Vroegtijdige sterfte

1. Kernboodschappen

In 2016 bedroeg het vroegtijdig sterftecijfer (voor 75 jaar) in België 350 per 100.000.
Tussen 2000 en 2016 is het vroegtijdig sterftecijfer met 27% gedaald. België heeft echter een slechte positie binnen de EU-15, met een totaal aan verloren potentiële levensjaren dat 8% hoger is dan het EU-15-gemiddelde bij mannen en 13% bij vrouwen. Vroegtijdige sterfte is 1,8 keer hoger bij mannen dan bij vrouwen.
Het vroegtijdig sterftecijfer is lager in het Vlaamse Gewest dan in de twee andere gewesten, met cijfers die respectievelijk 40% en 20% hoger liggen in het Waalse en Brusselse Hoofdstedelijke Gewest dan in het Vlaamse Gewest. Vroegtijdige sterfte neemt af in alle gewesten, maar de ongelijkheden persisteren.

2. Achtergrond

Vroegtijdige sterfte verwijst naar sterfgevallen die te vroeg plaatsvinden, dat wil zeggen op elke leeftijd lager dan de levensverwachting. Verschillende drempels kunnen worden gebruikt bij de definitie van deze indicator. In dit rapport wordt de vroegtijdige sterfte vóór de leeftijd van 75 jaar beschouwd. Het verminderen van vroegtijdige sterfte is een belangrijke doelstelling van de volksgezondheid aangezien een groot aandeel van de vroegtijdige sterfgevallen vermeden worden door acties op het gebied van de volksgezondheid.

Het bruto sterftecijfer is het aantal sterfgevallen in een bepaald jaar gedeeld door de populatiegrootte. Deze indicator is echter niet zo geschikt om de gezondheid op te volgen, omdat sterfte sterk gerelateerd is met leeftijd. Bruto sterftecijfers in verouderende populaties kunnen daarom toenemen, ook al zou de gezondheidstoestand verbeteren. Om vergelijking van sterfte-indicatoren tussen verschillende populaties of tijdsperioden mogelijk te maken, dient bijgevolg gebruik gemaakt te worden van schatters die gecorrigeerd zijn voor de leeftijdssamenstelling van de betrokken populaties. In dit rapport worden daarom ook voor leeftijd gecorrigeerde sterftecijfers gebruikt, waarbij de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie werd gebruikt.

Naast het leeftijdsspecifieke sterftecijfer, kan de vroegtijdige sterfte ook beschreven worden aan de hand van het verlies aan potentiële levensjaren (VPLJ). Deze indicator weegt elk overlijden in functie van de leeftijd waarbij een groter gewicht wordt toegekend aan jongere leeftijden (het gewicht wordt berekend door 75 te verminderen met de leeftijd bij overlijden). In dit rapport wordt het VPLJ gebruikt om een vergelijking met andere landen mogelijk te maken. Deze indicator wordt gecorrigeerd op basis van leeftijd om de impact van verschillende leeftijdsstructuren op te vangen.

3. België

In 2016 bedroeg het bruto vroegtijdige sterftecijfer (0-75 jaar) 331 / 100.000 en het voor leeftijd gecorrigeerde vroegtijdige sterftecijfer 350 / 100.000. Het voor leeftijd gecorrigeerde sterftecijfer was 1,8 keer hoger bij mannen (452) dan bij vrouwen (254). De sterftecijfers nemen in de loop van de tijd af; de daling is meer uitgesproken bij mannen (-31% tussen 2000 en 2016) dan bij vrouwen (-22%).

4. Gewesten

Er bestaan belangrijke verschillen in vroegtijdige sterfte tussen de drie gewesten. In vergelijking met het Vlaamse Gewest, worden de volgende verschillen waargenomen:

  • 44% hoger bij mannen en 36% hoger bij vrouwen in het Waalse Gewest
  • 27% hoger bij mannen en 14% hoger bij vrouwen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

De vroegtijdige sterftecijfers nemen in alle drie de gewesten in dezelfde mate af, waardoor de verschillen tussen Vlaanderen en de twee andere gewesten blijven bestaan.

  • Mannen
  • Vrouwen

Voor leeftijd gecorrigeerd vroegtijdig sterftecijfer (*) bij mannen, in België en per gewest, 2000-2016
Bron: Eigen berekeningen op basis van de gegevens van Statbel
(*) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie

Voor leeftijd gecorrigeerd vroegtijdig sterftecijfer (*) bij vrouwen, in België en per gewest, 2000-2016
Bron: Eigen berekeningen op basis van de gegevens van Statbel
(*) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie

5. Districten

Kijkend naar een lager geografisch niveau, is het vrij duidelijk dat de meeste Vlaamse districten voor beide geslachten (hoewel minder uitgesproken bij vrouwen) een lager vroegtijdig sterftecijfer ervaren dan het Belgische gemiddelde. Het omgekeerde wordt waargenomen in Brussel en alle Waalse districten (behalve Nijvel voor beide geslachten). De hoogste vroegtijdig sterftecijfers bij mannen worden waargenomen in drie districten van de provincie Henegouwen.

  • Mannen
  • Vrouwen

Voor leeftijd gecorrigeerd vroegtijdig sterftecijfer (°) bij mannen, volgens district, 2010-2016
Bron: Eigen berekeningen op basis van de gegevens van Statbel
(°) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie; (*) significant verschillend van het gemiddelde (p<0.05); (***) significant verschillend van het gemiddelde (p<0.05) na Bonferroni-correctie

Premature mortality in men BE 2010 2016

Voor leeftijd gecorrigeerd vroegtijdig sterftecijfer (°) bij vrouwen, volgens district, 2010-2016
Bron: Eigen berekeningen op basis van de gegevens van Statbel
(°) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie; (*) significant verschillend van het gemiddelde (p<0.05); (***) significant verschillend van het gemiddelde (p<0.05) na Bonferroni-correctie

Preamture mortality women BE 2010 2016

6. Internationale vergelijking

Voor de internationale vergelijking van de vroegtijdige sterfte werd het verlies aan potentiële levensjaren (VPLJ) als indicator gebruikt. België scoort op dit gebied slecht binnen de EU-15, en dit zowel voor mannen als voor vrouwen. In België was het VPLJ in 2015 (of dichtstbijzijnde jaar) 8% hoger dan het EU-15-gemiddelde bij mannen en 13% bij vrouwen.

  • Mannen
  • Vrouwen

Verlies aan potentiële levensjaren (0-75) bij mannen, EU-15, 2015 of dichtstbijzijnde jaar
Bron: Eigen berekeningen op basis van de sterftegegevens van de Wereldgezondheidsorganisatie

Verlies aan potentiële levensjaren (0-75) bij vrouwen, EU-15, 2015 of dichtstbijzijnde jaar
Bron: Eigen berekeningen op basis van de sterftegegevens van de Wereldgezondheidsorganisatie

7. Meer informatie

Bekijk de metadata voor deze indicator

Statbel: Algemene sterfte

Sciensano: Standardized Procedures for Mortality Analysis (SPMA)

WHO: Mortality database

Definities

Bruto sterftecijfer
Het bruto sterftecijfer geeft het aantal geregistreerde sterfgevallen in een land weer gedeeld door de overeenkomstige populatiegrootte.
Voor leeftijd gecorrigeerde sterftecijfer
De voor leeftijd gecorrigeerde sterfte geeft het volgens leeftijd gewogen gemiddelde sterftecijfer weer en kan zo de verschillen te wijten aan de leeftijdsstructuur van de bevolking opvangen.
Vroegtijdige sterfte
Vroegtijdige sterfte wordt hier gedefinieerd als sterfgevallen vóór de leeftijd van 75.
Verloren potentiële levensjaren (VPLJ)
Verloren potentiële levensjaren (VPLJ) meten het aantal verloren levensjaren als gevolg van vroegtijdig overlijden. VPLJ geven een hoger gewicht aan sterfgevallen die voorkomen bij jongere dan bij oudere mensen. De berekening van VPLJ bestaat uit het optellen van sterfgevallen op elke leeftijd en het vermenigvuldigen ervan met het aantal resterende jaren tot een bepaalde leeftijd (hier, 75 jaar).