Beschrijving van het Belgische gezondheidssysteem

1. Nieuws en updates (in Engels)

De beschrijving van het Belgische gezondheidssysteem wordt regelmatig bijgewerkt op het platform van de European Observatory on Health Systems and Policies: HSPM platform - nieuws en updates.

Als reactie op de COVID-19 uitbraak werd een extra platform, het Health System Response Monitor (HSRM), gecreëerd om actuele informatie te verzamelen en te ordenen over hoe landen op de crisis reageren. De maatregelen voor België zijn hier te vinden: HSRM platform – COVID-19 maatregelen.

2. Samenvatting

Het Belgische gezondheidssysteem omvat een ruime waaier aan diensten, waarop bijna de volledige bevolking een beroep kan doen. Het systeem wordt vooral gefinancierd door de sociale bijdragen, die in verhouding tot het inkomen worden betaald (proportionele ontvangsten). Het zorgaanbod is gebaseerd op het principe van de zelfstandige medische praktijk, de vrije keuze van zorgverlener en zorginstelling, en van (voornamelijk) een vergoeding per verstrekking (fee for service).

De Belgische bevolking heeft een goede gezondheid en een hoge levensverwachting. Dit is voor een deel dankzij de goede toegang tot een groot aantal zorgdiensten van hoge kwaliteit. Er zijn echter nog steeds uitdagingen, nl inzake gepast gebruik van geneesmiddelen (overmatig gebruik van antibiotica en psychotrope geneesmiddelen), de beperkte toegankelijkheid tot geestelijke gezondheidszorg en tandzorg (door de hogere kosten voor de gebruiker), de socio-economische ongelijkheden in gezondheid, en de nood aan een verdere versterking van het preventiebeleid. Het systeem moet ook blijven evolueren om een vergrijzende bevolking, de toename van chronische aandoeningen en de ontwikkeling van nieuwe technologieën te kunnen opvangen.

Het huidige Belgische HiT-profiel (2020) weer hoe het Belgische gezondheidssysteem sinds 2014 is geëvolueerd. Het bevat ook gedetailleerde informatie over nieuwe beleidsmaatregelen. De belangrijkste hervormingen zijn een bijkomende overdracht van bevoegdheden van de federale overheid naar de gefedereerde deelstaten en de reorganisatie van het ziekenhuislandschap. De beleidsmakers willen ook de toegang tot hoogkwalitatieve diensten verder verbeteren, en het systeem meer duurzaam en doeltreffend maken. Daarom werden verschillende maatregelen genomen voor de promotie van multidisciplinaire en geïntegreerde zorg, van de concentratie van medische expertise, van zorgtrajecten en de empowerment van patiënten, van evidence-based geneeskunde, output-based care, en van een “one-health” aanpak. Ook wordt er samengewerkt met de buurlanden rond de prijszetting en de terugbetaling van innovatieve (zeer dure) geneesmiddelen om een betere toegankelijkheid te garanderen. Verwacht wordt dat in de toekomst de focus zal worden gelegd op de veerkracht van het systeem, omwille van de bijkomende uitdagingen die de COVID-19-crisis ongetwijfeld aan het licht zal brengen.

3. Beknopt overzicht

De Belgische bevolking heeft een goede gezondheid en een hoge levensverwachting

De levensstandaard in België wordt als hoog beschouwd, en in vergelijking met andere Europese landen werd deze weinig getroffen door de financiële crisis van 2008. Er worden wel nog steeds inspanningen gedaan om de staatsschuld en het aandeel van de bevolking met een risico op armoede of sociale uitsluiting te verkleinen, en om de tewerkstellingsgraad te verhogen.

De Belgische bevolking groeit elk jaar met ongeveer 0,5%, door een positief migratiesaldo (meer immigratie dan emigratie) en een positief natuurlijk saldo (meer geboortes dan overlijdens). Verwacht wordt dat de veroudering zeker tot 2070 zal toenemen: naar schatting zal het aandeel 67-plussers (met een nieuwe cut-off gebaseerd op de verhoogde pensioenleeftijd) van 16,5% in 2018 naar 22,9% in 2070 toenemen.

De gezondheidstoestand van de Belgische bevolking is in het algemeen goed, met een stijgende levensverwachting net boven het EU-28-gemiddelde (Lidstaten van de Europese Unie op 1 juli 2013), maar onder het EU-15-gemiddelde (EU-lidstaten vóór mei 2004). Toch is er veel obesitas en alcohol- en tabaksgebruik, en dit heeft een significante impact op de volksgezondheid. Het verkleinen van de socio-economische ongelijkheid blijft ook een uitdaging en het preventiebeleid wordt best verder versterkt. Daarbij moet vooral aandacht gaan naar de risicofactoren en aandoeningen die de meeste ziektelast veroorzaken. Cerebrovasculaire en ischemische hartaandoeningen (IHD) zijn de belangrijkste oorzaken van overlijden, gevolgd door dementie (met inbegrip van alzheimer), longkanker en chronische obstructieve longziekte (COPD).

De bevoegdheden worden gedeeld tussen de federale overheid en de gefedereerde deelstaten

België heeft drie officiële talen (Nederlands, Frans en Duits) en drie bevoegdheidsniveaus: de federale overheid, de gefedereerde deelstaten (drie gewesten gebaseerd op territorium en drie gemeenschappen gebaseerd op taal), en de lokale overheden (provincies en gemeenten).

België is een federale staat met een parlementaire democratie. Het politieke systeem is gebaseerd op proportionele vertegenwoordiging, en er zijn veel verschillende politieke partijen (Nederlandstalig, Franstalig of Duitstalig). De bevoegdheden inzake gezondheidszorg en het gezondheidszorgsysteem – gebaseerd op een verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging (ziekteverzekering) via sociale bijdragen – zijn verdeeld onder de federale overheid en de gefedereerde deelstaten. De federale overheid is bevoegd voor het algemeen belang van alle Belgen, dus voor de verplichte ziekteverzekering, voor het bepalen van het ziekenhuisbudget en de algemene organisatie van het systeem, voor de regulering van de gezondheidsproducten en de daarmee verband houdende activiteiten, voor de regulering van de gezondheidsprofessionals en voor de patiëntrechten. Het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) beheert de verplichte ziekteverzekering, terwijl het Ministerie van Volksgezondheid (FOD-Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de voedselketen en Leefmilieu – Directoraat-generaal Gezondheidszorg) verantwoordelijk is voor de algemene organisatie en planning van het gezondheidssysteem.

De gefedereerde deelstaten zijn de belangrijkste bevoegde overheden voor ouderenzorg, gehandicaptenzorg (incl de toekenning van uitkeringen), geestelijke gezondheidszorg, eerstelijns- en thuiszorg, revalidatie, gezondheidspromotie en ziektepreventie. Voor een goede samenwerking tussen de federale overheid en de gefedereerde deelstaten worden er geregeld interministeriële conferenties georganiseerd.

Het budget voor de ziekteverzekering en het gezondheidsbeleid wordt bepaald tijdens onderhandelingen tussen de vertegenwoordigers van de overheid, patiënten (via de ziekenfondsen), werkgevers, werknemers en zelfstandigen. De zorgverleners worden betrokken bij beslissingen over de tarieven en de terugbetalingen van geneeskundige prestaties. Deze beslissingen worden vastgelegd in nationale overeenkomsten of akkoorden tussen vertegenwoordigers van de zorgverleners en de ziekenfondsen.

De verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging (ziekteverzekering) wordt gefinancierd door sociale bijdragen, die in verhouding staan tot het inkomen (proportionele ontvangsten)

Een pijler van het Belgische gezondheidssysteem is de verplichte ziekteverzekering, die gebaseerd is op solidariteit tussen alle Belgische inwoners.

Zijn belangrijkste bron van financiering zijn de sociale bijdragen, die in verhouding staan tot het inkomen van de betaler (proportionele ontvangsten - de belastingvoet blijft onveranderd, ongeacht het inkomen, met enkele uitzonderingen). Daarnaast zijn er overheidssubsidies en een alternatieve financiering. De overheidssubsidies worden gefinancierd via ontvangsten uit o.a. de personenbelasting. Zij worden algemeen beschouwd als progressief (de belastingvoet stijgt met het inkomen). De alternatieve financiering bestaat vooral uit ontvangsten van de belasting over de toegevoegde waarde (BTW), die regressief is (het gewicht ervan is groter voor mensen met een laag inkomen) en in mindere mate uit ontvangsten uit de roerende voorheffing, die progressief is.

Vooral sinds de 6de staatshervorming werd de publieke financiering van de verplichte ziekteverzekering meer progressief: 7,3% van de totale ontvangsten kwam in 2007 uit progressieve financiering. In 2017 bedroeg dit aandeel 14,1%. Toch was het aandeel uit de proportionele en de regressieve ontvangsten (respectievelijk 52,6% en 26,7%) in 2017 hoger dan dat van de progressieve (14,1%). Door een daling van het aandeel van de sociale bijdragen (zie verder in Hoofdstuk 3), namen de proportionele ontvangsten namelijk af, van 61,5% in 2007 tot 52,6% in 2017.

Om deze uitgaven onder controle te houden, werd in 1995 een reële groeinorm ingevoerd, die een limiet stelt aan de begrotingsdoelstelling voor de verplichte ziekteverzekering.

De verplichte ziekteverzekering wordt beheerd door het RIZIV. Het kent een prospectief budget toe aan de ziekenfondsen. Deze zijn non-profit-, privé-organisaties die instaan voor de terugbetaling van de geneeskundige prestaties die door de verplichte ziekteverzekering worden gedekt, en voor het betalen van een vervangingsinkomen bij langdurige ziekte aan hun leden. Elke Belgische inwoner moet aangesloten zijn bij een ziekenfonds van zijn/haar keuze of bij de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (HZIV). In 1995 werden de ziekenfondsen meer verantwoordelijk gemaakt voor de gezondheidsuitgaven van hun leden. Sindsdien berekent het RIZIV op het einde van elk jaar voor elk ziekenfonds het verschil tussen de reële gezondheidsuitgaven van zijn leden en zijn zogenoemde normatieve (risicogewogen) uitgaven. Elk ziekenfonds moet een deel van dit verschil financieel op zich nemen.

Daarnaast kunnen de Belgische inwoners zich ook aansluiten bij een vrijwillige ziekteverzekering voor diensten die niet of gedeeltelijk door de verplichte ziekteverzekering worden gedekt (bv. voor supplementen als patiënten kiezen voor een eenpersoonskamer in een ziekenhuis). Deze verzekeringen worden aangeboden door non-profit organisaties (de verzekeringsmaatschappijen van onderlinge bijstand en de ziekenfondsen) en door privé verzekeraars.

De Belgische inwoners zijn gedekt voor een brede waaier aan gezondheidsdiensten

De verplichte ziekteverzekering dekt 99% van de Belgische inwoners voor een brede waaier aan diensten, zonder selectie op basis van gezondheidsrisico’s. De ongeveer 1% inwoners dat niet is gedekt, voldoet niet aan de administratieve en/of financiële vereisten. Sommige categorieën van kwetsbare personen (bv. mensen zonder wettig verblijf) en personen die onder een ander verzekeringssysteem vallen (bv. buitenlanders die werken voor internationale organisaties) behoren niet tot deze 1%. Dat betekent niet dat ‘onverzekerde personen’ geen recht hebben op noodzakelijke medische zorg. Ze worden gedekt via andere systemen, vooral via dat van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (bv. dringende medische hulp voor mensen zonder wettig verblijf).

In 2017 vertegenwoordigden de uitgaven voor gezondheidszorg 10,3% van het bruto binnenlands product (BBP) en bedroegen de uitgaven uitgedrukt in US$ PPP (koopkrachtpariteit) per capita 5119,1. Meer dan drie kwart van deze gezondheidsuitgaven wordt gefinancierd door de overheid (77,25% in 2017). Het aandeel van de vrijwillige ziekteverzekeringen is vrij klein (5,12% van de gezondheidsuitgaven in 2017). Het patiëntaandeel in de zorgkosten (17.63% in 2017) omvat de officiële remgelden, de supplementen en de niet-terugbetaalde prestaties. In 2017 maakten de netto remgelden (na aftrek van interventies binnen het kader van de maximum factuur) ongeveer 22% uit van de eigen bijdragen van de patiënten. Het exacte aandeel van de supplementen (voornamelijk in de ambulante zorg) is onbekend. Het remgeld varieert tussen de zorgdiensten en patiënten met een verhoogde tegemoetkoming betalen minder remgeld. Er bestaan dus een aantal beschermingsmechanismen (bv. de verhoogde tegemoetkoming en de maximumfactuur, waarbij het remgeld tot een bepaald plafond wordt beperkt) die voornamelijk afhangen van het gezinsinkomen.

Alle (geheel of gedeeltelijk) door de verplichte ziekteverzekering terugbetaalde zorgprestaties worden beschreven in een nationale lijst (de nomenclatuur). Daarin staan o.a. de officiële tarieven en de manier waarop deze worden vergoed door de overheid (het terugbetaalde bedrag) en de patiënt (het remgeld). Dit alles wordt vastgelegd in overeenkomsten (conventies) en nationale akkoorden, die jaarlijks of tweejaarlijks worden onderhandeld tussen vertegenwoordigers van ziekenfondsen en zorgverleners. De beslissing om zorgprestaties terug te betalen is gebaseerd op de toegevoegde therapeutische waarde van de interventie en zijn budgetimpact. Bij voorkeur worden evidence-based praktijken met hoge therapeutische waarde terugbetaald, terwijl dit voor bv. esthetische of comfortdiensten, zoals plastische chirurgie en orthodontie alleen onder bepaalde voorwaarden gebeurt (bv. borstreconstructie na kanker). Wanneer we kijken naar het aandeel van de patiënt, zien we dat de terugbetalingen meer beperkt zijn voor geestelijke gezondheidszorg en tandzorg, dan voor andere soorten zorg.

Om overmatige zorgconsumptie te vermijden en een verantwoord gebruik van publieke middelen aan te moedigen, moet de grote meerderheid van de patiënten eerst het volledige tarief betalen, en vervolgens terugbetaling vragen aan het ziekenfonds. Een derdebetalerssyteem, waarbij het ziekenfonds rechtstreeks aan de zorgverlener betaalt, was in eerste instantie enkel van toepassing bij geneesmiddelen op voorschrift en bij ziekenhuis/residentiële zorg. Dit systeem wordt wel geleidelijk uitgebreid naar de eerstelijnszorg (momenteel voor kwetsbare sociale groepen en chronische patiënten). Daarnaast zijn er wijkgezondheidscentra die van de mutualiteiten een forfait ontvangen in functie van het aantal patiënten dat bij deze centra is geregistreerd. De patiënten die voor dit systeem hebben gekozen, hoeven dus niet te betalen voor de diensten van het wijkgezondheidscentrum.

De zelfstandige medische praktijk, keuzevrijheid en fee-for-service vormen de basis van de zorgverlening

De Belgische zorgverlening is gebaseerd op de principes van de zelfstandige medische praktijk, een rechtstreekse toegang (geen gatekeeping), de vrije keuze van artsen en zorgstellingen (met inbegrip van de ziekenhuizen), en voornamelijk een fee-for-service betaling (toch is de betaling van forfaitaire bedragen de voorbije jaren gestegen).

De terugbetaalde zorg wordt verleend door individuele zorgverleners en door publieke en privé-instellingen. Zij volgen voornamelijk dezelfde regelgeving, genieten dezelfde therapeutische vrijheid en verlenen dezelfde diensten. De patiënten hebben de vrije keuze van zorgverlener en hebben rechtstreekse toegang tot de meeste gespecialiseerde of intramurale zorg, zonder voorafgaande raadpleging van een huisarts.

Artsenaantallen worden geregeld door een contingentering (quotasysteem)

De dichtheid van de praktiserende artsen is eerder stabiel gebleven en ligt onder het EU-15-gemiddelde (3,1 op 1000 inwoners in België, versus 3,8 op 1000 inwoners in EU-15 - 2018, maar de definitie van praktiserende artsen verschilt tussen de landen).

Het Belgische artsenkorps veroudert, vooral dat van de huisartsen. In 2018 was 44,3% van alle praktiserende artsen 55 jaar en ouder, tegenover 24,1% in 2000. Tussen 2004 en 2017 steeg het aantal praktiserende verpleegkundigen (van 8,8 tot 11,2 op 1000 inwoners), maar het aantal patiënten per verpleegkundige in de ziekenhuizen blijft hoog.

Voor de artsen is de toegang tot specialisatie (met inbegrip van huisartsgeneeskunde) beperkt door een quotasysteem. Er zijn globale quota voor het maximum aantal artsen, en er zijn minimum quota voor bepaalde specialisaties met een potentieel tekort (bv. voor huisartsen). Deze quota worden vastgelegd door de federale minister van Sociale zaken en Volksgezondheid, op basis van het advies van de Planningscommissie medisch aanbod van de FOD Volksgezondheid, die nagaat wat de medische beroepsbevolking nodig heeft. Een gelijkaardig quotasysteem is ook in voege voor de tandartsen.

De regulering van de zorgprofessionals wordt gemoderniseerd

Sinds 2014 wordt de regulering van de zorgprofessionals hervormd en is ze gebaseerd op drie pijlers: competente zorgverleners, geïntegreerde en multidisciplinaire gezondheidszorg en patiëntgerichte zorg. Er werden nieuwe beroepstitels en bevoegdheden gecreëerd (zoals de verpleegkundig specialist of de mondhygiënist) en er werd een nieuwe wet op kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg uitgewerkt.

Een veranderend ziekenhuislandschap

In de ziekenhuissector hebben fusies geleid tot grotere ziekenhuizen, met meerdere ziekenhuissites. Er zijn ziekenhuizen voor acute zorg, gespecialiseerde of geriatrische ziekenhuizen en psychiatrische ziekenhuizen. In december 2018 waren er 174 ziekenhuizen (105 ziekenhuizen voor acute zorg, 9 gespecialiseerde of geriatrische ziekenhuizen en 60 psychiatrische ziekenhuizen) verspreid over 288 sites. De geografische spreiding van ziekenhuizen en het aantal bedden vormen een weerspiegeling van de bevolkingsspreiding.

Het maximum aantal bedden in de ziekenhuizen voor acute zorg ligt vast sinds 1982. Er is ook een nationale programmatie voor zware medische apparatuur en sommige gespecialiseerde diensten en zorgprogramma’s. Het aantal acute bedden daalt geleidelijk (tussen 2000 en 2018: van 620 naar 497 op 100 000 inwoners), en dit zal zich naar verwachting voortzetten. Daarentegen zal de capaciteit voor daghospitalisatie, geriatrische bedden en bedden voor chronische zorg moeten stijgen, om te voldoen aan de veranderende behoeften van de bevolking. Net als in andere buurlanden is de gemiddelde verblijfsduur in acute zorg gedaald, om verschillende redenen, zoals door financiële stimulansen voor de ziekenhuizen, om hun doeltreffendheid te verhogen.

De Belgische ziekenhuisfinanciering heeft een duale vergoedingsstructuur, op basis van het type diensten: (1) verpleegkundige en niet-medische activiteiten. Deze worden gefinancierd door een nationaal gesloten budget dat jaarlijks wordt vastgelegd (het Budget Financiële Middelen – BFM), en toegekend aan de ziekenhuizen volgens een uitgebreid aantal criteria en parameters (met als voornaamste onderdeel de klinische werkingskosten op basis van de zogenaamde ‘verantwoorde activiteiten’ volgens de nationale gemiddelde verblijfsduur per pathologie (All Patient Refined-Diagnosis Related Groups / APR-DRG); en (2) medische en medisch-technische activiteiten (consultaties, laboratoria, medische beeldvorming en technische procedures) en paramedische activiteiten (kinesitherapie). Deze worden voornamelijk betaald via een fee-for-service systeem.

Een reorganisatie van het ziekenhuislandschap, met inbegrip van de spoeddiensten, is eveneens aan de gang, met initiatieven rond zorgconcentratie voor complexe, dure of hoogtechnologische diensten, en een samenwerking en takenverdeling binnen locoregionale en supraregionale netwerken.

Er werden ook specifieke maatregelen genomen om de uitgaven onder controle te houden en de zorgkwaliteit te verbeteren, zoals de invoering van een pay for performance (P4P) programma en van een systeem van ‘globale prospectieve bedragen’ voor ziekenhuisverblijven met standaardiseerbare en weinig complexe zorg, die weinig verschilt van de ene patiënt tot de andere.

Versterking van de eerstelijnszorg en geïntegreerde zorg

Hoewel huisartsen geen gate-keeping rol hebben, werden maatregelen genomen om hun positie als voorkeurstoegang tot gezondheidsdiensten te versterken. Er werden ook initiatieven ontwikkeld om de zorgcontinuïteit en -kwaliteit te verbeteren (bv. zorgtrajecten en pilootprojecten rond geïntegreerde zorg voor patiënten met een chronische aandoening, of de ontwikkeling van een nationaal Evidence-Based Practice (EBP) Network.

Patiënten zijn meer en meer betrokken bij hun eigen zorg

Er gaat ook aandacht naar de empowerment en betrokkenheid van de patiënt bij de eigen zorg, vooral voor chronische patiënten. Ook werden er inspanningen gedaan om meer informatie rond patiëntrechten te verstrekken, om patiënten toegang te geven tot hun eigen persoonlijke gezondheidsgegevens, en hen te betrekken bij het onderzoeks- en besluitvormingsproces. Bij de financiering van de zorg wordt er ook steeds meer rekening gehouden met de patiënttevredenheid, vooral door de opname van PREMs (Patient Reported Experience Measures) in het Pay for Performance programma (P4P) van ziekenhuizen.

Internationale samenwerkingen werden aangemoedigd om de hoge geneesmiddelenprijzen aan te pakken

Geneesmiddelen, ook de vrij verkrijgbare (over-the-counter medicines), worden uitsluitend verkocht door de publieke en ziekenhuisapotheken. Om te worden terugbetaald moeten geneesmiddelen op een positieve lijst van de RIZIV-terugbetaling staan. De hoogte van de terugbetaling varieert naargelang het therapeutische belang van het product en de socio-economische status van de patiënt (bv. de verhoogde tegemoetkoming). Er werden verschillende maatregelen genomen om innovatie te ondersteunen, de rol van de publieke apotheken te versterken, de toegankelijkheid tot bepaalde geneesmiddelen te verbeteren en het kostenefficiënte gebruik van geneesmiddelen te bevorderen. De exponentiële prijsstijging van innovatieve behandelingen en het gebrek aan transparantie bij de confidentiële prijsovereenkomsten bedreigen echter het gezondheidszorgsysteem. Daarom zijn nieuwe oplossingen zoals het recente BeNeLuxA-initiatief noodzakelijk. Dit initiatief streeft naar een betere toegankelijkheid door een samenwerking tussen landen inzake geneesmiddelenbeleid. Dit moet gebeuren d.m.v.prospectief onderzoek (horizon scanning), evaluatie van gezondheidstechnologieën (Health Technology Assessment - HTA), het uitwisselen van informatie en beleidsstrategiëen en door het bepalen van de prijs en het terugbetalingsbeleid.

De patiënt zo lang mogelijk in zijn vertrouwde omgeving houden

Voor de geestelijke, palliatieve, lange termijn- en revalidatiezorg ligt de nadruk nu op de deïnstitutionalisering van patiënten en de ontwikkeling van thuis- en gemeenschapszorg, zodat de patiënt zo lang mogelijk in zijn vertrouwde omgeving kan blijven.

Bijkomende inspanningen nodig voor preventie en tandzorg

Gezondheidspromotie en ziektepreventie vallen onder de bevoegdheid van de gefedereerde deelstaten, maar de interministeriële conferentie volksgezondheid tussen henzelf en de federale overheid speelt ook een belangrijke rol. Uit onderzoek naar de gezondheidstoestand van de bevolking en de performantie van het gezondheidssysteem blijkt echter dat het preventiebeleid moet worden versterkt.

Hoewel een regelmatig contact met de tandarts wordt aangemoedigd (bv. voor alle kinderen tot 18 jaar: de volledige terugbetaling voor de meeste preventieve en herstellende interventies; voor volwassenen: een betere terugbetaling voor bepaalde tandzorg als ze het jaar voordien ook een gelijkaardige zorg hebben gehad), wordt een aantal behandelingen (bv. vaste prothesen, de meeste parodontale behandelingen, tandimplantaten, orthodontie bij volwassenen en fluoridebehandelingen) helemaal niet terugbetaald. De algemene tandzorg is de gezondheidsdienst met de laagste dekking. In 2017 werd slechts 38,6% van de uitgaven voor tandzorg gedekt door de verplichte ziekteverzekering.

Hervormingen richten zich op het verbeteren van toegankelijkheid, duurzaamheid, doeltreffendheid en kwaliteit

De toegankelijkheid van de gezondheidszorg en de duurzaamheid van het gezondheidssysteem zijn constante doelstellingen voor de Belgische beleidsmakers. Daarnaast waren tussen 2014 en 2019 kwaliteit en doeltreffendheid de bijkomende belangrijke doelstellingen. In dit kader werden een aantal maatregelen ter verbetering van de structuur en de kwaliteit van de gezondheidszorg doorgevoerd. “Multidisciplinaire en geïntegreerde zorg”, “concentratie van expertise”, “zorgtrajecten”, “empowerment van patiënten”, “evidence-based geneeskunde”, “outputgerichte zorg”, en een “one-health” aanpak werden gepromoot, en de regulering van zorgprofessionals werd hervormd. Een eHealth-plan werd ontwikkeld om de informatie-uitwisseling tussen zorgverleners en –settings te verbeteren, met een digitalisering van medische gegevens, elektronische voorschriften en de toegang van patiënten tot hun eigen persoonlijke gezondheidsgegevens. Het Belgische gezondheidssysteem is ook aan het evolueren om opgewassen te zijn tegen de vergrijzing, de stijging van het aantal chronische aandoeningen en de ontwikkeling van nieuwe technologieën.

Belangrijk is ook dat meer gezondheidsbevoegdheden werden overgedragen van de federale overheid naar de gefedereerde deelstaten, in lijn met de algemene re-organisatie van de Belgische staat. Er werden ook initiatieven genomen om de verantwoordelijkheidszin van het publiek te verhogen en om de performantie met het Health System Performance Assessment (HSPA) kader op te volgen. Er vindt ook overleg plaats rond het bepalen van nationale gezondheidsdoelstellingen, die een leidraad moeten vormen voor de beleidsmakers.

In de komende jaren verwacht men in België grootschalige maatregelen om de zorgkwaliteit en de doeltreffendheid van het gezondheidssysteem voortdurend te verbeteren. Daaronder vallen het verder hervormen van het ziekenhuislandschap, van de geestelijke gezondheidszorg en van de geïntegreerde zorgprojecten, de ontwikkeling van een nationaal systeem voor gezondheidsonderzoek (Health Research System, HRS), de hervorming van de nomenclatuur, de invoering van de wet op kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, en de mogelijke opname van sommige kwetsbare personen (bv. gedetineerden) in de verplichte ziekteverzekering. Zij worden nu nog gedekt door andere systemen

Er is een goede algemene toegang tot gezondheidsdiensten van hoge kwaliteit, zelfs al blijven er uitdagingen

De performantie van het gezondheidssysteem werd recent gemeten (2019). Hieruit blijkt een goede algemene toegang tot gezondheidsdiensten van hoge kwaliteit. Er is ook een trend naar een efficiënter gebruik van de zorg, o.a. door een verhoogd gebruik van goedkopere geneesmiddelen en door kortere ziekenhuisverblijven bij normale bevallingen. Toch blijven er uitdagingen, inzake gepast gebruik van geneesmiddelen (overmatig gebruik van antibiotica en psychotrope middelen), de toekomstige beschikbaarheid van huisartsen (door hun toenemende gemiddelde leeftijd), de beschikbaarheid van verpleegkundigen in ziekenhuizen (door het hoge aantal patiënten per verpleegkundige) en de toegankelijkheid tot bepaalde zorg zoals tandzorg, vooral dan voor groepen met een laag inkomen. Het aandeel personen dat aangeeft dat zijn zorgbehoeften niet kunnen worden vervuld, omwille van kosten, wachttijden of afstand, is 3,7% (EU-15: 3,6) voor tandzorg en 2,2% (EU-15: 2,0) voor medische zorg. Kost is de belangrijkste reden van uitstel in België. Het aandeel personen dat aangeeft dat zijn zorgbehoeften niet kunnen worden vervuld, omwille van de hoge kostprijs, ligt hoger dan het EU-15-gemiddelde (3,6% versus 3,1% voor tandzorg en 2,0% versus 1,1% voor medische zorg, in 2017). In het laagste inkomenskwintiel is dat respectievelijk 8,9% (EU-15: 6,9%) voor tandzorg en 5,6% (EU-15: 2,5%) voor medische zorg.

En hoewel de gezondheidstoestand van de bevolking in het algemeen goed is en de vermijdbare en voorkombare sterftecijfers dalen, worden er toch nog grote socio-economische ongelijkheden waargenomen, voor het hele spectrum van gezondheidsindicatoren.

Bij de nieuwe verdeling van de bevoegdheden (en budgetten) tussen de federale staat en de gefedereerde deelstaten, bestaat er een risico op een toenemende complexiteit en versnippering van het systeem. Het zal een uitdaging zijn om overlappingen en efficiëntieverlies te voorkomen.

Conclusie: en de volgende stappen?

In de komende jaren zullen de beleidsmakers verder deze uitdagingen aangaan en blijven streven naar een betere toegankelijkheid van zorg van hoge kwaliteit binnen een efficiënt en duurzaam systeem. Verwacht kan ook worden dat er meer aandacht zal worden besteed aan de veerkracht van het systeem, omwille van de nieuwe uitdagingen die aan het licht zullen komen door de COVID-19-crisis.

4. Volledig rapport (in Engels)

Het volledige rapport, geschreven in het Engels, kan worden gedownload via de volgende link: Belgium Health system review 2020.