Hiv en andere seksueel overdraagbare aandoeningen

1. Kernboodschappen

Ondanks een recente daling blijft het totale aantal nieuwe hiv-diagnoses hoog. Dit vraagt ​​om een ​​intensievere implementatie van de gecombineerde preventieve strategieën die in België beschikbaar zijn.

De hiv-epidemie in België treft voornamelijk twee populaties: mannen die seks hebben met mannen (MSM), voornamelijk van Belgische of andere Europese nationaliteit, en mannen en vrouwen die het virus hebben opgelopen door heteroseksuele relaties, en voornamelijk afkomstig zijn uit Sub-Sahara-Afrika. Het percentage nieuwe hiv-diagnoses ligt in Brussel hoger dan in de andere gewesten, in lijn met het feit dat hiv vooral een stedelijk fenomeen is. 69% van de nieuwe hiv-gevallen werd gediagnosticeerd bij mannen. De meeste hiv-gevallen werden gediagnosticeerd in de leeftijdsgroep van 25-49 jaar.

Chlamydia is de meest voorkomende seksueel overdraagbare infectie (soa) in België, gevolgd door gonorroe en syfilis. Het aantal gemelde gevallen van deze drie soa's is de afgelopen tien jaar bijna verdrievoudigd, voornamelijk door een toename van test- en screeningspraktijken dan door een toename van de incidentie. Er is echter een toename van onveilige seksuele praktijken, die meer uitgesproken is bij bepaalde groepen zoals MSM, wat mogelijk kan leiden tot een zekere toename van het aantal soa-gevallen.

2. Achtergrond

Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's) worden voornamelijk verspreid door seksueel contact. Sommige soa's, met name hiv, kunnen ook worden overgedragen via bloedproducten en weefseloverdracht, en van moeder op kind tijdens de zwangerschap.

Verschillende soa's, zoals hiv, chlamydia en syfilis, kunnen zonder symptomen aanwezig zijn, wat de overdracht kan vergemakkelijken. Soa's kunnen echter ook tot ernstige langetermijnsgevolgen leiden: hiv is een van de ernstigste overdraagbare ziekten in Europa. Het is een infectie die kan leiden tot ernstige morbiditeit (aids) en hoge kosten van preventieve behandeling en zorg. Chlamydia en gonorroe kunnen leiden tot complicaties zoals onvruchtbaarheid, chronische ontstekingen en buitenbaarmoederlijke zwangerschap. Onbehandelde syfilis kan elk orgaan beschadigen en ernstige neurologische complicaties veroorzaken.

Hiv en andere soa's zijn vermijdbare infecties, omdat de overdracht grotendeels te voorkomen is door gedragsmaatregelen (veilige seks, veilige injectie). Daarom is hun incidentie in een gedefinieerde populatie een indicator voor het slagen of falen van controlestrategieën. Sinds 2017 wordt het gebruik van profylaxe vóór blootstelling aan hiv ("pre-exposure prophylaxis", PrEP) terugbetaald in België. Hoewel dit een positief effect kan hebben op de incidentie van hiv, kan het leiden tot een toename van de incidentie van andere soa's als gevolg van het verminderen van waakzaamheid.

De wijzen van epidemiologische surveillance van hiv en de andere soa's zijn verschillend en worden daarom afzonderlijk beschreven.

De epidemiologische surveillance van hiv en aids in België dateert van 1985 en wordt uitgevoerd door Sciensano op basis van de registratie van de nieuwe hiv- en aids-diagnoses. Deze gegevens zijn afkomstig uit twee bronnen: enerzijds de registratie en rapportage van de aids-patiënten door de clinici, en anderzijds de registratie van de hiv-diagnoses door een van de zeven aids-referentielaboratoria die de bevestigingstests uitvoeren. Naast het aantal nieuw gediagnosticeerde hiv-positieve patiënten, verzamelen de laboratoria ook elementaire epidemiologische gegevens over geslacht, leeftijd, nationaliteit, mogelijke infectieroute en klinische fase op het moment van diagnose.

Het traag voortschrijdende karakter van de ziekte maakt het mogelijk dat er een "verborgen" epidemie bestaat die bestaat uit niet-gediagnosticeerde mensen met hiv. Sciensano schat daarom ook het aantal mensen met hiv, inclusief degenen bij wie de diagnose nog niet is gesteld [1]. Hiervoor gebruikt het een instrument dat is ontwikkeld door het Europees centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC), de ECDC HIV Modeling Tool [2].

Het ECDC en het Regionale Bureau van de WHO voor Europa coördineren gezamenlijk de surveillance van hiv/aids in Europa. De surveillancegegevens over hiv- en aids-diagnoses worden jaarlijks verzameld en door de nationale hiv/aids-surveillanceprogramma's in de lidstaten ingediend bij het Europese surveillancesysteem TESSy. De internationale vergelijkbaarheid is echter slecht, aangezien de nationale bewakingssystemen in verschillende landen kunnen verschillen in niveaus van onderrapportering en rapporteringsvertraging.

De surveillance van andere soa's in België gebeurt voornamelijk via het Sciensano-peilnetwerk van medische laboratoria, dat ongeveer 50% van alle laboratoria beslaat. Aangezien de bewaking van soa's is gebaseerd op gerapporteerde gevallen, vertegenwoordigen de trends niet de werkelijke incidentie: aangezien soa's vaak asymptomatisch zijn, wordt slechts een deel ervan gedetecteerd en gemeld. Als gevolg hiervan kunnen veranderingen in meldingscijfers worden beïnvloed door veranderingen in zowel de onderliggende incidentie als het aantal opgespoorde gevallen (door intensivering van de screening of door meer performante tests). Om deze trends te helpen interpreteren, vergelijkt Sciensano de evolutie van het aantal gemelde gevallen van chlamydia en gonorroe met dat van het totale aantal tests voor deze soa's dat wordt vergoed door het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV).

De routinematige surveillance via het laboratoriumnetwerk wordt aangevuld door een klinisch peilnetwerk om de belangrijkste gedragsrisicofactoren te identificeren en de impact van preventiecampagnes te evalueren. Dit klinische netwerk is niet geschikt om de evolutie van het aantal gevallen van de overheersende soa's te volgen, maar kan helpen om factoren te beschrijven die de overdracht van soa's beïnvloeden.

3. Hiv

Toestand in 2018

België

In 2018 werden in België 882 nieuwe hiv-diagnoses gesteld (7,8 nieuwe diagnoses per 100.000 inwoners, of gemiddeld 2,4 gevallen per dag). Daarvan was 69% man. 68% van de hiv-gevallen werd gediagnosticeerd bij mensen van 25-49 jaar.

In 2018 werden 49 nieuwe aids-gevallen gemeld. Tevens werden 59 overlijdens gemeld bij mensen die leven met hiv. Dit aantal omvat sterfgevallen door welke oorzaak dan ook (niet alleen gerelateerd aan hiv); uit het doodsoorzakenregister blijkt dat bij ongeveer tweederde van de sterfgevallen waarbij een hiv-infectie werd genoemd, hiv ook als onderliggende doodsoorzaak werd aangeduid.

Aantal nieuwe gemelde hiv-diagnoses volgens leeftijd en geslacht, België, 2018
Bron: Epidemiologie van aids en hiv-infectie in België, Sciensano, 2019 [1]
Regionale verschillen

In 2018 werden van de 882 nieuwe hiv-diagnoses er 235 gemeld in Brussel, 414 in Vlaanderen, 170 in Wallonië. Van 63 nieuwe gevallen was de verblijfplaats onbekend.

Ten opzichte van het aantal inwoners zijn de meldingscijfers in Vlaanderen en Wallonië redelijk vergelijkbaar, terwijl dat in Brussel veel hoger is. Dit verschil is niet verrassend, aangezien een hoge hiv-prevalentie typisch een stedelijk fenomeen is. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest kan inderdaad worden beschouwd als een grote stad - met de sociaal-culturele kenmerken van een stedelijke context - terwijl de twee andere gewesten landelijke, semi-stedelijke en stedelijke contexten combineren.

Nieuwe hiv-diagnoses per 100.000 inwoners volgens gewest, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van Epidemiologie van aids en hiv-infectie in België, Sciensano, 2019 [1]

Trends

België

In 2018 is het aantal nieuwe hiv-diagnoses met 2% gedaald ten opzichte van 2017 en met 28% ten opzichte van 2012.

Tussen het begin van de uitbraak, begin jaren tachtig en eind 2018, werden in totaal 31.695 personen met hiv gediagnosticeerd, in totaal 5091 gevallen van aids gemeld en zijn 2751 mensen gestorven met hiv. Niet al die sterfgevallen waren te wijten aan hiv. Uit het doodsoorzakenregister blijkt dat sinds 1998 ongeveer 1000 sterfgevallen werden geregistreerd met hiv als directe doodsoorzaak (de doodscode voor hiv bestond voorheen niet).

Aantal nieuwe gemelde hiv-diagnoses, aids-diagnoses, en hiv-sterfgevallen, België, 1982-2018
Bron: Epidemiologie van aids en hiv-infectie in België, Sciensano, 2019 [1]
Regionale verschillen

Tussen 2012 en 2018 daalde het aantal nieuwe hiv-diagnoses in Vlaanderen en Wallonië, maar bleef het redelijk stabiel in Brussel. Er moet echter worden opgemerkt dat de beschikbaarheid van informatie over de woonregio van hiv-gevallen de afgelopen jaren sterk is verbeterd, van 75% in 2015 tot 93% in 2018. Het grote aantal gevallen met een onbekende woonplaats in het verleden heeft geresulteerd in een onderschatting van het aantal gevallen in elk gewest, wat de interpretatie van trends bemoeilijkt.

Aantal nieuwe hiv-diagnoses volgens gewest, België, 2009-2018
Bron: Epidemiologie van aids en hiv-infectie in België, Sciensano, 2019 [1]

Infectieroutes

De hiv-epidemie in België treft voornamelijk twee populaties: mannen die seks hebben met mannen (MSM), voornamelijk van Belgische of andere Europese nationaliteit, en mannen en vrouwen die het virus hebben opgelopen door heteroseksuele relaties (95% van de hiv-geïnfecteerde vrouwen en 28% van de mannen), voornamelijk afkomstig uit Sub-Sahara-Afrika.

In beide belangrijke populaties trad een daling op van het aantal nieuwe hiv-diagnoses. Het aandeel nieuwe infecties bij injecterende drugsgebruikers (ID's) is beperkt en neemt verder af. Ten slotte is het ook belangrijk op te merken dat er een aanzienlijk deel van de nieuwe infecties is waarvan de wijze van overdracht onbekend is (25% in 2018).

Aantal nieuwe hiv-diagnoses volgens meest waarschijnlijke infectieroute, België, 1999-2018
Bron: Epidemiologie van aids en hiv-infectie in België, Sciensano, 2019 [1]
Nationaliteit volgens infectieroute

In 2018 had 50% van de hiv-gevallen onder MSM de Belgische nationaliteit. Dit aandeel is de afgelopen jaren sterk afgenomen (73% in 2009 en 62% in 2016 en 2017). Van de mensen die besmet zijn door heteroseksueel contact, had in 2018 43% een Sub-Saharaanse nationaliteit (vergeleken met 61% in 2009 en 50% in 2017).

  • MSM
  • Heteroseksuelen

Aantal nieuwe hiv-diagnoses bij MSM volgens nationaliteit, België, 1995-2018
Bron: Epidemiologie van aids en hiv-infectie in België, Sciensano, 2019 [1]

Aantal nieuwe hiv-diagnoses bij heteroseksuelen volgens nationaliteit, België, 1995-2018
Bron: Epidemiologie van aids en hiv-infectie in België, Sciensano, 2019 [1]

Schatting van de hiv-prevalentie in België

Sciensano schat de prevalentie van hiv in België in op basis van een door het ECDC ontwikkeld model [1,2]. Het aantal mensen met hiv in België werd in 2018 geschat op 19.213. Onder hen werden 1747 niet gediagnosticeerd. Dit betekent dat 9,1% van alle mensen met hiv in België niet op de hoogte is van hun seropositiviteit.

Opmerking: de door het model geschatte prevalentie is lager dan het totale aantal mensen met de diagnose van hiv sinds het begin van de epidemie (31.695). Dit verschil is vooral te wijten aan sterfgevallen en mensen die het grondgebied hebben verlaten. Bovendien kan enige duplicatie niet worden uitgesloten vanwege de oude persoonlijke identificatie. Ten slotte moet worden opgemerkt dat deze schattingen zijn berekend op basis van beschikbare gegevens en dat ontbrekende gegevens de nauwkeurigheid kunnen beïnvloeden.

4. Overige seksueel overdraagbare aandoeningen

Toestand in 2018

België

Chlamydia is de meest voorkomende soa in België met 80 gemelde gevallen per 100.000 in 2018. Chlamydia-infecties komen vaker voor bij vrouwen, met het hoogste aantal meldingen onder vrouwen van 20-24 jaar.

Gonorroe en syfilis komen minder vaak voor, met respectievelijk 19 en 14 gemelde gevallen per 100.000 in 2018. De meeste gevallen van gonorroe en syfilis worden geregistreerd bij mannen, vooral bij mannen die seks hebben met mannen (MSM). Het hoogste aantal gevallen van gonorroe en syfilis wordt gemeld bij mannen van respectievelijk 25-29 jaar en 30-39 jaar.

  • Chlamydia
  • Gonorroe
  • Syfilis

Aantal gemelde gevallen van chlamydia volgens leeftijd en geslacht, België, 2016
Bron: Surveillance van seksueel overdraagbare aandoeningen, Sciensano, 2020 [4]

Aantal gemelde gevallen van gonorroe volgens leeftijd en geslacht, België, 2016
Bron: Surveillance van seksueel overdraagbare aandoeningen, Sciensano, 2020 [4]

Aantal gemelde gevallen van syfilis volgens leeftijd en geslacht, België, 2016
Bron: Surveillance van seksueel overdraagbare aandoeningen, Sciensano, 2020 [4]

Trends

Tussen 2002 en 2018 zijn de meldingscijfers voor chlamydia gestegen van 9,5 gevallen per 100.000 in 2002 tot 80,2 gevallen per 100.000 in 2018, terwijl de meldingscijfers voor gonorroe en syfilis in mindere mate zijn gestegen.

Een vergelijkbare toename wordt waargenomen in de testintensiteit voor chlamydia en voor gonorroe (behalve in 2015, waar de testintensiteit van gonorroe sneller evolueerde dan het gerapporteerde aantal gevallen). Deze vergelijkbare evoluties in zowel de testintensiteit als de gerapporteerde infecties suggereren dat de schijnbare toename in gerapporteerde gevallen eerder het gevolg zou kunnen zijn van een intensievere mate van testen, dan van een toename van de incidentie. Voor chlamydia wordt inderdaad algemeen aangenomen dat de feitelijke incidentie in de loop van de tijd stabiel is gebleven. Ook voor gonorroe lijkt de incidentie niet te zijn toegenomen op het niveau van de algemene bevolking. Uit aanvullende informatie van het soa klinische netwerk blijkt echter dat onveilige seksuele praktijken vaker voorkomen in bepaalde bevolkingsgroepen (vooral MSM), wat leidt tot een gefocaliseerde toename van de incidentie en herinfecties met gonorroe en syfilis in deze groep.

5. Meer informatie

Bekijk de metadata voor hiv

Bekijk de metadata voor soa

Sciensano: Hiv/aids-surveillance

Sciensano: Soa-surveillance

Sciensano Epistat: Determinants of Sexually Transmitted Infections 

Definities

Hiv/aids
Hiv en aids zijn de afkortingen van "Human Immunodeficiency Virus" en "Acquired Immune Deficiency Syndrome" (AIDS). Een hiv-infectie is initieel meestal asymptomatisch, hoewel mensen soms griepachtige symptomen kunnen ervaren. Dit wordt gevolgd door een langdurige periode zonder symptomen. Als de infectie voortschrijdt, verstoort dit meer het immuunsysteem, waardoor het risico op het ontwikkelen van infecties zoals tuberculose, evenals andere opportunistische infecties en tumoren die zeldzaam zijn bij mensen met een normale immuunfunctie, toeneemt. Deze late symptomen van infectie worden aids genoemd. Sinds het einde van de jaren negentig bestaat er efficiënte antiretrovirale behandeling die de progressie van de ziekte kan afremmen.

Referenties

[1] Epidemiologie van aids en hiv-infectie in België. Toestand of 31 december 2018. Brussel: Sciensano; 2019. https://doi.org/10.25608/5c9n-4t26

[2] European Centre for Disease Prevention and Control. HIV Modelling Tool. 2015. https://www.ecdc.europa.eu/en/publications-data/hiv-modelling-tool

[3] European Centre for Disease Prevention and Control/WHO Regional Office for Europe. HIV/AIDS surveillance in Europe 2019 – 2018 data. Stockholm: ECDC; 2019. https://www.ecdc.europa.eu/sites/default/files/documents/HIV-annual-surveillance-report-2019.pdf

[4] Surveillance van seksueel overdraagbare aandoeningen. Gegevens voor de periode 2014-2016. Brussel: Sciensano; 2020. https://www.sciensano.be/sites/www.wiv-isp.be/files/surv_sti_1416_nl.pdf