COVID-19-sterfte

1. COVID-19-sterfte

Achtergrond

COVID-19, een nieuwe ziekte

COVID-19 is de ziekte veroorzaakt door het SARS-CoV-2-virus. De meest voorkomende symptomen zijn koorts, hoesten en kortademigheid. In 80% van de gevallen zijn de infecties mild. Het risico op het ontwikkelen van een ernstige infectie neemt aanzienlijk toe met de leeftijd en met onderliggende aandoeningen zoals hart-, long- of nierziekte, diabetes, immunosuppressie of een actieve kwaadaardige ziekte.

Gevalsdefinities
  • COVID-19-gevallen: Volgens ECDC [1] kan een COVID-19-geval worden gedefinieerd door laboratoriumcriteria, dwz een positieve moleculaire test, door diagnostische beeldvormingscriteria, dwz radiologisch bewijs dat lesies aantoont die compatibel zijn met COVID-19, of door klinische criteria, dwz een persoon met ten minste een van de volgende symptomen (zonder andere duidelijke oorzaak): hoesten, koorts, kortademigheid of plotseling optreden van anosmie, ageusie of dysgeusie. Het ECDC heeft ook de niveaus van vertrouwen in de diagnose gedefinieerd, in functie van de diagnostische methode [1], en heeft de gevallen geclassificeerd als "bevestigd", "waarschijnlijk" en "mogelijk".
  • COVID-19-sterfgevallen: de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelt dat “een sterfgeval als gevolg van COVID-19 voor surveillancedoeleinden wordt gedefinieerd als een overlijden als gevolg van een klinisch compatibele ziekte, in een waarschijnlijk of bevestigd COVID-19-geval, tenzij een duidelijke alternatieve doodsoorzaak die niet in verband kan worden gebracht met de ziekte van COVID (bv. trauma) ”[2]. Het ECDC heeft later ook deze inclusiecriteria overgenomen [1]. België heeft een bredere inclusiestrategie aangenomen voor de surveillance van sterfgevallen, waarbij ook sterfgevallen in mogelijke gevallen op basis van klinische symptomen worden gerapporteerd. Er werden sterfgevallen gemeld in ziekenhuizen, instellingen voor langdurige zorg (long-term care facilities, LTCF's) en in de gemeenschap. De grondgedachte voor het verbreden van de gevalsdefinitie van een COVID-19-sterfte was de lage testcapaciteit tijdens de eerste weken van de epidemie, wat leidde tot een quasi-onmogelijkheid om een door het laboratorium bevestigde diagnose te krijgen voor patiënten in LTCF's. Als gevolg hiervan zou het monitoren van alleen sterfgevallen in bevestigde gevallen de ernst van de epidemie hebben verborgen.
Surveillance van COVID-19-sterfgevallen

In tijden van pandemieën is de quasi-realtime monitoring van de mortaliteit essentieel. In België is de oorzaakspecifieke sterfteregistratie via overlijdensakten een tweejarig proces, dat niet geschikt was voor operationeel toezicht. Om deze reden is een ad-hocregistratie opgezet voor de quasi-realtime monitoring van de COVID-19-mortaliteit. Sterfgevallen in ziekenhuizen worden geregistreerd via de Hospital Surge Capacity-enquête die wordt beheerd door Sciensano. Sterfgevallen buiten het ziekenhuis (in verpleeghuizen, andere instellingen, thuis en andere plaatsen) worden via specifieke tools aan de regionale autoriteiten gemeld. Sciensano is verantwoordelijk voor het compileren van de informatie uit de verschillende databronnen. COVID-19-sterfgevallen kunnen alleen volledig worden gerapporteerd volgens plaats van overlijden, om redenen van beschikbaarheid van gegevens (de woonplaats was namelijk niet beschikbaar voor ziekenhuissterfgevallen tot 24/04). Meer informatie is beschikbaar in een toegewijde publicatie [10].

Indicatoren

De volgende indicatoren worden hier gehanteerd:

  • Het aantal COVID-19 sterfgevallen in België (bron: COVID-19 mortaliteitssurveillance van Sciensano)
  • Bruto COVID-19-sterftecijfer per miljoen inwoners (bron: COVID-19 mortaliteitssurveillance van Sciensano)
  • Bruto COVID-19-sterftecijfer per miljoen inwoners in geselecteerde landen voor internationale vergelijkingen (bron: rapport van ULB-VUB [3], obv originele ECDC-gegevens [4])

Er is echter een belangrijke beperking in de internationale vergelijkbaarheid van deze indicatoren. Vanwege belangrijke verschillen in overlijdensmeldingsmethoden tussen landen [5], is de gerapporteerde COVID-19-sterfte niet goed geschikt voor internationale vergelijkingen. In België worden inderdaad sterfgevallen in ziekenhuizen en daarbuiten geteld, bovendien worden sterfgevallen van patiënten met een positieve laboratoriumtest, een suggestieve CT-scan van de thorax, of klinische symptomen gemeld als overlijden door COVID-19, terwijl veel andere landen meer restrictief waren. Daarom zullen we de cijfers van de COVID-19-sterftecijfers aanvullen met andere indicatoren (zie de sectie "algemene sterfte en oversterfte").

Voorstelling van de resultaten

Aangezien de situatie voortdurend evolueert, presenteert deze pagina:

  • De situatie aan het einde van de eerste golf (10 maart – 21 juni 2020) van de COVID-19-epidemie in België.
  • Voor de huidige situatie biedt deze pagina links naar de verschillende Sciensano-websites over de COVID-19 epidemie.

Eerst golf (10 maart – 21 juni 2020)

België

De eerste golf van COVID-19-sterfte begon op 10 maart 2020.

Op 21 juni (gegevens geëxtraheerd op 2 oktober), waren er in totaal 9585 COVID-19-overlijdens gemend in België, wat overeenkomt met een bruto cumulatief sterftecijfer van 834 overlijdens per miljoen inwoners. De piek van de eerste golf vond plaats op 8 april, met 321 overlijdens.

Meer dan de helft van alle COVID-19-overlijdens betrof mensen ouder dan 85 jaar.

Aantal COVID-19-sterfgevallen volgens datum van overlijden en gewest, tot en met 21 juni 2020, België
Bron: COVID-19-sterftedatabase, Sciensano
  • Aantal sterfgevallen
  • Sterftecijfers

Aantal COVID-19-sterfgevallen volgens leeftijdsgroep en geslacht, tot en met 21 juni 2020, België
Bron: COVID-19-sterftedatabase, Sciensano

Leeftijdsspecifieke COVID-19-sterftecijfers (per miljoen inwoners) volgens geslacht, tot en met 21 juni 2020, België
Bron: COVID-19-sterftedatabase, Sciensano

 

Regionale verschillen

De regionale verschillen in COVID-19-sterftecijfers tijdens de eerste golf waren eerder beperkt. De cumulatieve sterftecijfers uitgedrukt per miljoen inwoners waren respectievelijk 1212 in Brussel, 922 in Wallonië en 716 in Vlaanderen. Aangezien de sterftecijfers worden berekend volgens regio van overlijden, kan het iets hogere sterftecijfer in Brussel waarschijnlijk gedeeltelijk worden verklaard door een hogere concentratie van ziekenhuizen in een regio die uitsluitend uit een grote stad bestaat. Ook bevordert de hoge bevolkingsdichtheid in stedelijke gebieden de circulatie van het virus mogelijk.

Huidige situatie

Aangezien de gegevens voortdurend evolueren, verwijst deze pagina naar de belangrijkste website waar de waarden elke dag worden bijgewerkt. Gegevens kunnen op verschillende plaatsen en in verschillende vormen worden geraadpleegd:

  1. Dynamisch dashboard
  2. Rapporten:
    1. Dagelijkse rapporten die de belangrijkste indicatoren presenteren volgens gewest en over tijd. In een appendix zijn meer gedetailleerde cijfers en trends per provincie beschikbaar.
    2. Wekelijkse rapporten met meer gedetailleerde analyses werden gepubliceerd tijdens de eerste golf.
  3. Open data zijn beschikbaar voor de belangrijkste indicatoren. Gegevens voor COVID-19-sterfte omvatten het aantal sterfgevallen volgens leeftijdsgroep, geslacht, datum van ovrelijden, en gewest.
  4. Veelgestelde vragen over de datacollectie worden beantwoord in een specifiek document.

Internationale vergelijking

België heeft internationaal de aandacht getrokken vanwege de hoge COVID-19-sterfte. België heeft inderdaad een van de hoogste gecumuleerde sterftecijfers in Europa. Vanwege de genoemde methodologische beperkingen moeten deze cijfers echter met de nodige omzichtigheid worden geïnterpreteerd. Andere indicatoren zijn meer geschikt voor vergelijkingen tussen verschillende landen (zie de sectie "algemene sterfte en oversterfte").

Cumulatief COVID-19-sterftecijfer (per miljoen inwoners), 15/02 to 29/06, geselecteerde landen
Bron: ULB-VUB rapport over COVID-19-sterfte [3], sterftedata onttrokken aan ECDC [4]

Internationale epidemiologische data zijn beschikbaar op verschillende platformen:

2. Algemene sterfte en oversterfte

Achtergrond

Om de impact van COVID-19 op de mortaliteit te meten, is aanbevolen [3,6] om de algemene oversterfte te gebruiken om:

  • De rapportering van de COVID-19-sterfte via het ad-hoc surveillancesysteem te beoordelen;
  • De globale impact van COVID-19 op de sterftelast te meten; en
  • Internationale vergelijkingen toe te laten die minder vertekend zijn die op basis van de COVID-19-mortaliteit.

Waargenomen aantal sterfgevallen (door alle oorzaken): het aantal sterfgevallen in België wordt geregistreerd door de Belgisch Rijksregister. Dit proces is continu en vrij snel, aangezien meer dan 95% van de sterfgevallen binnen 3 weken wordt geregistreerd. De informatie die via deze dataflow beschikbaar is, bevat echter niet de doodsoorzaak, die slechts na 2 jaar beschikbaar komt. De informatie wordt doorgestuurd naar Sciensano voor het opsporen van ongebruikelijke sterfte (Be-MOMO-project) en naar Statbel voor publicatie op hun website en de berekening van bevolkingsstatistieken.

De oversterfte wordt gedefinieerd als het aantal waargenomen sterfgevallen dat het verwachte aantal sterfgevallen voor een bepaalde dag overschrijdt. Het aantal verwachte sterfgevallen (de baseline) kan worden berekend met verschillende methoden, die elk iets andere resultaten kunnen opleveren:

  1. Het Be-MOMO-project (Belgische mortaliteitsmonitoring) is een wekelijkse opvolging van de algemene sterfte door Sciensano. Het mortaliteitsmonitoringsmodel is een hulpmiddel voor snelle detectie en kwantificering van ongebruikelijke sterfte (die het gevolg kan zijn van ziekte-epidemieën zoals griep of van extreme omgevingscondities zoals hitte, koudegolven of milieuverontreiniging). Een tijdige beoordeling van de impact van bepaalde gebeurtenissen op de mortaliteit kan nuttig zijn als leidraad voor volksgezondheidsmaatregelen, bv. vaccinaties tegen influenza en het nationale hitte-actieplan [7]. Het model voorspelt het dagelijks verwachte aantal sterfgevallen samen met een voorspellingsinterval, door de sterftegegevens van de afgelopen 5 jaar en voorbije epidemische seizoenen en extreme milieugebeurtenissen (koude en hittegolven en luchtverontreiniging) te modelleren. Een dagelijks geobserveerd aantal sterfgevallen dat buiten het voorspellingsinterval valt, laat een statistisch significante sterfte-afwijking zien ten opzichte van het verwachte aantal. Wanneer het aantal waargenomen sterfgevallen de bovengrens van de voorspelling overschrijdt, is er een significant sterftecijfer voor deze dag, waardoor de correlaties tussen sterfte-afwijkingen en die gebeurtenissen kunnen worden gevisualiseerd [7,8]. De wekelijks bijgewerkte cijfers van Be-MOMO zijn te vinden op Epistat.
  2. In 2020 zijn in het kader van de COVID-19-epidemie andere berekeningen gemaakt om de oversterfte te verkrijgen met iets andere methodieken [3,9]. De belangrijkste verschillen met Be-MOMO zijn het gebruik van verschillende jaren als baselne, het ontbreken van correctie voor ongebruikelijke gebeurtenissen in voorgaande jaren en het feit dat er geen rekening wordt gehouden met een voorspellingsinterval.

In dit rapport gebruiken we de volgende indicatoren en databronnen:

Voor België
  • Algemene oversterfte, uitgedrukt als een "P-score", i.e., (geobserveerde sterfte – verwachte sterfte) / verwachte sterfte * 100
    • Deze oversterfte is weergegeven per week, van 10 maart tot begin juni 2020. De gemiddelde P-scores zijn weergegeven voor de volgende periodes:
      • Van week 13 tot week 18, waar de oversterfte statistisch significant was
      • Van week 11 (eerste COVID-19-sterfgeval) tot week 21 (geen oversterfte meer)
  • Vergelijking tussen de oversterfte en de COVID-19-sterfte tijdens de eerste golf
Voor internationale vergelijkingen

We zullen geselecteerde internationale en regionale vergelijkingen gebruiken uit het mortaliteitsrapport van de ULB-VUB [3]. De onderzoekers hebben enkele EU-landen geselecteerd op basis van de relevantie van de vergelijking met België. De oorspronkelijke gegevens waren afkomstig van ECDC [4] en ONS-UK [9].

Algemene sterfte en oversterfte

Een oversterfte tijdens de eerste golf van de COVID-19-epidemie werd waargenomen in Be-MOMO van week 12 (vanaf 16/03/2020) tot week 19 (eindigend op 10/05/2020). Deze overschrijding was statistisch significant van week 13 (23/03) tot week 18 (eindigend op 03/05), met een piek die 100% overschrijding bereikte in week 15 (06/04). Dit is een goede indicator van de globale impact van COVID-19 op sterfte. De finale tol van oversterfte kan echter pas tegen het einde van het jaar bepaald worden, aangezien de periode van oversterfte kan worden gecompenseerd door perioden van ondersterfte.

De gemiddelde oversterfte tijdens de periode waarin het statistisch significant was (week 13 tot 18), bedroeg +61%. Er waren echter belangrijke leeftijdsverschillen. Zo bereikte de oversterfte +76% bij mensen van 85+, +62% bij mensen van 65-84 jaar, en +18% bij mensen onder de 65 jaar. De gemiddelde oversterfte in de periode vanaf het eerste COVID-19-overlijden tot het einde van de oversterftermijn (week 11 t / m 21) bedroeg +37%.

Aantal sterfgevallen door alle oorzaken, per week, België
Bron: Be-MOMO [7] en COVID-19-sterftedatabase, Sciensano
Covid mort EN

Vergelijking oversterfte en COVID-19-sterfte

Tijdens de eerste golf was er een heel goede correlatie (91%) tussen de algemene oversterfte en de COVID-19-sterfte. Dit was een belangrijke externe validatie van de Belgische inclusiecriteria voor COVID-19-sterfgevallen [6].

Verwacht aantal sterfgevallen en betrouwbaarheidsintervallen, waargenomen aantal sterfgevallen, en COVID-19-sterfgevallen tot en met 22 juni 2020, België
Bron: Be-MOMO [7] en COVID-19-sterftedatabase, Sciensano

 

Grafiek gemaakt door Mathias Leroy
 
Meer informatie

Internationale vergelijking

Vanwege de eerder genoemde methodologische problemen, is de algemene oversterfte tijdens de eerste COVID-19-golf een geschiktere indicator dan de specifieke COVID-19-sterfte voor internationale vergelijkingen van de impact van de COVID-19. Met behulp van deze indicator hebben het VK, Spanje en Italië de hoogste sterftecijfers in de selectie van landen.

Cumulatief oversterftecijfer (per miljoen inwoners), tijdens de respectievelijke periodes van oversterfte, geselecteerde landen
Bron: ULB-VUB rapport over COVID-19-sterfte [3], sterftedata onttrokken aan ECDC [4]

Referenties

  1. ECDC. Case definition for coronavirus disease 2019 (COVID-19), as of 29 May 2020. https://www.ecdc.europa.eu/en/covid-19/surveillance/case-definition
  2. WHO. International guidelines for certification and classification (coding) of COVID-19 as cause of death. WHO; 2020 Apr. Report No.: WHO/HQ/DDI/DNA/CAT.
  3. Lagasse R, Deboosere P. Évaluation épidémiologique de l’impact du Covid-19 en Belgique à la date du 15 juillet 2020. https://esp.ulb.be/fr/les-actus/l-esp-dans-les-medias/rapport-d-analyse-de-l-epidemie-covid-19-n-ii
  4. ECDC. Daily number of new reported cases of COVID-19 by country worldwide. https://www.ecdc.europa.eu/en/publications-data/download-todays-data-geographic-distribution-covid-19-cases-worldwide
  5. European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC). Weekly surveillance report on COVID-19, Week 24, 2020. https://covid19-surveillance-report.ecdc.europa.eu/#4_severity
  6. Bustos Sierra N, Bossuyt N, Braeye T, Leroy M, Moyersoen I, Peeters I, et al. All-cause mortality supports the COVID-19 mortality Belgium: comparison with major fatal events of the last century. Submitted.
  7. Sciensano. Epistat – Belgian Mortality Monitoring (Be-MOMO). https://epistat.wiv-isp.be/momo/
  8. Cox B, Wuillaume F, Van Oyen H, Maes S. Monitoring of all-cause mortality in Belgium (Be-MOMO): a new and automated system for the early detection and quantification of the mortality impact of public health events. Int J Public Health. 2010 Aug 1;55(4):251–9.
  9. Campbell A, Morgan E. Comparisons of all-cause mortality between European countries and regions. Office for National Statistics; 2020. https://www.ons.gov.uk/peoplepopulationandcommunity/birthsdeathsandmarriages/deaths/articles/comparisonsofallcausemortalitybetweeneuropeancountriesandregions/januarytojune2020
  10. Renard F, Scohy A, Van der Heyden J, Peeters I, Dequeker S, Vandael E, et al. COVID-19 mortality surveillance: the Belgian experience. Submitted to Eurosurveillance