Zuigelingensterfte

1. Kernboodschappen

In 2018 bedroeg het kindersterftecijfer 3,7 per duizend levendgeborenen. De kindersterfte is de afgelopen decennia in België sterk gedaald. De huidige cijfers en trends zijn vrij gelijkaardig in de drie gewesten.

2. Achtergrond

De zuigelingensterfte is een maat voor de sterfte van kinderen jonger dan 1 jaar. Het weerspiegelt zowel de sterfte tijdens de perinatale als de sterfte na de perinatale periode, dewelke vaak te voorkomen zijn. De zuigelingensterfte hangt sterk samen met het ontwikkelingsniveau van het land, de kwaliteit van de medische zorg, preventieve diensten en gezondheidsbevorderende interventies.

In bijna alle landen ter wereld zijn lange tijd hogere kindersterftecijfers waargenomen bij jongens dan bij meisjes [1]. De verklaring is complex, en omvat belangrijke biologische en genetische factoren, evenals omgevings- en gedragsfactoren die resulteren in een blijvend verschil in sterfte gedurende de kindertijd en later [2,3].

Op regionaal niveau kunnen grote schommelingen in het jaarlijks sterftecijfer waargenomen worden als gevolg van het lage aantal sterfgevallen bij zuigelingen. Betekenisvolle vergelijkingen van het sterftecijfer en van de trends per regio worden daarom het best gemaakt op basis van het uitgemiddelde cijfers. In dit overzicht hebben we gebruik gemaakt van een voortschrijdend gemiddelde over de laatste 5 jaar.

Zuigelingensterftes in België kunnen zich voordoen bij wettelijke inwoners (die ingeschreven zijn in het Rijksregister, met een Belgische of buitenlandse nationaliteit), asielzoekers (die ingeschreven zijn in het register van asielzoekers) of niet-inwoners (reizigers, niet-wettelijke inwoners). De officiële statistieken van de kindersterfte omvatten deze onder wettelijke inwoners en asielzoekers.

Op deze pagina tonen we eerst alle zuigelingensterftes in België volgens het verblijfsstatuut, vervolgens belichten we de zuigelingensterftes waarvan de moeder geregistreerd in het Rijksregister was.

3. Zuigelingensterftecijfer

België

Alle zuigelingensterfte

In het jaar 2018 registreerden de Belgische autoriteiten in totaal 465 sterfgevallen onder zuigelingen.

Hieronder vielen 436 sterfgevallen bij kinderen geboren uit een wettelijk geregistreerde moeder. Drie extra sterfgevallen vonden plaats bij kinderen wiens moeder ingeschreven was in het asielzoekersregister [5]. Bij 26 sterfgevallen was de moeder geen inwoner of werd het overlijden van de zuigeling alleen gemeld via een overlijdensakte.

In hetzelfde jaar bedroeg het totale aantal levendgeborenen 120 827, waarvan 117 800 geregistreerd werden in het Rijksregister, 519 werden geregistreerd in het asielzoekersregister en voor 2508 geboorten was de moeder niet inwoner of werd van alleen aangifte gedaan met een geboorteakte.

  Aantal overlijdens
Aantal levendgeborenen
Zuigelingensterftecijfer
Zuigelingensterfte onder mensen geregistreerd in het Rijksregister 436 117 800 3,70
Zuigelingensterfte onder mensen geregistreerd in het Rijksregister en Register van Asielzoekers 439 118 319 3,71
Alle zuigelingensterfte
465 120 827 3,85
Zuigelingensterfte onder mensen geregistreerd in het Rijksregister

In 2018 bedroeg het zuigelingensterftecijfer 3,7 per duizend levendgeborenen. De zuigelingensterftecijfers zijn tussen 1998 (5,3%) en 2018 met 30% gedaald.

Het zuigelingensterftecijfer in 2018 was 3,2 per duizend levendgeborenen bij meisjes en 4,1‰ bij jongens, wat overeenkomt met een absolute kloof van 0,9‰ en een geslachtsratio van 1,3. De genderkloven in sterftecijfers fluctueren in de loop van de tijd als gevolg van het kleine aantal sterfgevallen onder zuigelingen.

Na uitmiddeling blijven de mortaliteitsverschillen tussen meisjes en jongens bestaan (respectievelijk 2,9‰ en 3,9‰).

  • Jaarlijks
  • Uitgemiddeld

Zuigelingensterfte volgens geslacht, 1998-2018
Bron: Statbel [4]

Uitgemiddeld zuigelingensterftecijfer (5-jaar voortschrijdend gemiddelde) volgens geslacht, 2002-2018
Bron: Eigen berekening op basis van Statbel [4]

Trends en regionale verschillen

De zuigelingensterfte in de drie gewesten was vergelijkbaar in 2018: 3,9‰ in Vlaanderen en 3,5‰ in Brussel en Wallonië.

Na uitmiddeling waren de zuigelingensterftecijfers in 2018 vergelijkbaar in Vlaanderen (3,5‰) en Wallonië (3,4‰) en iets lager in Brussel (3,2‰); dit zou echter over een langere periode bevestigd moeten worden, aangezien het aantal sterfgevallen onder zuigelingen in Brussel erg klein is.

Over de tijd heen, is in alle gewesten een sterke daling vastgesteld. In Brussel was het zuigelingensterftecijfer tot 2009 hoger in vergelijking met andere gewesten, maar is daarna sterk gedaald.

  • Jaarlijks
  • Uitgemiddeld

Zuigelingensterfte volgens gewest, 1998-2018
Bron: Statbel [4]

Uitgemiddeld zuigelingensterftecijfer (5-jaar voortschrijdend gemiddelde) volgens gewest, 2002-2018
Bron: Eigen berekening op basis van Statbel [4]

Internationale vergelijking

In 2018 was de zuigelingensterfte in België gelijk aan het gemiddelde van het EU-15 sterftecijfer (3,2‰). Na Luxemburg, het Verenigd Koninkrijk, en ex aequo met Frankrijk, had België in 2018 het op drie na hoogste kindersterftecijfer van de EU-15.

Zuigelingensterfte per geboorteland, EU-15, 2018
Bron: OECD Health Data [5]

4. Meer informatie

Bekijk de metadata voor deze indicator

SPMA: Standardized Procedures for Mortality Analysis in Belgium

Definities

EU-15
De EU-15 komt overeen met alle landen die tussen 1995 en 2004 tot de Europese Unie behoorden: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, en Zweden. We vergelijken de Belgische gezondheidsstatus met die van de EU-15 omdat deze landen vergelijkbare sociaal-economische omstandigheden hebben.
Zuigelingensterfte
De zuigelingensterfte is het aantal sterfgevallen van kinderen onder de leeftijd van 1 jaar per 1000 geboortes in hetzelfde jaar.
Geslachtsratio
De geslachtsratio is het sterftecijfer van jongens onder de 1 jaar gedeeld door het sterftecijfer van meisjes onder de 1 jaar. Een geslachtsratio van 1,2 betekent dat er 1,2 keer meer sterfgevallen bij jongens dan bij meisjes zijn.

Referenties

  1. UN IGME. United Nations Interagency Group for Child Mortality Estimation; 2018. https://childmortality.org/data
  2. Drevenstedt GL, Crimmins EM, Vasunilashorn S, Finch CE. The rise and fall of excess male infant mortality, 2008. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18362357/ 
  3. Sidebotham P, Fraser J, Covington T, Freemantle J, Petrou S, Pulikottil-Jacob R, et al. Understanding why children die in high-income countries, 2014. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25209491/ 
  4. Statbel, 1998-2018. https://statbel.fgov.be/nl/themas/bevolking/sterfte-en-levensverwachting/foeto-infantiele-sterfte
  5. OECD Health Data, 2018. http://stats.oecd.org