenberg-Yap M, Djazayery A, Forrestre T, et al. Diet, nutrition and the prevention of chronic diseases. World Health Organization technical report series 2003;(916).
  2. GBD 2016 Risk Factors Collaborators. Global, regional, and national comparative risk assessment of 84 behavioural, environmental and occupational, and metabolic risks or clusters of risks, 1990-2016: a systematic analysis for the Global Burden of Disease Study 2016. Lancet. 2017;390(10100):1345-1422.
  3. Vanhauwaert E. De actieve voedingsdriehoek: een praktische voedings- en beweeggids. Brussel; 2012.
  4. Lebacq T, Oost C. Recommandations alimentaires. In: Tafforeau J, editor. Enquête de consommation alimentaire 2014-2015. 2016.
  5. De Ridder K, Bel S, Brocatus L, Lebacq T, Ost C, et al. (2016) La consommation alimentaire : résumé des résultats. In: Tafforeau J, editors. Enquête de consommation alimentaire 2014-2015. Bruxelles: WIV-ISP. 
  6. Debacker N, Cox B, Temme L, Huybrechts I, Van Oyen H. De Belgische voedselconsumptiepeiling 2004: voedingsgewoonten van de Belgische bevolking ouder dan 15 jaar. Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid; 2007
  7.  Sciensano (2019) Website of the Belgian National Food Consumption survey 2014. https://fcs.wiv-isp.be/SitePages/Home.aspx.
  8. EFSA Panel on Dietetic Products. Scientific opinion on establishing food-based dietary guidelines. EFSA Journal 2010;8(3):1460.
  9. World Health Organization. Diet, nutrition, and the prevention of chronic diseases. Report of a WHO Study Group. Diet, nutrition, and the prevention of chronic diseases Report of a WHO Study Group 1990;(797).
  10. World Health Organization. Guideline: sugars intake for adults and children. World Health Organization; 2015.
  11. Vandevijvere S, De Ridder K, Fiolet T, Bel S, Tafforeau J (2018) Consumption of ultra-processed food products and diet quality among children, adolescents and adults in Belgium. European Journal of Nutrition 1-12.
  12. Fiolet T, Srour B, Sellem L, Kesse-Guyot E, Allès B, Méjean C, et al. Consumption of ultra-processed foods and cancer risk: results from NutriNet-Santé prospective cohort. BMJ 2018;360:k322.
  13. Monteiro CA, Cannon G, Levy R, Moubarac JC, Jaime P, Martins AP, et al. NOVA. The star shines bright. World Nutrition 2016;7(1-3):28-38.
  14. European Food Safety Authority (EFSA), Comprehensive Food Consumption Database. https://www.efsa.europa.eu/en/food-consumption/comprehensive-database