Ongelijkheden in levensverwachting en levenskwaliteit

1. Kernboodschappen

Personen met een hogere sociaaleconomische status (SES) leven langer. In 2020 was het verschil in levensverwachting bij de geboorte tussen de hoogste en laagste sociaaleconomische (SE) groep (gedefinieerd aan de hand van de kwartielen van een samengestelde SE score) was hoger bij mannen (9,3 jaar) in vergelijking met vrouwen (6,3 jaar). De kloof in de levensverwachting bij de geboorte is toegenomen sinds 2011.
 
Personen met een hogere SES leven langer in een goede gezondheid. De kloof in gezonde levensverwachting op 25-jarige leeftijd (Gezonde levensjaren) tussen personen met een laag en hoog opleidingsniveau bedroeg 10,5 jaar voor mannen en 13,4 jaar voor vrouwen. De kloof in gezonde levensverwachting is toegenomen tussen 2001 en 2011.
 
Personen met een lager opleidingsniveau scoren hun gezondheid 2,2 keer meer als ‘minder dan goed’ (35%) in vergelijking met personen met een hoger opleidingsniveau (16%), na het toepassen van leeftijd-standaardisatie. Ongelijkheden in zelf-gerapporteerde gezondheid zijn toegenomen tot 2013, waarna ze op hun hoogste niveau stabiliseerden.

2. Achtergrond

Socio-economische (SE) ongelijkheden in gezondheid reflecteren systematische verschillen in de gezondheid tussen SE groepen, meestal in het nadeel van de minder bevoorrechte SE groep. In geïndustrialiseerde landen werden er consistent ongelijkheden vastgesteld in gezondheid voor een waaier aan gezondheids-thema’s zoals gezondheidsdeterminanten en mortaliteit [1,2]. Het aanpakken van ongelijkheden is een prioriteit voor zowel de WHO [3], de Europese Unie [4], als België [5–7]. Om de doelstelling van volledige gelijkheid te behalen, is het belangrijk om ongelijkheden op te volgen [8,9].

In dit hoofdstuk worden de ongelijkheden in gezondheid besproken gerelateerd aan de duur en kwaliteit van leven. De resultaten van verschillende studies over gezondheidsongelijkheid werden hier besproken en samengevat [10–14]. In elke studie warden er verschillende SE indicatoren gebruik, waarvan de methodologische details hier terug te vinden zijn.

  • Recente ongelijkheden in de levensverwachting bij geboorde zij gebaseerd op het werk van Aerden en collega’s [14] en Bourguignon en collega’s [10]. In deze studies werd er gebruikt gemaakt van een samengestelde score welke werd ingedeeld in kwartielen.
  • De (gezonde) levensverwachting op 25-jarige leeftijd is gebaseerd op het werk van Renard en collega’s [12], waarin het opleidingsniveau werd opgedeeld in drie groepen (Laag, Middelmatig en Hoog), waarna deze gebruikt werd als SE indicator. De (gezonde) levensverwachting op 25-jarige leeftijd gebaseerd op andere SE indicatoren werd gebaseerd op het werk van Eggerickx en collega’s [11].
  • Ongelijkheden is zelf-gerapporteerde gezondheid werd afgeleid uit de Belgische gezondheidsenquête, waarbij het opleidingsniveau op basis van 3 niveaus gebruikt werd als een indicator voor SE status.

Er werden naast een opdeling volgens SE status, ook vier indicatoren gebruikt om de mate van ongelijkheid uit te drukken:

  • Absolute en relatieve verschillen tussen de laagste en hoogste SE groep.
  • De samengestelde ongelijkheidsindex (composite index of inequality; CII), deze meet de absolute verschillen in jaren uit over de volledige bevolking heen; dit komt overeen met het aantal jaren dat gewonnen zou kunnen worden, op populatieniveau, mocht er geen ongelijkheid zijn en iedereen de (gezonde) levensverwachting van de hoogst opgeleide groep hebben.
  • De toerekenbare fractie voor de bevolking (population attributable fraction, PAF): deze meet wat er, in percentage van de gemiddelde waarde, gewonnen zou kunnen worden als alle groepen het gezondheidsniveau van de hoogst opgeleide groep zouden hebben.

3. Resultaten

Huidige situatie op basis van de meest recente gegevens 

Ongelijkheden in levensverwachting, gezonde levensverwachting, en levenskwaliteit

Voor de levensverwachting bij geboorte in 2020, zijn er absolute verschillen van 9 en 6 jaar waargenomen tussen het laagste en het hoogste kwartiel van de CII, respectievelijk bij mannen en vrouwen [10], welke iets hoger zijn in vergelijking met 2019. Daarenboven is er een sociale gradatie waarbij de levensverwachting bij de geboorte toeneemt per transitie van een lager kwartiel naar een hoger kwartiel op de CII. Indien er geen ongelijkheden zouden zijn en alle groepen de levensverwachting van het hoogste opleidingsniveau zouden hebben, zou de winst in levensverwachting bij de bevolking 4,2 jaar bij de mannen en 2,7 jaar bij de vrouwen bedragen (Samengestelde ongelijkheidsindex CII).

In 2011 bedroeg de kloof in levensverwachting op een leeftijd van 25 jaar 6,1 en 4,6 jaar tussen het laagste en het hoogste opleidingsniveau, respectievelijk bij mannen en vrouwen. De winst van levensverwachting op een leeftijd van 25 jaar zou 3,4 jaar voor mannen en 2,4 jaar voor vrouwen bedragen als er geen ongelijkheden waren. Voor de levensverwachting zonder beperkingen op de leeftijd van 25 is het absolute verschil nog hoger, namelijk 10,5 jaar voor mannen en 13,4 jaar voor vrouwen [12]. De levensverwachting zonder beperkingen op de leeftijd van 25 zou 6,0 jaar voor mannen en 7,2 jaar voor vrouwen bedragen als er geen ongelijkheden waren.

Zeer grote ongelijkheden worden waargenomen voor subjectieve gezondheid (in 2018), met een prevalentie van mensen die hun gezondheid waarderen als minder dan goed, die 2,2 keer zo hoog is bij de laagst versus hoogst opgeleide mensen, en met absolute ongelijkheden van 19 procentpunten. De PAF bereikt 30%, wat betekent dat indien alle groepen hun gezondheid zouden beoordelen als de hoogste opleidingsniveau, de prevalentie van slechte subjectieve gezondheid in de bevolking met 30% zou dalen.

Sociaal economische ongelijkheden in levensverwachting, gezonde levensverwachting, en subjectieve gezondheid, Gezondheidsenquête, België, 2018
Bronnen: (a) Bourguignon et al. [10]; (b) Renard et al. berekeningen gebaseerd op census 2011 gerelateerd aan een 5-jarige opvolging van de mortaliteit, en opdeling van opleidingsniveau in drie groepen [12]; (c) berekend op basis van gegevens uit de gezondheidsenquête, waarbij opleidingsniveau opgedeeld is in drie categorieën, Sciensano [15] 

Sociaal
economische indicator

Jaar Geslacht Waarde voor laagste SES Waarde voor hoogste SES Absoluut verschil
Relatief verschil
CIIabs PAF
Levensverwachting bij de geboorte(a)

Samengestelde
score (kwartielen)

2020 Man  73.5 82.8 -9.3   4.2(d)  
Vrouw 79.7 86 -6.3   2.7(d)  
Levensverwachting op 25-jarige leeftijd(b) Opleidingsniveau(3) 2011-2015 Man 51.7 57.8 -6.1 - 3.4 -
Vrouw 57.3 61.9 -4.6 - 2.4 -
Levensverwachting zonder beperkingen op 25-jarige leeftijd(b) Opleidingsniveau(3) 2011-2015 Man 37.0 47.5 -10.5 - 6.0 -
Vrouw 35.5 49.0 -13.4 - 7.2 -
Slechte subjectieve gezondheid (% bevolking ≥ 15 jaar)(c) Opleidingsniveau(3) 2018 Beiden 34.7% 15.8% 18.9% 2.2 - 30.0%
 
Sociaaleconomische verschillen in levensverwachting gebaseerd op verschillende sociaaleconomische indicatoren.

Er werden grote SE kloven waargenomen voor de levensverwachting op 25-jarige leeftijd in alle SE indicatoren, welke varieerden tussen 5,6 en 8,7 jaar voor mannen en tussen 3,1 en 6,4 jaar voor vrouwen, voor de elke van de respectievelijk gebruikte laagste en hoogste SE status.

Verschillen in levensverwachting op 25-jarige leeftijd op basis van verschillende sociaaleconomische indicatoren, België, census 2011 met een 5-jarige opvolgperiode van de mortaliteit.
Bronnen: (a) Eggerickx et al. + (b) Renard et al. [11,12]

Trend

Evolutie van ongelijkheden voor levensverwachting

De absolute verschillen in levensverwachting bij de geboorte zijn toegenomen tussen de periode 1992-1996 en de periode 2011-2015. Er werd nadien een kleine daling in ongelijkheid waargenomen in 2019, welke opnieuw is toegenomen in 2020. Een gelijkaardige tendens is waargenomen voor de CII.

  • Absolute verschillen
  • CIIabs

Evolutie van de ongelijkheden in levensverwachting bij de geboorte tussen het eerste en laatste kwartiel van de samengestelde sociaaleconomische indicator, per geslacht, België, 1992-2020.
Bron: (a) Aerden et al. + (b) Bourguignon et al. [10,14]

Evolutie van samengestelde ongelijkheidsindex (CII) bij de geboorte, per geslacht, België, 1992-2020.
Bron: Own calculations from (a) Aerden et al. + (b) Bourguignon et al. [10,14]

Evolutie van ongelijkheid voor gezonde levensverwachting

Er werd een grote toename in ongelijkheid geobserveerd tussen 2001 en 2011 voor de gezonde levensverwachting op 25-jarige leeftijd voor zowel mannen (+4,0 jaar) als vrouwen (+4,1 jaar). Ook voor de CII, die rekening houdt met de verschillen in de samenstelling van de populaties over de tijd, werd er een grote toename in ongelijkheden in de gezonde levensverwachting waargenomen bij mannen (+73%) en vrouwen (+20%).

  • Absolute verschillen
  • CIIabs

Evolutie van de absolute verschillen tussen laagste en hoogste opleidingsniveaus voor levensverwachting en levensverwachting zonder beperkingen, volgens geslacht, België, 2001-2011
Bron: Own calculations from censuses 2001 and 2011 linked with mortality

Evolutie van de absolute verschillen over de gehele bevolking heen voor levensverwachting en levensverwachting zonder beperkingen, volgens geslacht, België, 2001-2011
Bron: Own calculations based on censuses 2001 and 2011 linked with mortality, and HIS 2001 to 2013

Evolutie van ongelijkheid in subjectieve gezondheid

Ongelijkheden in subjectieve gezondheid zijn toegenomen tot 2013, waarna deze is gestabiliseerd. De relatieve en absolute verschillen volgen eenzelfde patroon en zijn toegenomen tot 2013, waarna ze stabiliseerde op hun hoogste niveau sinds de eerste waarnemingen. De PAF is sinds 1997 gestegen, maar deze stijging is niet significant.

Relatieve en absoluut (laag-versus-hoog) ongelijkheden in minder goede subjectieve gezondheid, België, 1997-2018
Bron: Own calculation based on Health Interview Survey, Sciensano [15]

4. Meer informatie

Bekijk de metadata voor deze indicator

HISIA: Interactive Analysis of the Belgian Health Interview Survey

Referenties

  1. Mackenbach J. Health inequalities: Europe in profile. Expert Report commissioned by the EU. Department of Health Publications; 2006.
  2. Feinstein JS. The relationship between socioeconomic status and health : A review of the literature. The Milkbank Quarterly. 1993.
  3. WHO Commission on Social Determinants on Health. Closing the gap in a generation: health equity through action on the social determinants of health. WHO; 2008.
  4. Executive Agency for Health and Consumer. Second Programme of Community Action in the Field of Health 2008-2013. European Commission; 2007.
  5. Vlaamse overheid. Vlaamse Actieplan Geestelijke Gezondheid, Strategisch plan 2017-2019. 2017.
  6. Gouvernement wallon. Plan prévention et promotion de la santé en Wallonie. Partie 1: définition des priorités en santé. Namur; 2017. 
  7. Arrêté royal du 18 juillet 2013 portant fixation de la vision stratégique fédérale à long terme de développement durable: http://www.etaamb.be/fr/arrete-royal-du-18-juillet-2013_n2013011468.html. Moniteur Belge. 2013 Oct 8;
  8. Braveman PA. Monitoring equity in health and healthcare: a conceptual framework. JHealth PopulNutr. 2003.
  9. Maeseneer JD, Willems S. Terugdringen Sociale Gezondheidskloof: van concept naar politieke implementatie. Gent: Ghent University; 2021.
  10. Bourguignon M, Damiens J, Doignon Y, Eggerickx T, Fontaine S, Lusyne P, et al. Variations spatiales et sociodémographiques de mortalité de 2020-2021 en Belgique. L’effet de la pandémie Covid-19, Document de travail 27. Louvain-la-Neuve: Centre de recherche en démographie; 2021.
  11. Eggerickx T, Sanderson JP, Vanderschrick C. Les inégalités sociales et spatiales de mortalité en Belgique : 1991-2016. Espace Population et Société. 2018.
  12. Renard F, Devleesschauwer B, Van Oyen H, Gadeyne S, Deboosere P. Evolution of educational inequalities in life and health expectancies at 25 years in Belgium between 2001 and 2011: a census-based study. Arch Public Health. 2019.
  13. Tafforeau J, Drieskens S, Charafeddine R, Van der Heyden J. Enquête de santé 2018 : Santé subjective. Bruxelles, Belgique: Sciensano; Report No.: D/2019/14.440/26.
  14. Aerden KV, Damiens J, Moortel DD, Eggerickx T, Gourbin C, Huegaerts K, et al. Causes of health and mortality inequalities in Belgium: multiple dimensions, multiple causes. 
  15. Health Interview Survey, Sciensano, 1997-2018. https://www.sciensano.be/nl/projecten/gezondheidsenquete-0