Select your language

Andere informatie en diensten van de overheid : www.belgium.be  belgium

1. Kernboodschappen

Het totaal aantal nieuwe HIV-diagnoses is in 2020 verder gedaald na een korte stagnatie tussen 2018-2019, wat te maken kan hebben met de maatregelen die de overheid heeft genomen tegen de verspreiding van SARS-COV-2. Niettemin is een verdere voortzetting van de beschikbare preventieve strategieën in België noodzakelijk.

De HIV-epidemie in België treft voornamelijk twee bevolkingsgroepen: mannen die seks hebben met mannen (MSM), voornamelijk van Belgische of een andere Europese nationaliteit en mannen en vrouwen die het virus hebben opgelopen door heteroseksuele contacten, welke voornamelijk afkomstig zijn uit Sub-Sahara Afrika. Het aantal nieuwe HIV-diagnoses ligt in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest hoger dan in de andere gewesten, wat wijst op het feit dat HIV-besmettingen vooral een stedelijk fenomeen zijn. In 2020 werden 69,4% van de nieuwe HIV-gevallen gediagnosticeerd bij mannen. De meeste HIV-gevallen werden gediagnosticeerd in de leeftijdsgroep tussen 25 en 49 jaar.

Chlamydia is de meest voorkomende seksueel overdraagbare infectie (soa) in België, gevolgd door gonorroe en syfilis. Het aantal geregistreerde besmettingen van deze drie soa's is de afgelopen tien jaar bijna verdrievoudigd. De toename is voornamelijk toe te schijven aan een toename van test- en screeningspraktijken en niet zozeer aan een toename van het aantal besmettingen. Er is echter wel een toename van onveilige seksuele praktijken, die meer uitgesproken is bij bepaalde groepen zoals MSM, wat mogelijk kan leiden tot een toename van het aantal soa's.

2. Achtergrond

Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's) worden voornamelijk verspreid door seksueel contact van persoon tot persoon. Sommige soa's, met name HIV, kunnen ook worden overgedragen via bloed- en weefseloverdracht en van moeder op kind tijdens de zwangerschap.

Verschillende soa's, zoals HIV, chlamydia en syfilis, kunnen zonder symptomen aanwezig zijn, wat de overdracht ervan kan vereenvoudigen. Onbehandelde soa's kunnen echter op lange termijn ernstige gevolgen hebben: HIV is één van de meest ernstige overdraagbare ziekten in Europa met een ernstige morbiditeit (AIDS). Bovendien brengt HIV hoge kosten met zich mee voor levenslange behandeling en zorg. Chlamydia en gonorroe kunnen leiden tot complicaties zoals onvruchtbaarheid, chronische ontstekingen en buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Syfilis kan beschadiging veroorzaken aan elk orgaan en kan ook ernstige neurologische complicaties tot gevolg hebben.

HIV en andere soa's zijn infecties die kunnen voorkomen worden omdat de overdracht grotendeels te voorkomen is door gedragsmaatregelen (vb. veilig seksueel contact en/of veilige injectienaalden). Hun incidentie in een bepaalde populatie wordt daarom vaak beschouwd als een indicator voor het succes of falen van beschikbare preventiestrategieën. Sinds 2017 wordt het gebruik van pre-exposure profylaxe tegen HIV (PrEP) in België terugbetaald. Hoewel dit een positief effect kan hebben op de incidentie van HIV, kan het leiden tot een toename van de incidentie van andere soa's als gevolg van een afname van het gebruik van andere preventiemiddelen zoals condooms.

De methoden van epidemiologische surveillance verschillen tussen HIV en de andere soa's waardoor zij hierna apart zullen worden beschreven.

De epidemiologische surveillance van HIV in België dateert van 1985 en wordt uitgevoerd door Sciensano op basis van de registratie van de nieuwe HIV-diagnoses. Deze gegevens worden gerapporteerd door de zeven AIDS-referentielaboratoria die alle bevestigingen van positieve HIV-screeningtests uitvoeren. Naast de registratie van het aantal nieuw gediagnosticeerde HIV-positieven, verzamelen de laboratoria ook epidemiologische basisgegevens over geslacht, leeftijd, nationaliteit, waarschijnlijke besmettingsweg en klinisch stadium op het moment van de diagnose. Sciensano verzamelt ook gegevens over de mensen met HIV (PLWH) in België (HIV-cohortgegevens) van de AIDS-referentielaboratoria en de HIV-referentiecentra.

Naast de nieuw gediagnosticeerde gevallen, schat Sciensano ook het totaal aantal mensen met HIV in, waardoner zij die nog niet gediagnosticeerd zijn [1] en zij die leven met een gediagnosticeerde infectie. Om de niet gediagnosticeerde populatie van patiënten met HIV te schatten wordt een instrument gebruikt dat werd ontwikkeld aanhet European Center for Disease Prevention and Control (ECDC), genaamd de ECDC HIV Modeling Tool [2]. De HIV-cohortgegevens worden gebruikt om het aantal mensen met een gediagnosticeerde infectie te schatten.

Het ECDC en het Regionaal Bureau voor Europa van de WHO coördineren gezamenlijk de HIV/AIDS-surveillance in Europa. Het is echter moeilijk om de beschikbare gegevens internationaal te kunnen vergelijken, aangezien er grote verschillen zijn in de nationale surveillancesystemen qua rapportering en vertraging in de rapportering.

De surveillance van andere soa's in België gebeurt voornamelijk via het Sciensano-peilnetwerk van medische laboratoria dat ongeveer 50% van alle laboratoria beslaat. De soa's die onder deze surveillance vallen zijn chlamydia, gonorroe en syfilis. Aangezien de surveillance van soa's gebaseerd is op geregistreerde gevallen geven de trends in aantallen niet de werkelijke aantallen en trends weer. Omdat soa's vaak asymptomatisch zijn, wordt slechts een deel ervan gedetecteerd en gemeld. Hierdoor kunnen veranderingen in meldingscijfers worden beïnvloed door veranderingen in zowel de onderliggende incidentie als het aantal opgespoorde gevallen (als gevolg van een intensievere screening of performantere tests). Om deze trends te helpen interpreteren, vergelijkt Sciensano de evolutie van het aantal gemelde gevallen van chlamydia en gonorroe met die van het totale aantal tests voor deze soa's die door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV-INAMI) worden vergoed.

De routinematige surveillance via het laboratoriumnetwerk wordt aangevuld door het klinische peilnetwerk om de belangrijkste gedragsrisicofactoren te identificeren en het effect van preventiecampagnes te evalueren. Dit netwerk draagt bij tot de kennis over factoren die de overdracht van soa's beïnvloeden.

3. HIV

Toestand in 2020

België

In 2020 werden in België 725 nieuwe HIV-diagnoses geregistreerd (6,3 nieuwe diagnoses per 100.000 inwoners, of gemiddeld 2,0 gevallen per dag). Onder de geregistreerde diagnoses waren er 69,4% registraties bij mannen. 71,3% van de HIV-gevallen werd gediagnosticeerd bij personen tussen 25 en 49 jaar.

In 2020 werden 40 nieuwe AIDS-gevallen geregistreerd. Er zijn eveneens 99 sterfgevallen geregistreerd bij mensen die met HIV besmet zijn. Dit aantal omvat sterfgevallen door elke oorzaak (niet alleen gerelateerd aan HIV). Uit het doodsoorzakenregister blijkt dat HIV als onderliggende doodsoorzaak wordt gerapporteerd in ongeveer twee derde van de sterfgevallen waarbij een HIV-infectie werd vermeld.

Aantal nieuwe gemelde HIV-diagnoses volgens leeftijd en geslacht, België, 2020
Bron: Epidemiologie van aids en hiv-infectie in België, Sciensano, 2021 [1]
Regionale verschillen

In 2020 werden er van de 725 nieuwe diagnoses 240 gevallen geregistreerd in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, 307 in het Vlaamse Gewest, 131 in het Waalse Gewest en voor 47 gevallen was de woonplaats niet gekend.

Wanneer rekening wordt gehouden met het aantal inwoners, zijn de incidentiecijfers in het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest vergelijkbaar, terwijl de cijfers in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest veel hoger liggen. Dit verschil is niet verrassend aangezien een hogere HIV-prevalentie een normaal verschijnsel is in een grote stad. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest kan inderdaad worden beschouwd als een grote stad - met de sociaal-culturele kenmerken van een stad - terwijl de twee andere gewesten een mix zijn van landelijke, semi-stedelijke en stedelijke contexten.

Nieuwe HIV-diagnoses per 100.000 inwoners volgens gewest, België, 2020
Bron: Eigen berekeningen op basis van Epidemiologie van aids en hiv-infectie in België, Sciensano, 2021 [1]

Trends

België

In 2020 is het aantal nieuwe HIV-diagnoses met 21,7% gedaald ten opzichte van 2019 en met 41,1% gedaald ten opzichte van 2012. Deze daling in 2020 kan deels verklaard worden door de maatregelen die de overheid heeft genomen tegen de verspreiding van SARS-COV-2.

Tussen het begin van de uitbraak begin jaren 80 en einde van het jaar 2020 werden in totaal 33.387 personen gediagnosticeerd met HIV. Er werden in totaal 5.232 gevallen van aids geregistreerd en er werden 2.951 sterfgevallen met HIV gemeld. Niet al deze sterfgevallen waren te wijten aan HIV. Uit het doodsoorzakenregister blijkt dat sinds 1998 ongeveer 1000 sterfgevallen werden aangegeven met HIV als onderliggende doodsoorzaak (de code van overlijden voor HIV bestond voordien niet).

Aantal nieuwe gemelde HIV-diagnoses, AIDS-diagnoses, en HIV-sterfgevallen, België, 1982-2020
Bron: Epidemiologie van aids en hiv-infectie in België, Sciensano, 2021 [1]
Regionale verschillen

Tussen 2012 en 2020 is het aantal nieuwe HIV-diagnoses vooral gedaald in Het Vlaamse Gewest, terwijl het in Het Waalse Gewest en Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest slechts gematigd daalt. Er moet echter worden opgemerkt dat de beschikbaarheid van verblijfplaatsgegevens de laatste jaren sterk is verbeterd, van 75% in 2015 tot 92% in 2020. Het grote aantal gevallen met een onbekende woonplaats in het verleden heeft geleid tot een onderschatting van het aantal gevallen in elke gewest, waardoor de waargenomen trends onzeker waren.

Aantal nieuwe HIV-diagnoses volgens gewest, België, 2009-2020
Bron: Epidemiologie van aids en hiv-infectie in België, Sciensano, 2021 [1]

Infectieroutes

De HIV-epidemie in België treft voornamelijk twee populaties: mannen die seks hebben met mannen (MSM), voornamelijk van Belgische of andere Europese nationaliteit, en mannen en vrouwen die het virus hebben opgelopen via heteroseksuele relaties (95% van de HIV –geïnfecteerde vrouwen en 32% van de mannen), voornamelijk afkomstig uit sub-Sahara-Afrika.

Gedurende de laatste 6 jaar heeft de belangrijkste daling van het aantal nieuwe HIV-diagnoses zich voorgedaan in beide populaties, terwijl de daling die werd waargenomen bij andere populaties zoals de Belgische heteroseksuelen minder duidelijk was en dus een verhoudingsgewijs groter aandeel inneemt. Het aandeel van nieuwe besmettingen bij intraveneuze druggebruikers (PWID) blijft zeer beperkt. Ten slotte is het ook belangrijk op te merken dat er een aanzienlijk aandeel nieuwe infecties is waarvan de wijze van overdracht onbekend is (28,8% in 2020).

Aantal nieuwe HIV-diagnoses volgens meest waarschijnlijke infectieroute, België, 1999-2020
Bron: Epidemiologie van aids en hiv-infectie in België, Sciensano, 2021 [1]
Nationaliteit volgens infectieroute

In 2020 waren 40% van de HIV-gevallen gediagnosticeerd bij MSM van Belgische nationaliteit. Dit aandeel is de laatste jaren sterk gedaald (72% in 2009, 61% in 2016 en 2017, en 50% in 2018).

Aantal nieuwe HIV-diagnoses bij MSM volgens nationaliteit, België, 1995-2020
Bron: Epidemiologie van aids en hiv-infectie in België, Sciensano, 2021 [1]

Onder mensen die besmet waren door heteroseksueel contact, had 44% een sub-Saharaanse nationaliteit in 2020. Dit aandeel was nog 60% in 2009 en 45% in 2018.

Aantal nieuwe hiv-diagnoses bij heteroseksuelen volgens nationaliteit, België, 1995-2020
Bron: Epidemiologie van aids en hiv-infectie in België, Sciensano, 2021 [1]
Schatting van de HIV-prevalentie in België

Sciensano heeft een schatting gemaakt van het aantal mensen waarbij HIV niet gediagnosticeerd is in 2020 [1] op basis van een tool ontwikkeld door ECDC [2]. Hieruit blijkt dat 1.585 mensen in België niet op de hoogte zijn van hun seropositiviteit.

4. Overige seksueel overdraagbare aandoeningen

Toestand in 2018

België

Chlamydia is de meest voorkomende soa in België met 80 gemelde gevallen per 100.000 in 2018. Chlamydia-infecties komen vaker voor bij vrouwen, met het hoogste aantal meldingen onder vrouwen van 20-24 jaar.

Gonorroe en syfilis komen minder vaak voor, met respectievelijk 19 en 14 gemelde gevallen per 100.000 in 2018. De meeste gevallen van gonorroe en syfilis worden geregistreerd bij mannen, vooral bij mannen die seks hebben met mannen (MSM). Het hoogste aantal gevallen van gonorroe en syfilis wordt gemeld bij mannen van respectievelijk 25-29 jaar en 30-39 jaar.

Trends

Tussen 2002 en 2018 zijn de meldingscijfers voor chlamydia gestegen van 9,5 gevallen per 100.000 in 2002 tot 80,2 gevallen per 100.000 in 2018, terwijl de meldingscijfers voor gonorroe en syfilis in mindere mate zijn gestegen.

Een vergelijkbare toename wordt waargenomen in de testintensiteit voor chlamydia en voor gonorroe (behalve in 2015, waar de testintensiteit van gonorroe sneller evolueerde dan het gerapporteerde aantal gevallen). Deze vergelijkbare evoluties in zowel de testintensiteit als de gerapporteerde infecties suggereren dat de schijnbare toename in gerapporteerde gevallen eerder het gevolg zou kunnen zijn van een intensievere mate van testen, dan van een toename van de incidentie. Voor chlamydia wordt inderdaad algemeen aangenomen dat de feitelijke incidentie in de loop van de tijd stabiel is gebleven. Ook voor gonorroe lijkt de incidentie niet te zijn toegenomen op het niveau van de algemene bevolking. Uit aanvullende informatie van het soa klinische netwerk blijkt echter dat onveilige seksuele praktijken vaker voorkomen in bepaalde bevolkingsgroepen (vooral MSM), wat leidt tot een gefocaliseerde toename van de incidentie en herinfecties met gonorroe en syfilis in deze groep.

5. Meer informatie

Bekijk de metadata voor deze indicator

Sciensano: Hiv/aids-surveillance

Sciensano: Soa-surveillance

Sciensano Epistat: Determinants of Sexually Transmitted Infections 

Definities

HIV/AIDS
HIV en AIDS zijn de afkortingen van "Human Immunodeficiency Virus" (HIV) en "Acquired Immune Deficiency Syndrome" (AIDS). Een HIV-infectie is initieel meestal asymptomatisch, hoewel mensen soms griepachtige symptomen kunnen ervaren. Dit wordt gevolgd door een langdurige periode zonder symptomen. Als de infectie voortschrijdt, verstoort dit meer het immuunsysteem, waardoor het risico op het ontwikkelen van infecties zoals tuberculose, evenals andere opportunistische infecties en tumoren die zeldzaam zijn bij mensen met een normale immuunfunctie, toeneemt. Deze late symptomen van infectie worden AIDS genoemd. Sinds het einde van de jaren negentig bestaat er efficiënte antiretrovirale behandeling die de progressie van de ziekte kan afremmen.

Referenties

[1] Epidemiologie van aids en hiv-infectie in België. Toestand of 31 december 2020. Brussel: Sciensano; 2021. https://doi.org/10.25608/bbbj-e471

[2] European Centre for Disease Prevention and Control. HIV Modelling Tool. 2015. https://www.ecdc.europa.eu/en/publications-data/hiv-modelling-tool

[3] European Centre for Disease Prevention and Control/WHO Regional Office for Europe. HIV/AIDS surveillance in Europe 2019 – 2018 data. Stockholm: ECDC; 2019. https://www.ecdc.europa.eu/sites/default/files/documents/HIV-annual-surveillance-report-2019.pdf

[4] Surveillance van seksueel overdraagbare aandoeningen. Gegevens voor de periode 2014-2016. Brussel: Sciensano; 2020. https://www.sciensano.be/sites/www.wiv-isp.be/files/surv_sti_1416_nl.pdf