Patiëntgerichtheid

Patiëntgerichte zorg is 'zorg waarbij de voorkeuren, behoeften en waarden van de patiënt worden gerespecteerd, en mee in overweging worden genomen bij de klinische besluitvorming’. Het is zorg die meer lijkt op een partnerschap tussen de zorgverlenerl en de patiënt (en de familie), dan op een paternalistische relatie. Dit vereist goede communicatie, een luisterend oor, reflectie en een uitwisseling tussen de patiënt en de zorgverlener.

De meting van deze dimensie van zorgkwaliteit staat nog in de kinderschoenen en is het onderwerp van veel onderzoek. Ze richt zich op de herkenning van de behoeften, wensen en voorkeuren van patiënten, de kwaliteit van de communicatie met de zorgverlener (wat een scala aan vaardigheden vereist, zoals luisteren, iets kunnnen  uitleggen, hoffelijkheid) en de betrokkenheid van patiënten en hun familie bij de zorg (hen hun zorg laten beheren en weloverwogen beslissingen laten nemen over hun behandelingsopties).

Nagaan of zorg patiëntgericht is, vormt echter een grote uitdaging. Sinds 2011 verzamelt de OESO vragen over de perceptie van patiënten over de kwaliteit van de consultatie voor zijn rapport “Health at a Glance”. Sciensano heeft een aantal van deze vragen opgenomen in de vragenlijst van de Gezondheidsenquête; vier van deze vragen worden hier gebruikt als indicator (QP-1 tot QP-4).

Het belang dat wordt gehecht aan de voorkeuren van de patiënt kan ook worden gemeten op basis van de mate waarin nieuwe strategieën voor de actieve monitoring van kanker met een laag risico op progressie worden ingevoerd. Deze kunnen immers alleen worden ontwikkeld in volledige overeenstemming met de patiënt en mits zijn actieve samenwerking (QP-5, QP-6).

Tot slot voegden we ook een indicator toe over de ervaring van gehospitaliseerde patiënten. Hier gaat het over ziekenhuizen waar met vragenlijsten de ervaring van de patiënt (Patient-Reported Experience Measures (PREM's)) wordt gemeten (QP-7).

Indicatoren van de patientgerichtheid van de zorg
(ID) indicatorScoreBELJaarVlaWalBruBron

EU-15 gemiddelde

Patiëntervaringen met ambulante zorg
QP-1* Arts spendeert genoeg tijd met patiënten tijdens consultatie (% van de respondenten, contact met HA/SP) green empty HA:97,7 SP:96,3 2013 HA:98 SP:97,1 HA:97,5 SP:96,1 HA:96,6 SP:93,9 HIS 87,1 (1)
QP-2* Arts geeft gemakkelijk te begrijpen informatie (% van de respondenten, contact met HA/SP) green empty HA:98,1 SP:95,5 2013 HA:98,3 SP:96,0 HA:98,2 SP:95,7 HA:97,4 SP:93,2 HIS 91,1 (1)
QP-3* Arts biedt de gelegenheid om vragen te stellen of bezorgdheid te uiten (% van de respondenten, contact met HA/SP) green empty HA:98,1 SP:95,3 2013 HA:96,6 SP:95,4 HA:97,4 SP:96,4 HA:96,9 SP:91,9 HIS 89,3 (1)
QP-4* Arts betrekt patiënten bij beslissingen over zorg en/of behandeling (% van de respondenten, contact met HA/SP) green empty HA:95,8 SP:92,1 2013 HA:96,0 SP:91,8 HA:95,8 SP:92,5 HA:95,0 SP:92,0 HIS 86,1 (1)
QP-5
NEW 2019
Patiënten met een gelokaliseerde prostaatkanker die geen behandeling krijgen rond diagnosedatum (%) green improving 58,2 2015 58,3 56,8 65,7 BCR -
QP-6
NEW 2019
Patiënten met gelokaliseerde teelbalkanker (seminoom) die na de chirurgische ingreep adjuvante behandeling krijgen (%) orange improving 52,3 2013-2015 57,2 36,5 69,2 BCR -
Patiëntervaringen in ziekenhuizen
QP-7
NEW 2019
Percentage algemene ziekenhuizen dat PREMs uitvoert na een verblijf in een C- of D-bed (%) green empty 94 2018 - - - FOD VVVL -

(1) OESO Health statistics 2015, *Deze indicator wordt geactualiseerd op de website zodra de resultaten van de HIS 2018 beschikbaar zijn

Tevredenheid van de patiënten over de kwaliteit van de communicatie met hun arts (QP-1 tot QP-4) 

Met 4 indicatoren wordt gemeten hoe patiënten hun relatie hebben ervaren met de laatste arts bij wie ze op consultatie zijn geweest.

Deze indicatoren komen uit de Gezondheidsenquête (Sciensano). Het gaat om de antwoorden op 4 vragen die in het kader van deze enquête zijn gesteld: 'De laatste keer dat u op consultatie bent geweest bij een arts (huisarts of specialist),

  • heeft deze arts toen voldoende tijd aan u besteed? (QP-1)
  • heeft deze arts u toen alles op een eenvoudig te begrijpen manier uitgelegd? (QP-2)
  • heeft deze arts u de mogelijkheid gegeven om vragen te stellen of uw bezorgdheden te uiten over de voorgeschreven behandeling? (QP-3)
  • heeft deze arts u zo veel als u wilde betrokken bij het besluitvormingsproces over uw zorg en behandeling?' (QP-4) 
RESULTATEN
  • Over het algemeen is de tevredenheid van de patiënten over de vier indicatoren uit de Gezondheidsenquête hoog, zowel voor de contacten met huisartsen (min: 95,8%; max: 98,1%) als met specialisten (min: 92,1%; max: 96,3%).
  • Deze resultaten liggen boven het EU-15-gemiddelde voor deze vier tevredenheidsindicatoren voor ambulante zorg.
  • Patiënten met een lager opleidingsniveau blijken iets minder tevreden over hun contacten met gespecialiseerde artsen dan patiënten met een hoger opleidingsniveau. Dat verschil is niet aanwezig bij contact met huisartsen.
  • De regionale verschillen zijn het meest uitgesproken voor de vraag naar de tijd die specialisten besteden (tevredenheid van 97,1% in Vlaanderen, 96,1% in Wallonië en 93,9% in Brussel) en de vraag naar de mogelijkheid om specialisten vragen te stellen (tevredenheid van 95,4% in Vlaanderen, 96,4% in Wallonië en 91,9% in Brussel).

Naar technische fiche en gedetailleerde resultaten

Actieve opvolging van prostaat- en teelbalkanker (QP-5 et QP-6)    

Strategieën voor actieve opvolging van bepaalde kankers zijn relatief recente praktijken die de patiënt een reële rol geven als partner in de keuze van de behandeling. Een actieve opvolging wordt alleen gedaan bij een aantal kankers met een laag risico op progressie. Het doel is om de onmiddellijke behandeling met mogelijk ernstige bijwerkingen uit te stellen door het natuurlijke beloop van de ziekte aan de hand van regelmatige controles zorgvuldig in de gaten te houden en alleen over te stappen op een agressievere behandeling als er aanzienlijke progressie wordt vastgesteld.  De keuze voor een dergelijke actieve opvolging kan alleen worden gemaakt met de volledige instemming en medewerking van de patiënt.

  • Prostaatkanker: deze kanker kent vaak een trage progressie en de behandelingen (operatie, bestraling) kunnen zware bijwerkingen veroorzaken (zoals urinaire incontinentie en impotentie). Als aan bepaalde voorwaarden (stadium van de kanker, leeftijd en algemene gezondheidstoestand van de patiënt) is voldaan, kan aan hem worden voorgesteld de tumor niet meteen te behandelen en de progressie op te volgen door regelmatige controles. Als de tumor tekenen van progressie vertoont, is er nog tijd om over te schakelen op een agressievere behandeling.
  • Teelbalkanker: actieve opvolging kan worden voorgesteld na de chirurgische verwijdering van de aangetaste teelbal, ter vervanging van eventuele aanvullende chemotherapie en/of bestraling. Het principe is hetzelfde: aandachtige opvolging met de volledige medewerking van de patiënt, en agressievere behandelingen alleen wanneer nodig.
RESULTATEN
  • Er worden steeds minder patiënten met prostaatkanker met een laag risico actief behandeld: 58% van de patiënten die hun diagnose in 2015 kregen, heeft geen enkele behandeling ondergaan; in 2004 was dat nog 21% (Figuur 1).
  • Dit percentage is hoger voor oudere patiënten (Figuur  2).
  • Bij patiënten met teelbalkanker met een goede prognose is er sinds 2004, en vooral sinds 2013, het jaar waarin nieuwe klinische richtlijnen werden gepubliceerd, ook een significante daling van het percentage adjuvante therapie (Figuur 3).
Figuur 1 - Percentage onbehandelde prostaatkankerpatiënten per regio (2004-2015)
Bron: Kankerregister
Proportion of prostate cancer untreated patients by age category (2004-2015
Figuur 2 - Percentage onbehandelde prostaatkankerpatiënten per leeftijdscategorie (2004-2015)
Bron: Kankerregister
Proportion of prostate cancer untreated patients by region (2004-2015)
Figuur 3 - Percentage patiënten met stadium I testiskanker (seminoma) met chemotherapie of radiotherapie als adjuvante behandeling na de ingreep
Bron: Belgian Cancer Registry

Naar technische fiche en gedetailleerde resultaten

Percentage ziekenhuizen waar PREM's plaatsvinden (QP-7) 

Het meten van de ervaringen van de patiënten (Patient-Reported Experience Measure - PREM) is een dimensie geworden van de evaluatie van de zorgkwaliteit in ziekenhuizen. In 2017 hebben 50 ziekenhuizen in Vlaanderen vrijwillig de tevredenheidsvragenlijst van het Vlaams Patiënten Platform (VPP) beantwoord. De Franstalige ziekenhuizen meten de tevredenheid van patiënten met vragenlijsten van BSM-Management en Santhea. Daarnaast meten sommige ziekenhuizen de ervaringen van hun patiënten op autonome wijze. Hoewel deze trend moet worden toegejuicht, betreuren we deze heterogeniteit, want het belemmert een algemene evaluatie.

In juli 2018 werd in het kader van de hervorming van de financiering van de Belgische ziekenhuizen het pay for performance (P4P) project opgestart voor een totaal budget van 6 miljoen euro. Elk deelnemend ziekenhuis zal worden beoordeeld op 80 punten, waarvan er tien betrekking hebben op het meten van de ervaring van de patiënten.

RESULTATEN
  • In 2018 organiseerden 96 van de 102 ziekenhuizen (94%)  PREM-metingen in een geneeskundige of chirurgische afdeling.
  • In de toekomst zal het P4P-programma worden uitgebreid naar meer PREMs en PROMs (de door de patiënt waargenomen gezondheidsresultaten en ervaringen).

Naar technische fiche en gedetailleerde resultaten