Toegankelijkheid van de zorg

Toegankelijkheid kan worden gedefinieerd als de mate waarin patiënten gemakkelijk toegang hebben tot de gezondheidsdiensten. Het gaat zowel om fysieke toegang, de betaalbaarheid, en de tijd en beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel. De toegankelijkheid is een noodzakelijke voorwaarde voor een kwaliteitsvol en efficiënt systeem.

Wij onderscheiden vier subdimensies om de toegankelijkheid van zorg te beschrijven:

Indicatoren voor de toegankelijkheid van de gezondheidszorg
(ID) indicatorScoreBELJaarVlaWalBruBronEU-15 (gemiddelde)
Financiële toegankelijkheid
A-1 Aandeel van de bevolking gedekt door verplichte ziekteverzekering (% van de populatie) green stable 99,0 2017 99,5 99,3 98,1 RIZIV -
A-2 Eigen betalingen voor gezondheid (% van de totale gezondheidsuitgaven) green improving 15,9 2016 - - - SHA, OESO 17,7
A-10
NEW 2019
Eigen medische uitgaven (% van het totale huishoudbudget) orange stable 3,0 2016 - - - SHA, OESO 2,6
A-3 Eigen betalingen
(in US $ PPP)
orange improving 738,9 2016 - - - SHA, OESO 732,2
A-11
NEW 2019
Eigen betalingen voor tandzorg (% van de uitgaven voor tandzorg) orange deteriorating 57,6 2016 - - - SHA, OESO 59,2
(EU-10)
A-4** Zelfgerapporteerde uitgestelde contacten met gezondheidsdiensten om financiële redenen (% van de huishoudens) red improving 2,0 2017 - - - Eurostat
(EU-SILC)
1,2
A-12
NEW 2019
Toegang tot overeengekomen tarieven, geconventioneerde praktiserende huisartsen (VTE) (per 10 000 inwoners)*****    C 7,0 2016 7,4* 6,8* 5,0* RIZIV -
A-13
NEW 2019
Toegang tot overeengekomen tarieven: geconventioneerde praktiserende tandartsen (VTE) (per 10 000 inwoners)*****    C 3,2 2016 2,9* 3,4* 4,3* RIZIV -
A-14
NEW 2019
Percentage gefactureerde ereloonsupplementen t.o.v. de officiële erelonen  ↗ 18,5 2017 14,0 20,2 31,5 IMA -
Gezondheidszorgpersoneel
A-5 Praktiserende artsen (/1000 inwoners) 3,1 2016 2,8* 3,2* 3,8* RIZIV, OESO 2018 3,5
(EU-10)
A-6 Praktiserende verpleegkundigen (/1000 inwoners) 10,9 2016 11,7 9,8 10,7 FOD, OESO 2018 9,4
(EU-11)
A-7 Aantal vacatures voor verpleegkundigen  → 1274 2016 - - - FOD -
A-8*** Verhouding patiënt-verpleegkundige red empty 10,7 2010 - - - RN4CAST 9,0
Wachttijd
A-9**** Wachttijd van meer dan twee weken om een afspraak te krijgen bij een specialist (% van de bevolking dat een afspraak vroeg) orange stable 38,4 2013 38,6 38,9 36,0 HIS -

*Op basis van de plaats waar de arts woont en niet van de plaats waar de arts werkt. Een recente studie over de dichtheid van praktiserende huisartsen gebaseerd op het adres van de praktijk constateerde dat er in Brussel 1,23 huisartsen per 1000 inwoners zijn, t.o.v. 1,17 praktiserende huisartsen per 1000 inwoners in 2016 met RIZIV data gebaseerd op het thuisadres van de huisarts.**De belangrijkste indicator is gebaseerd op de gezondheidsenquête (HIS) maar er waren alleen resultaten van 2013 beschikbaar. Deze indicator is daarom gebaseerd op resultaten van de EU-SILC, maar zal op de website worden geactualiseerd van zodra de resultaten van de HIS 2018 beschikbaar zijn.***Deze indicator wordt op de website geactualiseerd van zodra de resultaten van de lopende KCE studie over de bestaffing van verpleegkundigen in ziekenhuizen beschikbaar zijn.****Deze indicator wordt op de website geactualiseerd van zodra de resultaten van de HIS 2018 beschikbaar zijn.*****Geconventioneerde artsen in België, zijn artsen die toetreden tot de overeengekomen tarieven onderhandeld door het RIZIV en de ziekenfondsen. Geconventioneerde artsen mogen geen ereloonsupplementen aanrekenen.

 Een aantal indicatoren die in specifieke domeinen worden besproken, zijn eveneens relevant in verband met de toegankelijkheid van de zorg:

  • in het domein van de preventieve zorg: het percentage vrouwen die baat hebben bij een screening voor borstkanker (P-6, P-7), het percentage personen die niet regelmatig op controle gaan bij de tandarts (P-11);
  • in het domein van de geestelijke gezondheidszorg: het aantal psychiaters (MH-2), de wachttijd voor een eerste afspraak in een centrum voor mentale gezondheid (MH-3);
  • in het domein van de langdurige en acute zorg voor ouderen: het percentage ouderen die langdurige zorg krijgen in een ROB/RVT (ELD-1) of langdurige thuiszorg krijgen (ELD-2), het aantal informele helpers voor mensen die ouder zijn dan 50 (ELD-3), het aantal bedden voor langdurige zorg in instellingen (ELD-4), het aantal personen met een lage zorgafhankelijkheid in een ROB/RVT (ELD-5), het aantal praktiserende geriaters (ELD-6);
  • in het domein van de zorg rondom het levenseinde: het aantal patiënten die palliatieve zorgen hebben gekregen (EOL-1), het aantal patiënten bij wie de palliatieve zorg te laat is opgestart (EOL-2).