Zuigelingensterfte

1. Kernboodschappen

In 2019 bedroeg de zuigelingensterfte 3,6 per duizend levendgeborenen. De zuigelingensterfte is sinds 2000 in België sterk gedaald, maar lijkt de laatste jaren te stagneren op hetzelfde niveau. De zuigelingensterfte en de trends over de tijd zijn gelijkaardig in de drie gewesten.

2. Achtergrond

De zuigelingensterfte is een maat voor de sterfte van kinderen jonger dan 1 jaar. Het weerspiegelt zowel de sterfte tijdens de perinatale periode als de sterfte na de perinatale periode, welke vaak te voorkomen is. De zuigelingensterfte hangt sterk samen met het ontwikkelingsniveau van het land, de kwaliteit van de medische zorg en de beschikbaarheid van preventieve diensten en gezondheids-bevorderende interventies.

In bijna alle landen ter wereld zijn lange tijd hogere zuigelingensterfte waargenomen bij jongens ten opzichte van bij meisjes [1]. De verklaring is complex, en omvat belangrijke biologische en genetische factoren, evenals omgevings- en gedragsfactoren die resulteren in een blijvend verschil in sterfte gedurende de kindertijd en later [2,3].

Op gewestelijk niveau werden grote schommelingen in het jaarlijks sterftecijfer waargenomen als gevolg van het lage aantal sterfgevallen bij zuigelingen. Betekenisvolle vergelijkingen van het sterftecijfer en van de trends per gewest worden daarom het best gemaakt op basis van over de tijd uitgemiddelde cijfers. In dit overzicht hebben we gebruik gemaakt van een voortschrijdend gemiddelde over de laatste 5 jaar.

Zuigelingensterfte in België kan zich voordoen bij legale inwoners (die ingeschreven zijn in het Rijksregister, met een Belgische of buitenlandse nationaliteit), asielzoekers (die ingeschreven zijn in het register van asielzoekers) of niet-inwoners (reizigers, niet-wettelijke inwoners). De officiële statistieken van de zuigelingensterfte omvatten deze onder wettelijke inwoners en asielzoekers.

Op deze pagina tonen we eerst alle zuigelingensterfte in België volgens het verblijfsstatuut, vervolgens belichten we de zuigelingensterfte waarvan de moeder geregistreerd was in het Rijksregister.

3. Zuigelingensterftecijfer

België

Alle inwoners

In het jaar 2019 registreerden de Belgische autoriteiten in totaal 464 sterfgevallen onder zuigelingen.

Hieronder vielen 423 sterfgevallen bij kinderen geboren uit een wettelijk geregistreerde moeder. Drie extra sterfgevallen vonden plaats bij kinderen wiens moeder ingeschreven was in het asielzoekersregister [5]. Bij 38 sterfgevallen was de moeder geen inwoner of werd het overlijden van de zuigeling alleen gemeld via een overlijdensakte.

In hetzelfde jaar bedroeg het totale aantal levendgeborenen 120 130, waarvan 117 103 geregistreerd werden in het Rijksregister, 592 werden geregistreerd in het asielzoekersregister en voor 2435 geboorten was de moeder niet inwoner of werd van alleen aangifte gedaan met een geboorteakte.

  Aantal overlijdens
Aantal levendgeborenen
Zuigelingensterftecijfer
Rijksregister 423 117 103 3,61
Rijksregister en register van asielzoekers 426 117 695 3,62
Alle inwoners
464 120 130 3,86
Wettelijke inwoners

In 2019 bedroeg het zuigelingensterftecijfer 3,6 per duizend levendgeborenen. De zuigelingensterftecijfer is met 32% gedaald tussen 1998 (5,3%) en 2019.

Het zuigelingensterftecijfer in 2019 was 3,1 per duizend levendgeborenen bij meisjes en 4,1‰ bij jongens, een absolute kloof van 0,9‰ en een geslachtsratio van 1,3. De kloof volgens geslacht in sterftecijfers fluctueert over tijd als gevolg van het kleine aantal sterfgevallen onder zuigelingen.

Na het uitmiddelen van de cijfers blijven de verschillen in sterfte tussen meisjes en jongens bestaan (respectievelijk 3,0‰ en 3,9‰).

  • Jaarlijks
  • Uitgemiddeld

Zuigelingensterfte volgens geslacht, 1998-2019
Bron: Statbel [4]

Uitgemiddeld zuigelingensterftecijfer (5-jaar voortschrijdend gemiddelde) volgens geslacht, 2002-2019
Bron: Eigen berekening op basis van Statbel [4]

Trends en regionale verschillen

In 2019 was de zuigelingensterfte vergelijkbaar tussen de drie gewesten: 3,6‰ in het Vlaamse en het Waalse Gewest en 3,5‰ in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest. Na het uitmiddelen van de cijfers was de zuigelingensterfte in 2019 iets hoger in het Vlaamse Gewest (3,6‰) ten opzichte van het Waalse Gewest (3,4‰) en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest (3,3‰).

In alle gewesten is over de tijd heen een sterke daling vastgesteld. In het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest was het zuigelingensterftecijfer tot 2009 hoger ten opzichte van de andere gewesten, maar ook in deze regio is de sterfte sterk gedaald na 2019. De laatste zeven jaar lijkt het zuigelingensterftecijfer te stagneren in alle gewesten.

  • Jaarlijks
  • Uitgemiddeld

Zuigelingensterfte volgens gewest, 1998-2019
Bron: Statbel [4]

Uitgemiddeld zuigelingensterftecijfer (5-jaar voortschrijdend gemiddelde) volgens gewest, 2002-2019
Bron: Eigen berekening op basis van Statbel [4]

Internationale vergelijking

In 2019 was de zuigelingensterfte in België gelijk aan het gemiddelde van het EU-14 sterftecijfer (3,1‰). België had in 2019 het op drie na hoogste kindersterftecijfer van de EU-14, na Luxemburg en Frankrijk, en ex aequo met Griekenland.

Zuigelingensterfte per geboorteland, EU-14, 2019
Bron: OECD Health Data [5]

4. Meer informatie

Bekijk de metadata voor deze indicator

SPMA: Standardized Procedures for Mortality Analysis in Belgium

Definities

EU-14
De EU-14 komt overeen met alle landen die tussen 1995 en 2004 tot de Europese Unie behoorden: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, en Zweden. We vergelijken de Belgische gezondheidsstatus met die van de EU-14 omdat deze landen vergelijkbare sociaal-economische omstandigheden hebben. Opmerking: Het Verenigd Koninkrijk is niet opgenomen in deze lijst, aangezien ze de EU verlaten hebben.
Zuigelingensterfte
De zuigelingensterfte is het aantal sterfgevallen van kinderen onder de leeftijd van 1 jaar per 1000 geboortes in hetzelfde jaar.
Geslachtsratio
De geslachtsratio is het sterftecijfer van jongens onder de 1 jaar gedeeld door het sterftecijfer van meisjes onder de 1 jaar. Een geslachtsratio van 1,2 betekent dat er 1,2 keer meer sterfgevallen bij jongens dan bij meisjes zijn.

Referenties

  1. UN IGME. United Nations Interagency Group for Child Mortality Estimation; 2018. https://childmortality.org/data
  2. Drevenstedt GL, Crimmins EM, Vasunilashorn S, Finch CE. The rise and fall of excess male infant mortality, 2008. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18362357/ 
  3. Sidebotham P, Fraser J, Covington T, Freemantle J, Petrou S, Pulikottil-Jacob R, et al. Understanding why children die in high-income countries, 2014. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25209491/ 
  4. Statbel, 1998-2019. https://statbel.fgov.be/nl/themas/bevolking/sterfte-en-levensverwachting/foeto-infantiele-sterfte
  5. OECD Health Data, 2019. http://stats.oecd.org