Ongelijkheden in geestelijke gezondheid

1. Kernboodschappen

De prevalentie van angststoornissen, depressieve stoornissen en zelfmoordgedachten verschilt per sociaaleconomische groep, met een hogere prevalentie bij personen die behoren tot minst bevoordeelde sociaaleconomische groep vergeleken met personen die behoren tot de meest bevoordeelde sociaaleconomische groep.
 
In 2018 waren de sociaaleconomische ongelijkheden groter op het gebied van geestelijke gezondheid dan op het gebied van lichamelijke gezondheid, met relatieve verschillen schommelend rond de waarde 2.
 
Wanneer we kijken naar de evolutie, dan zijn de absolute ongelijkheden bij angststoornissen en depressieve stoornissen sterk toegenomen tussen 2008 en 2013, en stabiel gebleven op een hoger niveau tussen 2013 en 2018, hetgeen een betreurenswaardige evolutie is. Tussen 2013 en 2018 zijn ook de relatieve ongelijkheden op het gebied van depressieve stoornissen verergerd.

2. Achtergrond

Sociaaleconomische (SE) ongelijkheden op gezondheidsvlak verwijzen naar systematische ongelijkheden in gezondheid tussen sociaaleconomische groepen, meestal in het nadeel van degenen die zich op een lagere positie van de sociale en/of economische schaal bevinden. In geïndustrialiseerde samenlevingen zijn consequent sociaaleconomische ongelijkheden op gezondheidsvlak vastgesteld voor het hele spectrum van gezondheid-gerelateerde indicatoren, variërend van gezondheidsdeterminanten tot mortaliteit [1;2]. Het bestrijden van ongelijkheden op gezondheidsvlak is een prioriteit voor de WHO [3], de Europese Unie [4], en België [5-7]. Om de vooruitgang te kunnen beoordelen betreffende het verkleinen van ongelijkheden op gezondheidsvlak, is het belangrijk deze ongelijkheden te meten en op te volgen [8, 9].

De ongelijkheden in geestelijke gezondheid werden berekend op basis van de gegevens van de Belgische Gezondheidsenquête van 1997 tot 2018. Methodologische details zijn te vinden in het methodologische document. De ongelijkheden worden beschreven voor drie indicatoren: de prevalentie van depressieve stoornissen (gebaseerd op de PHQ-9 schaal) en de prevalentie van angststoornissen (gebaseerd op de GAD-7 schaal) in de afgelopen twee weken omwille van hun hoge frequentie; en de prevalentie van zelfmoordgedachten in de afgelopen twaalf maanden aangezien het een beeld geeft over ernstige psychische nood en het zelfmoordcijfer vrij hoog is in België. Het opleidingsniveau (in drie niveaus) werd gekozen als een indicator van de sociaaleconomische positie om ongelijkheden te onderzoeken.

Naast de prevalentie van psychische aandoeningen volgens SE niveau, berekenden we ook de mate ongelijkheid door verschillend indicatoren voor ongelijkheid te berekenen. We keken naar:

  • de absolute en relatieve verschillen in voor leeftijd gecorrigeerde prevalentie tussen de laagste en de hoogste opleidingsniveaus,
  • de toerekenbare fractie voor de bevolking (population attributable fraction, PAF): deze meet wat er, in percentage van de gemiddelde waarde, gewonnen zou kunnen worden als iedereen het gezondheidsniveau van de hoogst opgeleide groep zou hebben.

3. Resultaten

Situatie in 2018

In 2018 waren de absolute ongelijkheden op het vlak van geestelijke gezondheid groter dan op het vlak van lichamelijke gezondheid. De cijfers varieerden van 9,8 procentpunten (ppt) voor depressieve stoornissen tot 3,5 ppt voor zelfmoordgedachten.

De relatieve ongelijkheden op het gebied van de geestelijke gezondheid waren bijzonder groot. In het laagste opleidingsniveau werden 2,5 maal meer mensen geteld met depressieve stoornissen, 2,0 maal meer mensen met zelfmoordgedachten en 1,8 maal meer mensen met angststoornissen dan in het hoogste opleidingsniveau. Indien alle opleidingsniveaus hetzelfde percentage mensen met geestelijke gezondheidsproblemen zou tellen als het hoogste opleidingsniveau, dan zou de prevalentie van depressieve stoornissen in de hele bevolking met 30% dalen, die van angststoornissen met 24% en die van zelfmoordgedachten met 20%.

Sociaaleconomische ongelijkheden in geestelijke gezondheid bij personen van 15 jaar en ouder, Gezondheidsenquête, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête [10]
*statistisch verschillend van 0% voor absoluut verschil en PAF en statistisch verschillend van 1 voor relatief verschil (p<0,05)

  Voor leeftijd gecorrigeerde prevalentie Laagste opleidingsniveau Voor leeftijd gecorrigeerde prevalentie Hoogste opleidingsniveau Absoluut verschil Relatief verschil PAF
Depressieve stoornissen in de afgelopen twee weken (% personen ≥ 15) 16,2% 6,4% 9,8%* 2,5* 30,2%*
Angststoornissen in de afgelopen twee weken (% personen ≥ 15) 15,3% 8,4% 6,9%* 1,8* 23,8%*
Zelfmoordgedachten in de afgelopen twaalf maanden (% personen ≥ 18) 6,9% 3,4% 3,5%* 2,0* 19,9%*

Trends

Trends in angststoornissen:

  • De voor leeftijd gecorrigeerde prevalentie is tussen 2008 en 2018 gestegen in alle opleidingsniveaus.
  • De absolute ongelijkheden zijn tussen 2008 en 2013 toegenomen en daarna stabiel gebleven.
  • De relatieve ongelijkheden zijn tussen 2004 en 2018 licht en niet-significant afgenomen.

Er kan geconcludeerd worden dat ongelijkheden betreffende angststoornissen de afgelopen vijf jaar niet zijn toegenomen. Tevreden kunnen we echter niet zijn met deze trend, aangezien een daling in de absolute ongelijkheden een minimaal verwacht streefdoel zou moeten zijn.

Trends in depressieve stoornissen:

  • De voor leeftijd gecorrigeerde prevalentie is van 2004 tot 2013 gestegen in alle opleidingsniveaus en vervolgens gedaald in 2018.
  • De absolute ongelijkheden zijn tussen 2008 en 2013 toegenomen en daarna stabiel gebleven.
  • De relatieve ongelijkheden zijn van 2004 tot 2013 afgenomen en vervolgens toegenomen in 2018. Dit kan toegeschreven worden aan een kleinere proportionele daling van de prevalentie van depressieve stoornissen in de lage opleidingsniveaus dan in de hoge opleidingsniveaus.

Hoewel de afgelopen vijf jaar de prevalentie van depressieve stoornissen in alle opleidingsniveaus is verbeterd, kunnen we concluderen dat de ontwikkeling van de ongelijkheden verontrustend is: de absolute ongelijkheden zijn niet afgenomen hoewel dit de minimaal beoogde doelstelling zou moeten zijn. Dit zou overeenkomen met een sterkere afname van het aantal mensen met depressieve stoornissen in de minder bevoorrechte SE groep ten opzichte van de meer bevoorrechte mensen. Daarenboven zijn de relatieve ongelijkheden zelfs toegenomen.

De voor leeftijd gecorrigeerde prevalentie van zelfmoordgedachten is van 2008 tot 2018 bij alle opleidingsniveaus gestegen. Doorheen de jaren zien we geen opvallende trend in de ongelijkheid in zelfmoordgedachten.

Wanneer wordt gekeken naar ongelijkheden op bevolkingsniveau, dan lijkt de toerekenbare fractie voor de bevolking (population attributable fraction, PAF) sinds 2004 voor alle indicatoren te dalen. Dit is deels te wijten aan een verandering in de bevolkingssamenstelling, aangezien de laagopgeleide groep een kleiner aandeel is gaan uitmaken van de bevolking. In de afgelopen vijf jaar is de PAF echter stabiel gebleven voor depressieve stoornissen, aangezien de verandering in de bevolkingssamenstelling werd gecompenseerd door een toename van de relatieve ongelijkheden.

 

  • Angststoornissen
  • Depressieve stoornissen
  • Zelfmoordgedachten

Prevalentie van angststoornissen in de afgelopen 2 weken (gebaseerd op de GAD-7 schaal) bij personen van 15 jaar en ouder volgens opleidingsniveau, 1997-2018, België
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête [10]

Prevalentie van depressieve stoornissen in de afgelopen 2 weken (gebaseerd op de PHQ-9 schaal) bij personen van 15 jaar en ouder volgens opleidingsniveau, 1997-2018, België
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête [10]

Prevalentie van zelfmoordgedachten in de afgelopen twaalf maanden bij personen van 18 jaar en ouder volgens opleidingsniveau, 2008-2018, België
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête [10]

  

  • Absoluut verschil
  • Relatief verschil
  • PAF

Absolute verschillen in angststoornissen en depressieve stoornissen tussen groepen met een laag versus hoog opleidingsniveau, België, 1997-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête [10]

Relatieve verschillen in angststoornissen en depressieve stoornissen tussen groepen met een laag versus hoog opleidingsniveau, België, 1997-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête [10]

PAF in angststoornissen en depressieve stoornissen, België, 1997-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête [10]

4. Meer informatie

Bekijk de metadata voor deze indicator

HISIA: Interactive Analysis of the Belgian Health Interview Survey

Definitie

Procentpunt
Het procentpunt (ppt) is het rekenkundig absoluut verschil tussen twee percentages, bijvoorbeeld met 16% in groep A en 8% in groep B is het verschil 8 ppt, hetgeen overeenkomt met een relatief overschot van 100%.

Referenties

  1. Mackenbach J. Health inequalities: Europe in profile. Expert Report commissioned by the EU. Department of Health Publications; 2006.
  2. Feinstein JS. The relationship between socioeconomic status and health : A review of the literature. The Milkbank Quarterly. 1993
  3. WHO Commission on Social Determinants on Health. Closing the gap in a generation: health equity through action on the social determinants of health. Geneva: WHO; 2008.
  4. Executive Agency for Health and Consumer. Second Programme of Community Action in the Field of Health 2008-2013. European Commission; 2007.
  5. Vlaamse overheid. Vlaamse Actieplan Geestelijke Gezondheid, Strategisch plan 2017-2019. 2017.
  6. Gouvernement wallon. Plan prévention et promotion de la santé en Wallonie. Partie 1: définition des priorités en santé. Namur; 2017. 
  7. Arrêté royal du 18 juillet 2013 portant fixation de la vision stratégique fédérale à long terme de développement durable: http://www.etaamb.be/fr/arrete-royal-du-18-juillet-2013_n2013011468.html. Moniteur Belge. 2013 Oct 8;
  8. Braveman PA. Monitoring equity in health and healthcare: a conceptual framework. JHealth PopulNutr. 2003
  9. Maeseneer JD, Willems S. Terugdringen Sociale Gezondheidskloof: van concept naar politieke implementatie. Ghent University; 2021
  10. Health Interview Survey, Sciensano, 1997-2018. https://www.sciensano.be/nl/projecten/gezondheidsenquete-0