Sterftecijfer

1. Kernboodschappen

Het sterftecijfer is de voorbije 15 jaar redelijk stabiel gebleven met ongeveer 105.000 sterfgevallen per jaar. Het bruto sterftecijfer daalt geleidelijk, maar omdat de mensen op latere laaftijd sterven, is de leeftijdsspecifieke sterfte in de laatste 15 jaar met 19% gedaald.
Vroegtijdige sterfte (voor 75 jaar) neemt algemeen gezien af in Europa. In België is vroegtijdige sterfte met 22% gedaald tussen 2001 en 2005. België scoort echter slecht binnen de landen van de EU-15, met een overmatig verlies aan potentiële levensjaren (VPLJ) van 8% bij mannen en 13% bij vrouwen in vergelijking met het EU-15 gemiddelde in 2015.
Het sterftecijfer is hoger bij mannen dan bij vrouwen (het algemene sterftecijfer is 1,5 keer hoger en vroegtijdige sterfte is 1,7 keer hoger).
Het sterftecijfer vertoont geografische verschillen met een lager sterftecijfer in het Vlaamse gewest ten opzichte van de andere gewesten. De regionale verschillen zijn meer uitgesproken voor vroegtijdige sterfte met 40% meer sterfgevallen in het Waals gewest en 19% meer sterfgevallen in het Brussels hoofdstedelijk gewest in vergelijking met het Vlaams gewest. Het sterftecijfer neemt af in elk van de regio’s maar de regionale verschillen blijven behouden.

2. Achtergrond

Het sterftecijfer is een gezondheidsindicator of beter gezegd een indicator voor “slechte gezondheid”. Niettegenstaande hierbij een onomkeerbare gebeurtenis wordt gemeten, geeft het sterftecijfer unieke informatie over de volksgezondheid, zoals het belang en evolutie in de tijd van ernstige gezondheidsproblemen, evenals bepaalde inzichten in de gezondheidsdeterminanten. Het sterftecijfer wordt traditioneel al langer als gezondheidsindicator gebruikt en kan met grotere betrouwbaarheid gemeten worden dan andere indicatoren.

In dit rapport beschrijven we het bruto sterftecijfer (alle leeftijden inbegrepen) en de vroegtijdige sterfte (voor 75 jaar). Met vroegtijdige sterfte wordt verwezen naar voortijdige overlijdens (op een leeftijd jonger dan de levensverwachting). Voor het definiëren van vroegtijdige sterfte kunnen verschillende grenswaarden aangenomen worden. In dit rapport worden overlijdens voor de leeftijd van 75 jaar als vroegtijdige sterfte gedefinieerd. Het terugdringen van voortijdige sterfte is een belangrijke doelstelling voor de volksgezondheid: in termen van maatschappelijk en menselijk verlies is het belangrijk om te voorkomen dat burgers te vroeg sterven. Bovendien is veel van de vroegtijdige sterfte te voorkomen door het volksgezondheidsbeleid.

Het bruto sterftecijfer (dit is het aantal sterfgevallen in een bepaald jaar gedeeld door de populatiegrootte) is niet zo geschikt als gezondheidsindicator omdat sterfte sterk gerelateerd is met leeftijd en het bruto sterftecijfer in oudere populaties toeneemt niettegenstaande een betere gezondheidsstandaard. Om vergelijking van sterfte-indicatoren mogelijk te maken, dient bijgevolg gebruik gemaakt te worden van schatters die gecorrigeerd worden volgens de leeftijdssamenstelling van de populatie. In dit rapport wordt het voor leeftijd gecorrigeerde sterftecijfer gebruikt waarbij de samenstelling van de Belgische populatie in 2010 als referentie werd beschouwd. Naast het leeftijdsspecifieke sterftecijfer, kan de vroegtijdige sterfte beschreven worden aan de hand van het verlies aan potentiële levensjaren (VPLJ). Deze indicator weegt elk overlijden in functie van de leeftijd waarbij een groter gewicht wordt toegekend aan jongere leeftijden (het gewicht wordt berekend door 75 te verminderen met de leeftijd bij overlijden). In dit rapport wordt het VPLJ gebruikt om een vergelijking met andere landen mogelijk te maken. Deze indicator wordt gecorrigeerd op basis van leeftijd en vergeleken met de OESO 2010 populatie als referentie.

3. Bruto sterftecijfer

Het bruto sterftecijfer is de laatste 15 jaar nauwelijks gedaald en was nagenoeg gelijk voor mannen en vrouwen met ongeveer 980 sterfgevallen per 100.000 inwoners in 2015. Na correctie volgens leeftijd, wordt bij mannen een 50% hogere sterftecijfer dan bij vrouwen waargenomen (respectievelijk 1118 en 748 per 100.000 inwoners in 2015). Tussen 2001 en 2015 daalde het sterftecijfer bij mannen met 24% en bij vrouwen met 16%. 

In 2015, was het sterftecijfer in Wallonië en Brussel 22% respectievelijk 8% hoger dan in Vlaanderen.  Het sterftecijfer daalt zowel bij mannen als bij vrouwen en dit zowel voor België als de drie gewesten.

  • Mannen
  • Vrouwen

Voor leeftijd gecorrigeerd sterftecijfer (*) bij mannen, in België en de gewesten, 2001-2015
Bron: SPMA, op basis van de gegevens van Statbel [1]
(*) met de Belgische populatie 2010 als referentie

Voor leeftijd gecorrigeerd sterftecijfer (*) bij vrouwen, in België en de gewesten, 2001-2015
Bron: SPMA, op basis van de gegevens van Statbel [1]
(*) met de Belgische populatie 2010 als referentie

4. Vroegtijdige sterfte

België

In 2015 was de voor leeftijd gecorrigeerde vroegtijdige sterfte (0-75 jaar) in België 325,1/100.000 inwoners. De voor leeftijd gecorrigeerde vroegtijdige sterfte voor mannen (414,8) was 1,7 keer hoger dan voor vrouwen (240,7). Het voor leeftijd gecorrigeerde vroegtijdig sterftecijfer neemt over de jaren heen sneller af voor mannen dan voor vrouwen met een vermindering van respectievelijk 26% en 16% tussen 2001 en 2015.

Geografische verschillen

De vroegtijdige sterfte toont belangrijke geografische verschillen: de vroegtijdige sterfte is het laagst in Vlaanderen, en is in Wallonië en Brussel, respectievelijk, 41% en 23% hoger bij mannen en 41% en 18% hoger bij vrouwen. De vroegtijdige sterfte neemt af in de drie gewesten maar de verschillen tussen Vlaanderen en de twee andere gewesten blijven gelijk.

  • Mannen
  • Vrouwen

Voor leeftijd gecorrigeerd vroegtijdig sterftecijfer (*) bij mannen, in België en de gewesten, 2001-2015
Bron: Eigen berekeningen gebaseerd op de gegevens van Statbel [2]
(*) met de Belgische populatie 2010 als referentie


Voor leeftijd gecorrigeerd vroegtijdig sterftecijfer (*) bij vrouwen, in België en de gewesten, 2001-2015
Bron: Eigen berekeningen gebaseerd op de gegevens van Statbel [2]
(*) met de Belgische populatie 2010 als referentie

 

Op niveau van de districten zien we in de meeste Vlaamse districten een lagere vroegtijdige sterfte in vergelijking met het Belgische gemiddelde sterftecijfer terwijl in de Brusselse en Waalse districten het omgekeerde wordt waargenomen (met uitzondering van Nijvel voor zowel mannen als vrouwen). Het hoogste vroegtijdige sterftecijfer werd waargenomen in Henegouwen, dat als een van de meest achtergestelde provincies van België wordt beschouwd (volgens de graad van werkloosheid en het inkomensniveau).

  • Mannen
  • Vrouwen

Voor leeftijd gecorrigeerd vroegtijdig sterftecijfer (*) bij mannen, volgens district, 2001-2014
Bron: Eigen berekeningen gebaseerd op de gegevens van Statbel [2]
(*) met de Belgische populatie 2010 als referentie

 premature mortality district men

Voor leeftijd gecorrigeerd vroegtijdig sterftecijfer (*) bij vrouwen, volgens district, 2001-2014
Bron: Eigen berekeningen gebaseerd op de gegevens van Statbel [2]
(*) met de Belgische populatie 2010 als referentie

premature mortality district women

Internationale vergelijkingen

Voor de internationale vergelijking van de vroegtijdige sterfte werd het verlies aan potentiële levensjaren (VPLJ) als indicator gebruikt. In de EU-15 landen is de vroegtijdige sterfte in de laatste decennia continu afgenomen. Op vlak van vroegtijdige sterfte scoort België slecht binnen de EU-15 en dit zowel voor mannen als voor vrouwen. In België nam het VPLJ in 2015 (of dichtstbijzijnde jaar) toe ten opzichte van het EU-15 gemiddelde met 8% bij mannen en 13% bij vrouwen.

  • Mannen
  • Vrouwen

Verlies aan potentiële levensjaren (0-75) bij mannen, per land, Europa, 2015 of dichtstbijzijnde jaar
Bron: Eigen berekeningen gebaseerd op de sterftegegevens van de Wereldgezondheidsorganisatie [3]

Verlies aan potentiële levensjaren (0-75) bij vrouwen, per land, Europa, 2015 of dichtstbijzijnde jaar
Bron: Eigen berekeningen gebaseerd op de sterftegegevens van de Wereldgezondheidsorganisatie [3]

5. Meer informatie

Bekijk de metadata voor deze indicator

SPMA: Standardized Procedures for Mortality Analysis

Definities

EU-15
De EU-15 komt overeen met alle landen die tussen 1995 en 2004 tot de Europese Unie behoorden: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, en Zweden. We vergelijken de Belgische gezondheidsstatus met die van de EU-15 omdat deze landen vergelijkbare sociaal-economische omstandigheden hebben.
Verlies aan potentiële levensjaren
Het verlies aan potentiële levensjaren (VPLJ) is een maat voor het aantal verloren levensjaren ten gevolge van een vroegtijdige sterfte. Bij het VPLJ wegen sterfgevallen op jongere leeftijd zwaarder door dan sterfgevallen op oudere leeftijd. Voor de berekening van het VPLJ wordt de som berekend van het aantal sterfgevallen vermenigvuldigd met het overgebleven aantal niet geleefde jaren berekend tot een zekere leeftijdslimiet (hier 75 jaar).
Voor leeftijd gecorrigeerde sterfte
Het sterftecijfer geeft het aantal geregistreerde sterfgevallen in een land weer gedeeld door de overeenkomstige populatiegrootte. De voor leeftijd gecorrigeerde sterfte geeft het volgens leeftijd gewogen gemiddelde sterftecijfer weer en kan zo de verschillen te wijten aan de leeftijdsstructuur van de bevolking opvangen.
Vroegtijdige sterfte
De vroegtijdige sterfte wordt hier gedefinieerd als het aantal geregistreerde sterfgevallen jonger dan 75 jaar gedeeld door de overeenkomstige populatiegrootte. De vroegtijdige sterfte is gecorrigeerd volgens leeftijd.

Referenties

  1. Standardized Procedures for Mortality Analysis. https://spma.wiv-isp.be/SitePages/Home.aspx
  2. Statbel. https://statbel.fgov.be/nl/themas/bevolking/sterfte-levensverwachting-en-doodsoorzaken
  3. World Health Organization, mortality database http://www.who.int/healthinfo/statistics/mortality_rawdata/en/