Zelfmoord

1. Kernboodschappen

  • Suïcidaal gedrag (gedachten, pogingen en daadwerkelijke zelfmoorden) vormen een belangrijk probleem voor de volksgezondheid en de samenleving in België.
  • 4,3% van de bevolking heeft de afgelopen 12 maanden zelfmoord overwogen, en 0,2% heeft effectief geprobeerd zelfmoord te plegen. Vrouwen en mensen van middelbare leeftijd lopen meer risico. Zelfmoordgedachten en -pogingen komen vaker voor bij lager opgeleide mensen dan bij hoger opgeleide mensen.
  • In 2016 werden 1903 zelfmoorddoden geregistreerd. De hoogste aantallen werden gevonden in de leeftijdsgroep van 45-95 jaar.
  • Terwijl meer vrouwen zelfmoord overwegen en proberen te plegen, slagen meer mannen in hun zelfmoordpoging: zo werden er in 2016 1360 zelfmoorden geregistreerd bij mannen ten opzichte van 543 bij vrouwen.
  • Het sterftecijfer was 24,5 (per 100 000) bij mannen en 9,5 bij vrouwen.
  • Bijna 1 op de 3 sterfgevallen bij mannen tussen 15 en 29 jaar was te wijten aan zelfmoord; 1 op de 5 sterfgevallen bij vrouwen tussen 15 en 34 jaar was te wijten aan zelfmoord.
  • Er is een uitgebreide multisectorale strategie voor zelfmoordpreventie nodig.

2. Achtergrond

Zelfmoord en zelfmoordpogingen zijn belangrijke maatschappelijke en volksgezondheidskwesties. Ze hebben een rimpeleffect op families, vrienden, collega's, gemeenschappen en de samenleving in het algemeen. Zelfmoord vindt plaats gedurende de hele levensduur en was wereldwijd de tweede belangrijkste doodsoorzaak onder de 15-29-jarigen in 2016. Zelfmoord is te voorkomen en de preventie ervan heeft door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) prioriteit gekregen als een wereldwijd doelwit. Zelfmoordpreventie is ook opgenomen als indicator in de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG's) [1]. Om strategieën voor zelfmoordpreventie effectief te ontwikkelen, hebben we een efficiënte registratie en monitoring van zelfmoord nodig, en is het tevens nodig om specifieke risicogroepen te kunnen identificeren.

Hoewel het verband tussen zelfmoord en psychische stoornissen goed is vastgesteld, gebeuren veel zelfmoorden impulsief in tijden van crisis. Verdere risicofactoren zijn onder meer ervaring met verlies, eenzaamheid, discriminatie, het verbreken van een relatie, financiële problemen, chronische pijn en ziekte, geweld, misbruik en conflicten. De grootste risicofactor voor zelfmoord is een eerdere poging tot zelfmoord [2].

Om dit complexe en belangrijke fenomeen te begrijpen, gebruiken we verschillende indicatoren:

  • Zelfmoordgedachten, die een belangrijke risicofactor zijn voor toekomstige zelfmoord en belangrijk voor preventie.
  • Zelfmoordpogingen, die een belangrijke risicofactor zijn voor voltooide zelfmoord en een belangrijk moment om de persoon te helpen [3].
  • Zelfdodingsdoden: we rapporteren het aantal sterfgevallen, het sterftecijfer en het aandeel van de totale sterfgevallen als gevolg van zelfmoord op een bepaalde leeftijd. Aangezien zelfmoorden vaak verkeerd worden geclassificeerd, worden deze cijfers waarschijnlijk onderschat [4–7]. Misclassificaties kunnen optreden wanneer de exacte doodsoorzaak onbekend is (zelfmoord kan dus worden geclassificeerd als 'onbekende oorzaak'); wanneer de bedoeling niet duidelijk is (zelfmoord kan dus worden geclassificeerd als 'dood door onbepaalde bedoeling'); of wanneer de bedoeling verkeerd wordt beoordeeld (zelfmoord kan dus worden geclassificeerd als 'ongevallen' of 'moorden'). Het kan ook zijn dat de arts het noemen van zelfmoord vermijdt om het gezin te beschermen tegen verschillende problemen (verzekering, administratie, religie, ...). Bovendien kunnen administratieve procedures tot verkeerde classificaties leiden. In Brussel bijvoorbeeld, slaagt het parket er niet in alle gewelddadige sterfgevallen (zelfmoorden, moorden) te beoordelen, wat leidt tot een onderrapportage van zelfmoorden die vervolgens worden geclassificeerd als gewelddadige sterfgevallen door onbepaalde bedoeling. Bovendien verschillen de redenen voor een verkeerde classificatie sterk van land tot land, wat de interpretatie van internationale vergelijkingen beperkt.

Zelfmoordpogingen en sterfgevallen door zelfmoord vertonen verschillende leeftijds- en geslachtspatronen. Vrouwen lopen meer risico om zelfmoord te plegen dan mannen, terwijl mannen meer risico lopen op geslaagde zelfmoordpogingen (meer zelfmoorddoden). Bovendien neemt het risico op sterfgevallen door zelfmoord toe met de leeftijd, terwijl het risico op zelfmoordpogingen afneemt met de leeftijd. Zo proberen jongere mensen en vrouwen meer zelfmoord te plegen, terwijl mannen en ouderen een grotere kans hebben op het voltooien van een zelfmoordpoging [3,8].

3. Zelfmoordgedachten

Toestand in 2018

België

In 2018 had in België 14% van de bevolking van 15 jaar en ouder minstens één keer in hun leven serieus overwogen om zelfmoord te plegen; binnen deze groep had een op de drie (of 4,3% van de totale bevolking) de afgelopen 12 maanden nagedacht over zelfmoord. Meer vrouwen (16%) dan mannen (12%) rapporteerden zelfmoordgedachten in hun leven, terwijl er geen geslachtsverschillen waren in zelfmoordgedachten het afgelopen jaar (4,4% bij vrouwen versus 4,2% bij mannen). Mensen van 65 jaar en ouder rapporteerden minder vaak zelfmoordgedachten in hun leven of in het afgelopen jaar dan mensen jonger dan 64 jaar. Vrouwen in de leeftijdsgroep van 45-54 jaar hadden een bijzonder hoge prevalentie.

Prevalentie van zelfmoordgedachten in de afgelopen 12 maanden in de bevolking van 15 jaar en ouder, België, 2018
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano [9]
Regionale verschillen

Zelfmoordgedachten ooit in het leven kwamen vaker voor in Wallonië (16%) dan in Vlaanderen (13%); zelfmoordgedachten in het afgelopen jaar kwamen vaker voor in Wallonië (5,9%) en Brussel (5,1%) dan in Vlaanderen (3,3%).

Trends

België

Het percentage mensen dat in de afgelopen 12 maanden (en ook ooit tijdens hun leven) zelfmoord heeft overwogen, lag in 2018 lager dan in 2013, maar het aandeel is nog steeds hoger dan de waarden die in 2008 zijn waargenomen (deze verschillen zijn evenwel niet significant).

Regionale verschillen

De prevalentie van zelfmoordgedachten nam in Vlaanderen af tussen 2013 en 2018, terwijl het in Brussel en Wallonië relatief stabiel bleef.

  • Mannen
  • Vrouwen

Prevalentie van zelfmoordgedachten gedurende de afgelopen 12 maanden bij mannen van 15 jaar en ouder volgens gewest, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [9]

Prevalentie van zelfmoordgedachten gedurende de afgelopen 12 maanden bij vrouwen van 15 jaar en ouder volgens gewest, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [9]

Sociaaleconomische verschillen

Zelfmoordgedachten (ooit in het leven en in het afgelopen jaar) zijn gekoppeld aan het opleidingsniveau. Mensen uit de laagst opgeleide groep hadden 1,5 keer meer kans op zelfmoordgedachten ooit in hun leven, en 2,5 meer kans op zelfmoordgedachten in het afgelopen jaar, in vergelijking met mensen uit de hoogst opgeleide groep.

Prevalentie van zelfmoordgedachten ooit in het leven en in het afgelopen jaar bij de bevolking van 15 jaar en ouder volgens opleidingsniveau, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [9]

4. Zelfmoordpogingen

Toestand in 2018

België

In 2018 meldde 4,3% van de bevolking van 15 jaar en ouder in België een zelfmoordpoging te hebben gepleegd tijdens hun leven; 0,2% meldde een zelfmoordpoging in het afgelopen jaar. Meer vrouwen (5,4%) dan mannen (3,1%) probeerden tijdens hun leven en in het afgelopen jaar zelfmoord te plegen (0,3% bij vrouwen en 0,2% bij mannen). De prevalentie van zelfmoordpogingen ooit in het leven was hoger bij mensen tussen 35 en 54 jaar. Jongere mensen (15-24 jaar) en 45-54 jaar rapporteerden vaker een zelfmoordpoging in het afgelopen jaar.

Prevalentie van zelfmoordpogingen ooit in het leven bij de bevolking van 15 jaar en ouder, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [9]
Regionale verschillen

Mensen uit Wallonië hebben vaker geprobeerd zelfmoord te plegen (6%) dan mensen uit Brussel (4,2%) en Vlaanderen (3,3%).

Trends

De trends in de prevalentie van levenslange zelfmoordpogingen zijn relatief stabiel in België en zijn gewesten. Zelfmoordpogingen nemen tussen 2013 en 2018 af bij mannen en vrouwen in Brussel, maar dit verschil was niet significant.

  • Mannen
  • Vrouwen

Prevalentie van zelfmoordpogingen ooit in het leven bij mannen van 15 jaar en ouder volgens gewest, België, 2004-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [9]

Prevalentie van zelfmoordpogingen ooit in het leven bij vrouwen van 15 jaar en ouder volgens gewest, België, 2004-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [9]

Sociaaleconomische verschillen

Zelfmoordpogingen (ooit in het leven en in het afgelopen jaar) houden verband met het opleidingsniveau. Mensen uit de hoogst opgeleide groep probeerden minder vaak zelfmoord te plegen dan mensen uit de lager opgeleide groepen.

Prevalentie van zelfmoordpogingen ooit in het leven en in het afgelopen jaar bij de bevolking van 15 jaar en ouder volgens opleidingsniveau, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [9]

5. Sterfte door zelfdoding

Aantal overlijdens

In 2016 werden in België 1903 sterfgevallen als gevolg van zelfdoding geregistreerd. Er waren meer zelfmoorddoden bij mannen (1360) dan bij vrouwen (543). Het hoogste aantal zelfmoorddoden vond plaats in de leeftijdsgroep van 45-59 jaar. Zelfmoordsterfgevallen kunnen om verschillende redenen verkeerd worden geclassificeerd; in Brussel is er een probleem met de certificering van zelfmoorddoden sinds 2009, wat betekent dat deze cijfers een onderschatting zijn van het werkelijke aantal zelfmoorden.

Aantal zelfmoorddoden volgens leeftijd en geslacht, België, 2016
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel [10]

Aandeel overlijdens door zelfdoding

Aangezien er op jonge leeftijd weinig sterfgevallen zijn, is het aandeel van de totale sterfgevallen als gevolg van zelfmoord op jongere leeftijd belangrijk. Door de toename van het aantal sterfgevallen en van de andere doodsoorzaken op oudere leeftijd, neemt het aandeel zelfmoorddoden af met de leeftijd.

Zelfmoorddoden vertegenwoordigen bijna 30% van de sterfgevallen bij mannen tussen 15 en 29 jaar. Bij vrouwen vertegenwoordigen sterfgevallen door zelfmoord ongeveer 20% van de sterfgevallen tussen 15 en 34 jaar.

Aandeel van het totale aantal zelfmoorddoden volgens leeftijd en geslacht, België, 2016
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel [10]

Sterftecijfer door zelfdoding

Het sterftecijfer als gevolg van zelfmoord was in België 16,8 (per 100.000 mensen) in 2016. Het was 2,6 keer hoger bij mannen (24,5) dan bij vrouwen (9,5). Het zelfmoordcijfer per leeftijdsgroep vertoont een ander patroon dan het aantal zelfdodingsdoden omdat de noemer (aantal mensen in een bepaalde leeftijdsgroep) op oudere leeftijd kleiner is. Het hoogste sterftecijfer als gevolg van zelfmoord wordt gevonden bij mannen tussen 80 en 94 jaar en bij vrouwen tussen 45 en 54 jaar.

Zelfmoordsterftecijfer (per 100.000) volgens leeftijd en geslacht, België, 2016
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel [10]

Trends

België

Het zelfmoordsterftecijfer daalt bij mannen en, in mindere mate, bij vrouwen.

Regionale verschillen

Het zelfmoordsterftecijfer daalt bij mannen zowel in Vlaanderen als in Wallonië (vanaf 2008). Bij vrouwen bleef het sterftecijfer door zelfdoding op een veel lager niveau dan bij mannen in zowel het Waalse als het Vlaamse Gewest.

Het zelfmoordsterftecijfer in Brussel kan niet worden geïnterpreteerd vanwege de vertraging van het Brusselse parket bij het bevestigen van zelfmoordgevallen.

  • Mannen
  • Vrouwen

Leeftijdgestandaardiseerd zelfmoordsterftecijfer bij mannen volgens gewest, België, 2000-2016
Noot: De zelfmoordsterftecijfers in Brussel zijn onderschat door vertragingen in de bevestiging van zelfmoordgevallen.
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel [10]

Leeftijdgestandaardiseerd zelfmoordsterftecijfer bij vrouwen volgens gewest, België, 2000-2016
Noot: De zelfmoordsterftecijfers in Brussel zijn onderschat door vertragingen in de bevestiging van zelfmoordgevallen.
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel [10]

Internationale vergelijking

België heeft de hoogste zelfmoordcijfers onder de EU-15-landen bij mannen en vrouwen. Internationale vergelijking van zelfmoordsterftecijfers moet echter met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd, aangezien verschillen in sociaal-culturele context en datakwaliteit de nauwkeurige registratie van zelfmoord en de vergelijkbaarheid tussen landen belemmeren. Deze waarschuwing mag echter niet dienen om de problematisch hoge zelfmoordcijfers van België te minimaliseren.

  • Mannen
  • Vrouwen

Leeftijdgestandaardiseerd zelfmoordsterftecijfer bij mannen volgens land, EU-15, 2016 of dichtsbijzijnde jaar
Bron: OECD health data [11]

Leeftijdgestandaardiseerd zelfmoordsterftecijfer bij vrouwen volgens land, EU-15, 2016 of dichtsbijzijnde jaar
Bron: OECD health data [11]

6. Meer informatie

Bekijk de metadata voor deze indicator

Statbel  Doodsoorzaken
SPMA: Standardized Procedures for Mortality Analysis
HISIA: Health Interview Survey Interactive Analysis

Definities

EU-15
De EU-15 komt overeen met alle landen die tussen 1995 en 2004 tot de Europese Unie behoorden: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, en Zweden. We vergelijken de Belgische gezondheidsstatus met die van de EU-15 omdat deze landen vergelijkbare sociaal-economische omstandigheden hebben.
Voor leeftijd gestandaardiseerde prevalentie
De meeste indicatoren zijn sterk geassocieerd met leeftijd. Aangezien de Belgische bevolking met de tijd vergrijst en er verschillen worden waargenomen binnen de gewesten en binnen opleidingsgroepen, worden de prevalenties gestandaardiseerd voor leeftijd met een standaardpopulatie om vergelijkbaarheid mogelijk te maken.

Referenties

  1. WHO. Suicide in the world. https://www.who.int/publications-detail/suicide-in-the-world
  2. WHO. Suicide. https://www.who.int/westernpacific/health-topics/suicide
  3. Centre de prévention du suicide. LE SUICIDE UN PROBLEME MAJEUR DE SANTE PUBLIQUE Introduction à la problématique du suicide en Belgique Chiffres de 2014. Bruxelles, Belgique: Centre de prévention du suicide; 2017 Sep. 
  4. De Spiegelaere M, Wauters I, Haelterman E. Le suicide en Région de Bruxelles-Capitale: Situation 1998-2000. Brussels: Observatoire de la santé et du social de Bruxelles- Capitale; 2003. 
  5. Ohberg A, Lonnqvist J. Suicides hidden among undetermined deaths. Acta Psychiatr Scand. 1998;98(3):214–8.
  6. Jougla E, Pequignot F, Chappert J, Rossollin F, Le TA, Pavillon G. [Quality of suicide mortality data]. RevEpidemiolSante Publique. 2002;50(1):49–62.
  7. Moens GFG. The reliability of reported suicide mortality statistics: An experience from Belgium. Int J Epidemiol. 1985;14(2):272–5.
  8. Gisle L, Drieskens S, Demarest S, Van der Heyden J. Gezondheidsenquête 2018: Geestelijke gezondheid. Brussel: Sciensano; 2020 Jan. Report No.: D/2020/14.440/3. https://his.wiv-isp.be/nl/Gedeelde%20%20documenten/MH_NL_2018.pdf
  9. Gezondheidsenquête, Sciensano, 1997-2018. https://his.wiv-isp.be/
  10. Doodsoorzaken, Statbel. https://statbel.fgov.be/nl/themas/bevolking/sterfte-en-levensverwachting/doodsoorzaken
  11. OECD health statistics. https://stats.oecd.org/