Ongelijkheden in determinanten van gezondheid

1. Kernboodschappen

In 2018 werden er in België sterke socio-economische ongelijkheden vastgesteld voor verscheidene gezondheidsdeterminanten.

Binnen de groep van personen met een laag opleidingsniveau waren er in vergelijking met hoog opgeleiden drie keer meer dagelijks rokers en twee keer meer personen lijdend aan obesitas of personen die dagelijks gesuikerde dranken te consumeren.

Personen met een laag opleidingsniveau hadden ook twee keer minder kans om voldoende fruit/groenten te eten of om voldoende lichaamsbeweging te doen in vergelijking met mensen met een hoog opleidingsniveau.

Tussen 1997 en 2018 werd een toename van de ongelijkheid in dagelijks roken waargenomen. Bij de andere onderzochte gezondheidsdeterminanten werd er geen duidelijke trend vastgesteld voor ongelijkheid.

2. Achtergrond

Sociaaleconomische (SE) ongelijkheden in gezondheid reflecteren systematische verschillen in de gezondheid tussen SE groepen, meestal in het nadeel van de minder bevoordeelde SE groep. In geïndustrialiseerde landen worden er consistent ongelijkheden vastgesteld in gezondheid voor een waaier aan gezondheids-thema’s, gaande van specifieke gezondheidsdeterminanten tot mortaliteit [1,2]. Het aanpakken van ongelijkheden is een prioriteit voor zowel de WHO [3], de Europese Unie [4], als België [5–7]. Om de doelstelling van volledige gelijkheid te behalen, is het belangrijk om ongelijkheden op te volgen [8,9].

De ongelijkheden in gezondheidsdeterminanten werden berekend op basis van de gegevens van de gezondheidsenquêtes van 1997 tot 2018. Methodologische details zijn te vinden in het methodologische document. De gekozen gezondheidsdeterminanten zijn: dagelijks roken, obesitas, minstens 150 minuten matige tot intensieve fysieke activiteit per week, dagelijkse consumptie van minstens 5 porties fruit en groenten, en dagelijkse consumptie van gesuikerde dranken. Het opleidingsniveau, gegroepeerd in drie categorieën, werd gekozen als proxy voor de sociaaleconomische positie.

Naast de prevalentiecijfers per SE niveau, hebben we ook de omvang van de ongelijkheden bekeken. Dit door drie ongelijkheidsindicatoren te berekenen:

  • Het relatieve en absolute verschil in voor leeftijd gecorrigeerde cijfers tussen het hoogste en laagste opleidingsniveau.
  • De toerekenbare fractie voor de bevolking (population attributable fraction, PAF), deze meet wat er, in percentage van de gemiddelde waarde, gewonnen zou kunnen worden als iedereen het gezondheidsniveau van de hoogst opgeleide groep zou hebben.

3. Resultaten

Situatie in 2018

De ongelijkheden in dagelijks rookgedrag zijn groot. In 2018 waren 27.5% van de personen binnen de groep laagopgeleiden rokers, terwijl slechts 9.4% van de personen binnen de groep hoogopgeleiden rokers waren. Deze vaststelling komt overeen met een absoluut verschil van 18.1 procentpunten en een relatief risico van bijna drie. Personen met een laag opleidingsniveau zouden dus drie keer meer kans hebben om dagelijks te roken in vergelijking met de hoogopgeleiden. Als alle opleidingsniveaus het rookgedrag zou hebben van de hoogopgeleiden, zou het aantal rokers van roken met 37.5% afnemen.

Het absolute verschil in prevalentie van obesitas tussen de laagopgeleiden en hoogopgeleiden bedroeg 10 procentpunten, waarbij mensen met een laag opleidingsniveau 1.8 keer meer kans op obesitas hadden dan hoogopgeleiden. De prevalentie van obesitas in de gehele bevolking zou met 22.7% afnemen indien elk opleidingsniveau hetzelfde percentage personen met obesitas zou hebben als de hoog opgeleide groep.

Ook wanneer we kijken naar fysieke activiteit zien we grote ongelijkheden binnen de samenleving. Fysieke activiteit is een positieve indicator is, waarbij er wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijke prevalentie. De waarden van de ongelijkheidsmaatstaven zullen dan ook omgekeerd zijn ten opzichte van deze in rookgedrag en obesitas. De waarden voor de absolute ongelijkheden zullen dus lager zijn dan nul en de waarden voor de relatieve ongelijkheden lager zijn dan één. In 2018 deed 38.5% van de hoogopgeleiden minstens 150 min. matige tot zware lichamelijke activiteit per week, tegenover 18.8% van de laagopgeleiden, wat een absoluut verschil van 19.7 procentpunten betekent. Mensen met een laag opleidingsniveau hadden twee keer minder kans om voldoende fysieke activiteit te doen dan hoogopgeleiden. Als de fysieke activiteit van alle opleidingsniveaus hetzelfde zou zijn als de hoog opgeleide groep, zou lichaamsbeweging op bevolkingsniveau met 23.9% toenemen.

Ook op gebied van voeding werden grote ongelijkheden geconstateerd. Mensen met een hoog opleidingsniveau voldeden twee keer meer aan de doelstelling om 5 porties fruit/groenten per dag te consumeren in vergelijking met laagopgeleiden, hetgeen overeenkomt met een absoluut verschil van 8.4 procentpunten. Als de consumptie van fruit/groenten van alle opleidingsniveaus gelijk zou zijn aan die van hoogopgeleiden, dan zou de consumptie van fruit/groenten met 33.5% toenemen in de gehele bevolking. Mensen met een laag opleidingsniveau hadden tweemaal meer kans om dagelijks gesuikerde dranken te consumeren dan hoogopgeleiden. Het absolute verschil tussen de twee groepen bedroeg 15.4 procentpunten. Indien mensen uit alle opleidingsniveaus hun consumptie van gesuikerde dranken zou verminderen tot het niveau van de hoogopgeleiden, dan zou het totale consumptieniveau dalen met 31.5%.

Het is opmerkelijk dat alcoholconsumptie niet hetzelfde SE-patroon vertoont als de meeste gezondheidsdeterminanten. Het SE-patroon van overmatig alcoholgebruik is onduidelijk en niet doorslaggevend.

Sociaaleconomische ongelijkheden in bepaalde gezondheidsdeterminanten, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [10]
*statistisch verschillend van 0% voor absoluut verschil en PAF en statistisch verschillend van 1 voor relatief verschil (p<0,05)

Voor leeftijd gecorrigeerd cijfer
Laagste opleidingsniveau

Voor leeftijd gecorrigeerd cijfer
Hoogste opleidingsniveau
Absoluut verschil Relatief verschil PAF
Dagelijks rokers (%personen ≥ 15) 27,5% 9,4% 18,1%* 2,9* 37,5%*
Obesitas (%personen ≥ 18, BMI ≥ 30) 22,0% 12,0% 10,0%* 1,8* 22,7%*
Minstens 150 min matige tot zware fysieke activiteit per week (%personen ≥ 18) 18,8% 38,5% -19,7%* 0,5* -23,9%*
Dagelijkse consumptie van 5 porties fruit en groenten (%personen ≥ 6) 8,2% 16,6% -8,4%* 0,5* -33,5%*
Dagelijkse consumptie van gesuikerde dranken (%personen van alle leeftijden) 29,3% 13,9% 15,4%* 2,1* 31,5%*

Trends

De voor leeftijd gecorrigeerde prevalentie van dagelijks roken is gedaald tussen 1997 en 2018, maar dit bijna uitsluitend door een sterke daling bij mensen met een hoog opleidingsniveau. Er zijn weinig verandering bij de andere opleidingsniveaus. Bijgevolg zijn de ongelijkheden volgens de drie ongelijkheidsmaatstaven (absoluut, relatief en PAF) in de loop van de tijd duidelijk toegenomen.

De voor leeftijd gecorrigeerde prevalentie van obesitas is tussen 1997 en 2018 in alle opleidingsniveaus toegenomen. Er werd een lichte niet-significante toename van het absolute verschil waargenomen, zonder opmerkelijke trends in de relatieve ongelijkheid. De PAF is afgenomen naarmate het aandeel van de mensen met een laag opleidingsniveau (en een hoge prevalentie hebben) is gedaald.

De dagelijkse consumptie van gesuikerde dranken is tussen 2013 en 2018 voor alle groepen gedaald. We constateren een lichte niet-significante daling van het absolute verschil. Het relatieve verschil en de PAF zijn daarentegen constant gebleven.

De indicatoren die zijn gebruikt om de fysieke activiteit en de consumptie van groenten en fruit in de gezondheidsenquête 2018 te beoordelen waren nieuwe indicatoren, daarom kan er hieromtrent geen trend worden beschreven.

 

  • Dagelijks rokers
  • Obesitas
  • Gesuikerde dranken

Prevalentie van dagelijks roken bij personen van 15 jaar en ouder, per opleidingsniveau, België, 1997-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [10]

Prevalentie van obesitas bij personen van 18 jaar en ouder, per opleidingsniveau, België, 1997-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [10]

Percentage van de bevolking dat dagelijks gesuikerde dranken drinkt, per opleidingsniveau, België, 2013-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [10]

 

  • Absoluut verschil
  • Relatief verschil
  • PAF

Absoluut ongelijkheden in gezondheidsindicatoren volgens opleidingsniveau, België, 1997-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [10]

Relatieve ongelijkheden in gezondheidsindicatoren volgens opleidingsniveau, België, 1997-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [10]

PAF in gezondheidsindicatoren, België, 1997-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [10]

4. Meer informatie

Bekijk de metadata voor deze indicator

HISIA: Interactive Analysis of the Belgian Health Interview Survey

Definitie

Procentpunt
Het procentpunt (ppt) is het rekenkundig absoluut verschil tussen twee percentages, bijvoorbeeld met 16% in groep A en 8% in groep B is het verschil 8 ppt, hetgeen overeenkomt met een relatief overschot van 100%.

Referenties

  1. Mackenbach J. Health inequalities: Europe in profile. Expert Report commissioned by the EU. Department of Health Publications; 2006.
  2. Feinstein JS. The relationship between socioeconomic status and health : A review of the literature. The Milkbank Quarterly. 1993
  3. WHO Commission on Social Determinants on Health. Closing the gap in a generation: health equity through action on the social determinants of health. Geneva: WHO; 2008.
  4. Executive Agency for Health and Consumer. Second Programme of Community Action in the Field of Health 2008-2013. European Commission; 2007.
  5. Vlaamse overheid. Vlaamse Actieplan Geestelijke Gezondheid, Strategisch plan 2017-2019. 2017.
  6. Gouvernement wallon. Plan prévention et promotion de la santé en Wallonie. Partie 1: définition des priorités en santé. Namur; 2017. 
  7. Arrêté royal du 18 juillet 2013 portant fixation de la vision stratégique fédérale à long terme de développement durable: http://www.etaamb.be/fr/arrete-royal-du-18-juillet-2013_n2013011468.html. Moniteur Belge. 2013 Oct 8;
  8. Braveman PA. Monitoring equity in health and healthcare: a conceptual framework. JHealth PopulNutr. 2003
  9. Maeseneer JD, Willems S. Terugdringen Sociale Gezondheidskloof: van concept naar politieke implementatie. Ghent University; 2021
  10. Health Interview Survey, Sciensano, 1997-2018. https://www.sciensano.be/nl/projecten/gezondheidsenquete-0