Vroegtijdige sterfte naar doodsoorzaak

1. Kernboodschappen

De oorzaken van vroegtijdige sterfte (vóór de leeftijd van 75) met de hoogste impact in termen van verloren levensjaren, zijn als volgt:

  • Zelfmoord, longkanker en ischemische hartziekten bij mannen
  • Borstkanker, longkanker en cerebrovasculaire aandoeningen bij vrouwen

Voor de meeste aandoeningen zijn de vroegtijdige sterftecijfers tussen 2000 en 2017 gedaald. Dit is met name het geval voor coronaire hartziekte en verkeersongevallen, die bij beide geslachten met meer dan 50% zijn afgenomen. Uitzonderingen op deze algemene tendens zijn longkanker en chronische obstructief longlijden (COPD) bij vrouwen, die gestaag toenamen en daarna stabiliseerden.

Regionale verschillen in vroegtijdige sterfte naar oorzaak worden waargenomen met hogere vroegtijdige sterfte in Wallonië en Brussel dan in Vlaanderen. De oorzaken die het meest bijdragen aan het verschil tussen Wallonië en Vlaanderen zijn coronaire hartziekte, longkanker, en COPD bij mannen; en longkanker, coronaire hartziekte en COPD bij vrouwen. De oorzaken die het meest bijdragen tot het verschil tussen Brussel en Vlaanderen zijn coronaire hartziekte, cerebrovasculaire aandoeningen, en chronische leveraandoeningen bij mannen; en COPD, longkanker, en chronische leveraandoeningen bij vrouwen.

De ontwikkeling van vroegtijdige sterfte in de tijd is vrij gelijkaardig voor de drie gewesten.

2. Achtergrond

Het kader dat hier gebruikt wordt om doodsoorzaken te analyseren is de Internationale Classificatie van Ziekten, 10de editie (ICD-10) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). In dit rapport wordt sterfte geanalyseerd op basis van de onderliggende doodsoorzaak, zoals aangegeven op de overlijdensakte. De onderliggende doodsoorzaak heeft in de regel de voorkeur boven de onmiddellijke doodsoorzaak en de bijdragende doodsoorzaken, omdat vanuit een volksgezondheidsperspectief het doel is om de keten van gebeurtenissen die tot de dood leiden te doorbreken en de onderliggende oorzaak te voorkomen [1].

In een eerste stap worden de oorzaken van algemene sterfte (alle leeftijden) beschreven volgens de ICD-10-hoofdstukken; met andere woorden, op basis van de eerste letter van de ICD-10 codes. In een tweede stap worden de 10 belangrijkste specifieke doodsoorzaken voor België en voor de gewesten besproken.

Vroegtijdige sterfte verwijst naar sterfgevallen die te vroeg plaatsvinden, dat wil zeggen op elke leeftijd lager dan de levensverwachting. Verschillende drempels kunnen worden gebruikt bij de definitie van deze indicator. In dit rapport wordt de vroegtijdige sterfte vóór de leeftijd van 75 jaar beschouwd. Het verminderen van vroegtijdige sterfte is een belangrijke doelstelling van de volksgezondheid aangezien een groot aandeel van de vroegtijdige sterfgevallen vermeden worden door acties op het gebied van het gezondheidszorgsysteem en de volksgezondheid. De rangschikking van de oorzaken van vroegtijdige sterfte is bijgevolg een zeer belangrijk instrument om prioriteiten voor het gezondheidsbeleid vast te kunnen stellen.

De vroegtijdige sterfte naar oorzaak kan worden gemeten met behulp van:

  • Vroegtijdige sterftecijfers, die de frequentie van sterfgevallen voor de leeftijd van 75 meten als gevolg van een specifieke aandoening, per 100.000 mensen jonger dan 75. Deze indicator maakt het mogelijk om de frequentie van verschillende doodsoorzaken te vergelijken.
  • Verloren Potentiële Levensjaren (VPLJ), die sterfgevallen wegen in functie van de leeftijd van sterfte. VPLJ maken het mogelijk om doodsoorzaken te vergelijken op basis van hun ziektelast, waarbij rekening wordt gehouden met zowel de frequentie als de leeftijd van overlijden [2]. In een rangschikking op basis van VPLJ zullen bvb uitwendige oorzaken hoger scoren, omdat deze meestal op jongere leeftijd voorkomen dan sterfgevallen als gevolg van chronische ziekten.

In deze sectie zijn beide indicatoren gecorrigeerd voor leeftijd, met de Europease standaardpopulatie 2010 als referentie. Hierdoor wordt het effect van verschillen in leeftijdsstructuur tussen populaties en over tijd geëlimineerd.

De COVID-19 mortaliteit wordt op een andere pagina geanalyseerd. 

3. België

Belangrijkste aandoeningen (gegroepeerd volgens ICD-hoofdstuk) verantwoordelijk voor vroegtijdige sterfgevallen

Bij zowel mannen als vrouwen worden bijna 70% van alle vroegtijdige sterftes veroorzaakt door dezelfde drie groepen van doodsoorzaken:

  • Nieuwvormingen, voornamelijk kankers
  • Hart- en vaatziekten
  • Uitwendige oorzaken, voornamelijk zelfmoord en verkeersongevallen.

Het aandeel van nieuwvormingen onder alle vroegtijdige sterfgevallen is hoger bij vrouwen dan bij mannen. Omgekeerd is het aandeel van hart- en vaatziekten en uitwendige oorzaken hoger bij mannen.

  • Mannen
  • Vrouwen

Verdeling van de oorzaken van vroegtijdige sterfte (volgens ICD-10-hoofdstuk) bij mannen, gerangschikt volgens voor leeftijd gecorrigeerd sterftecijfer (*), België, 2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel
(*) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie

Verdeling van de oorzaken van vroegtijdige sterfte (volgens ICD-10-hoofdstuk) bij vrouwen, gerangschikt volgens voor leeftijd gecorrigeerd sterftecijfer (*), België, 2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel
(*) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie

Rangschikking van de specifieke doodsoorzaken

In termen van vroegtijdige sterftecijfers, zijn de meest frequente oorzaken van vroegtijdige sterfte:

  • bij mannen: longkanker, coronaire hartziekte, en zelfmoord
  • bij vrouwen: longkanker, borstkanker, en cerebrovasculaire aandoeningen

In termen van verloren potentiële levensjaren (VPLJ) wordt de hoogste ziektelast door vroegtijdige sterfte veroorzaakt door:

  • Bij mannen: zelfmoord, longkanker, coronaire hartziekte, en verkeersongevallen
  • Bij vrouwen: borstkanker, longkanker, zelfmoord, en cerebrovasculaire aandoeningen

Voor meer informatie over specifieke aandoeningen kunt u de desbetreffende pagina's raadplegen: Algemeen overzicht niet-overdraagbare aandoeningen, Kanker, Coronaire hartziekten, Diabetes, en Zelfmoordgedrag.

  • Mannen
  • Vrouwen

Rangorde van de belangrijkste oorzaken van vroegtijdige sterfte bij mannen, volgens voor leeftijd gecorrigeerd (*) vroegtijdig sterftecijfer, België, 2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel
(*) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie

Rangorde van de belangrijkste oorzaken van vroegtijdige sterfte bij vrouwen, volgens voor leeftijd gecorrigeerd (*) vroegtijdig sterftecijfer, België, 2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel
(*) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie

 

  • Mannen
  • Vrouwen

Rangorde van de belangrijkste oorzaken van vroegtijdige sterfte bij mannen, volgens voor leeftijd gecorrigeerde (*) Verloren Potentiële Levensjaren, België, 2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel
(*) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie

Rangorde van de belangrijkste oorzaken van vroegtijdige sterfte bij vrouwen, volgens voor leeftijd gecorrigeerde (*) Verloren Potentiële Levensjaren, België, 2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel
(*) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie

Trends

De meeste oorzaken van vroegtijdige sterfte nemen in de loop van de tijd af (of blijven minstens stabiel). Bijvoorbeeld:

  • de vroegtijdige sterfte door coronaire hartziekte daalde spectaculair bij beide geslachten tijdens de periode 2000-2017, met een afname van meer dan 50% van de voor leeftijd gecorrigeerde sterftecijfers
  • hetzelfde werd waargenomen voor cerebrovasculaire aandoeningen
  • vroegtijdige sterftecijfers voor longkanker zijn ook aanzienlijk gedaald bij mannen (relatieve afname van 44%).

Een belangrijke uitzondering op deze algemene trens is longkanker bij vrouwen: de vroegtijdige sterfte aan longkanker nam dramatisch toe bij vrouwen tussen 2000 en 2015 (relatieve toename van 41%), om daarna te stabiliseren. Het is hierdoor gestegen van de vierde naar de eerste plaats in de rangschakking van doodsoorzaken, net na borstkanker. Er werd daarnaast bij vrouwen ook een lichte toename waargenomen voor chronisch obstructief longlijden (COPD).

  • Mannen
  • Vrouwen

Voor leeftijd gecorrigeerd (*) vroegtijdig sterftecijfer van de 6 belangrijkste oorzaken van vroegtijdige sterfte bij mannen, België, 2000-2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel
(*) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie
Noot: In het verleden werden de zelfmoordcijfers in Brussel gedurende enkele jaren onderschat door de vertraging van de Brusselse administratie bij het bevestigen van zelfmoordzaken.

Voor leeftijd gecorrigeerd (*) vroegtijdig sterftecijfer van de 6 belangrijkste oorzaken van vroegtijdige sterfte bij vrouwen, België, 2000-2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel
(*) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie

4. Gewesten

Belangrijkste aandoeningen (gegroepeerd volgens ICD-hoofdstuk) verantwoordelijk voor vroegtijdige sterfgevallen

Net als voor België als geheel, worden in alle gewesten de meeste sterfgevallen veroorzaakt door tumoren, hart- en vaatziekten en externe oorzaken..

Rangschikking van de specifieke doodsoorzaken

In 2017 was de rangschikking van doodsoorzaken in termen van vroegtijdige sterftecijfers als volgt:

  • Bij mannen staat longkanker op de eerste plaats in de 3 gewesten. De tweede doodsoorzaak is coronaire hartziekte, eveneens in alle gewesten. De derde hoofdoorzaak is zelfmoord in Wallonië en Vlaanderen en cerebrovasculaire aandoeningen en hoge bloeddruk in Brussel.
  • Bij vrouwen komt in Wallonië longkanker op de eerste plaats, gevolgd door borstkanker, terwijl in Vlaanderen en Brussel borstkanker de eerste plaats inneemt en longkanker naar de tweede plaats schuift. De derde plaats wordt ingenomen door cerebrovasculaire aandoeningen in Vlaanderen, coronaire hartziekte in Brussel en COPD in Wallonië.

In 2017 was de rangschikking van doodsoorzaken in termen van verloren potentiële levensjaren (VPLJ) als volgt:

  • Bij mannen staat zelfmoord op de eerste plaats in Vlaanderen en Wallonië, gevolgd door longkanker en coronaire hartziekte. In Brussel is de top 3 vergelijkbaar, maar longkanker komt voor zelfmoord. 
  • Bij vrouwen staat longkanker op de eerste plaats in Wallonië, en op de tweede plaats in Vlaanderen en Brussel, na borstkanker. Zelfmoord staat op de derde plaats in alle gewesten.

Het is interessant om op te merken dat vervoersongevallen bij mannen vrij hoog scoren, ook al is het vroegtijdige sterftecijfer vrij laag. 

Voor meer informatie over specifieke aandoeningen kunt u de desbetreffende pagina's raadplegen: Algemeen overzicht niet-overdraagbare aandoeningen, Kanker, Coronaire hartziekten, Diabetes, en Zelfmoordgedrag.

  • Mannen
  • Vrouwen

Rangorde van de belangrijkste oorzaken van vroegtijdige sterfte bij mannen, volgens voor leeftijd gecorrigeerd (*) vroegtijdig sterftecijfer, volgens gewest van woonplaats, 2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel



Rangorde van de belangrijkste oorzaken van vroegtijdige sterfte bij vrouwen, volgens voor leeftijd gecorrigeerd (*) vroegtijdig sterftecijfer, volgens gewest van woonplaats, 2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel



  • Men
  • Women

Rangorde van de belangrijkste oorzaken van vroegtijdige sterfte bij mannen, volgens voor leeftijd gecorrigeerde (*) Verloren Potentiële Levensjaren, volgens gewest van woonplaats, 2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel



Rangorde van de belangrijkste oorzaken van vroegtijdige sterfte bij vrouwen, volgens voor leeftijd gecorrigeerde (*) Verloren Potentiële Levensjaren, volgens gewest van woonplaats, 2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel



Belangrijkste doodsoorzaken die bijdragen aan regionale verschillen in sterft

Zoals te zien is op de pagina Vroegtijdige sterfte, zijn er belangrijke regionale verschillen in het voor leeftijd gecorrigeerde vroegtijdig sterftecijfer. Hier analyseren we welke specifieke doodsoorzaken hiertoe het meest bijdragen, door de oorzaakspecifieke sterftecijfers van Vlaanderen af te trekken van die van de andere gewesten en de verschillen te rangschikken.

Bij mannen zijn de aandoeningen die het meest bijdragen tot de extra vroegtijdige sterfte in Wallonië in vergelijking met Vlaanderen coronaire hartizekte (+19,1 per 100.000), longkanker (+13,3), COPD (+9,0), chronische leveraandoeningen (+8,9) en infectie- en parasitaire ziekten (+8,1).

Bij vrouwen zijn de aandoeningen die het meest bijdragen tot de extra vroegtijdige sterfte in Wallonië in vergelijking met Vlaanderen longkanker (+7,2) gevolgd door coronaire hartziekte (+6,3), COPD (+6,0), infectie- en parasitaire ziekten (+5,7) en cerebrovasculaire aandoeningen (+3,2). Omdat de cijfers bij vrouwen lager zijn dan bij mannen, zijn de regionale verschillen naar oorzaak kleiner.

  • Mannen
  • Vrouwen

Rangorde van verschillen in voor leeftijd gecorrigeerde* sterftecijfers van specifieke doodsoorzaken bij mannen, Vlaanderen versus Wallonië, gemiddelde 2015-2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel

Rangorde van verschillen in voor leeftijd gecorrigeerde* sterftecijfers van specifieke doodsoorzaken bij vrouwen, Vlaanderen versus Wallonië, gemiddelde 2015-2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel

Bij mannen zijn de aandoeningen die het meest bijdragen tot de extra vroegtijdige sterfte in Brussel in vergelijking met Vlaanderen coronaire hartziekte (+9,0), cerebrovasculaire aandoeningen (+7,1), chronische leveraandoeningen (+7,0), infectie- en parasitaire ziekten (+6,0), en COPD (+4,9). Sommige aandoeningen hebben echter lagere percentages in Brussel dan in Vlaanderen, zoals hartfalen (-3,6), verkeersongevallen (-3,3) en slokdarmkanker (-2,7).

Bij vrouwen zijn de verschillen in voor leeftijd gecorrigeerde sterftecijfers naar doodsoorzaak erg laag, wat betekent dat de oorzaakspecifieke sterfte in Vlaanderen en Brussel vrij gelijkaardig is voor vrouwen.

  • Mannen
  • Vrouwen

Rangorde van verschillen in voor leeftijd gecorrigeerde* sterftecijfers van specifieke doodsoorzaken bij mannen, Vlaanderen versus Brussel, gemiddelde 2015-2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel

Rangorde van verschillen in voor leeftijd gecorrigeerde* sterftecijfers van specifieke doodsoorzaken bij vrouwen, Vlaanderen versus Brussel, gemiddelde 2015-2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel

Trends volgens gewest

De evoluties van vroegtijdige sterfte zijn vrij gelijkaardig voor de drie gewesten. Deze sectie belicht enkele specifieke doodsoorzaken met opvallende trends.

1. Het vroegtijdig sterftecijfer voor longkanker is in de drie gewesten in de periode 2000-2017 gedaald bij mannen (-50% in Brussel, -48% in Vlaanderen, en -36% in Wallonië). Die sterftecijfers zijn de hele periode hoger gebleven in Wallonië dan in Vlaanderen. Voor vrouwen zijn de sterftecijfers echter gestaag gestegen in Vlaanderen en Wallonië (tot 2016 en 2013, resp.), terwijl ze sinds 2006 stabiel gebleven zijn in Brussel. Vrouwen in Brussel hadden eerder de hoogste vroegtijdige sterftecijfers voor longkanker, maar worden sinds 2010 ingehaald door Wallonië. De laatste jaren wordt een trage afname waargenomen in alle gewesten.

  • Men
  • Women

Voor leeftijd gecorrigeerd (*) vroegtijdig sterftecijfer van longkanker bij mannen, volgens gewest van woonplaats, 2000-2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel
(*) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie

Voor leeftijd gecorrigeerd (*) vroegtijdig sterftecijfer van longkanker bij vrouwen, volgens gewest van woonplaats, 2000-2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel
(*) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie

2. Het vroegtijdig sterftecijfer voor coronaire hartziekte daalt sneller in Vlaanderen (-66% bij mannen en -65% bij vrouwen) dan in Wallonië (-54% bij mannen en -57% bij vrouwen).

  • Men
  • Women

Voor leeftijd gecorrigeerd (*) vroegtijdig sterftecijfer van coronaire hartziekte bij mannen, volgens gewest van woonplaats, 2000-2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel
(*) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie

Voor leeftijd gecorrigeerd (*) vroegtijdig sterftecijfer van coronaire hartziekte bij vrouwen, volgens gewest van woonplaats, 2000-2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel
(*) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie

3. Het vroegtijdig sterftecijfer voor zelfmoord is zowel in Vlaanderen als in Wallonië gedaald bij mannen (vanaf 2008). Bij vrouwen bleef het zelfmoordsterftecijfer in beide gewesten eerder stabiel, maar dan wel op een veel lager niveau dan bij mannen.

  • Men
  • Women

Voor leeftijd gecorrigeerd (*) vroegtijdig sterftecijfer van zelfmoord bij mannen, volgens gewest van woonplaats, 2000-2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel
(*) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie
Noot: In het verleden werden de zelfmoordcijfers in Brussel gedurende enkele jaren onderschat door de vertraging van de Brusselse administratie bij het bevestigen van zelfmoordzaken.


Voor leeftijd gecorrigeerd (*) vroegtijdig sterftecijfer van zelfmoord bij vrouwen, volgens gewest van woonplaats, 2000-2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel
(*) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie
Noot: In het verleden werden de zelfmoordcijfers in Brussel gedurende enkele jaren onderschat door de vertraging van de Brusselse administratie bij het bevestigen van zelfmoordzaken.


4. Het vroegtijdig sterftecijfer voor COPD is bij mannen in de periode 2000-2017 met 44% gedaald in Vlaanderen, met 42% in Wallonië, en met 50% in Brussel. De sterftecijfers voor COPD bij vrouwen zijn in dezelfde periode daarentegen gestegen in alle gewesten.

  • Men
  • Women

Voor leeftijd gecorrigeerd (*) vroegtijdig sterftecijfer van COPD bij mannen, volgens gewest van woonplaats, 2000-2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel
(*) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie

Voor leeftijd gecorrigeerd (*) vroegtijdig sterftecijfer van COPD bij vrouwen, volgens gewest van woonplaats, 2000-2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel
(*) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie

5. Het vroegtijdig sterftecijfer voor colorectale kanker is in Vlaanderen gedaald (-48% voor mannen en -39% voor vrouwen) tussen 2000 (waar het iets hoger was dan in de andere gewesten) en 2017, terwijl het stabieler bleef in Wallonië (- 11% bij mannen en -4% bij vrouwen). Wallonië en Brussel kenden in 2017 hogere sterftecijfers dan Vlaanderen..

  • Mannen
  • Vrouwen

Voor leeftijd gecorrigeerd (*) vroegtijdig sterftecijfer van colorectale kanker bij mannen, volgens gewest van woonplaats, 2000-2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel
(*) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie

Voor leeftijd gecorrigeerd (*) vroegtijdig sterftecijfer van colorectale kanker bij vrouwen, volgens gewest van woonplaats, 2000-2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel
(*) met de Europese standaardpopulatie 2010 als referentie

5. Meer informatie

Bekijk de metadata voor deze indicator

Statbel: Doodsoorzaken

Sciensano: Standardized Procedures for Mortality Analysis (SPMA)

WHO: ICD-10

Definities

Bruto sterftecijfer
Het bruto sterftecijfer geeft het aantal geregistreerde sterfgevallen in een land weer gedeeld door de overeenkomstige populatiegrootte.
Voor leeftijd gecorrigeerd sterftecijfer
De voor leeftijd gecorrigeerde sterfte geeft het volgens leeftijd gewogen gemiddelde sterftecijfer weer en kan zo de verschillen te wijten aan de leeftijdsstructuur van de bevolking opvangen.
International Classification of Disease, 10th edition (ICD-10)
De Internationale Classificatie van Ziekten is een internationaal coderingssysteem voor ziekten en voor een zeer grote verscheidenheid aan tekenen, symptomen, letsels, vergiftigingen, sociale omstandigheden en externe oorzaken van letsel of ziekte.
Verloren potentiële levensjaren (VPLJ)
Verloren potentiële levensjaren (VPLJ) meten het aantal verloren levensjaren als gevolg van vroegtijdig overlijden. VPLJ geven een hoger gewicht aan sterfgevallen die voorkomen bij jongere dan bij oudere mensen. De berekening van VPLJ bestaat uit het optellen van sterfgevallen op elke leeftijd en het vermenigvuldigen ervan met het aantal resterende jaren tot een bepaalde leeftijd (hier, 75 jaar). Leeftijdsspecifieke VPLJ (per 100.000) worden berekend door het aantal VPLJ in een bepaalde leeftijdsgroep te delen door het aantal personen in die leeftijdsgroep. De voor leeftijd gecorrigeerde VPLJ (per 100.000) worden vervolgens berekend als het gewogen gemiddelde van de leeftijdsspecifieke VPLJ tot de leeftijd van 75 jaar.
Vroegtijdig sterftecijfer
Vroegtijdige sterfte wordt hier gedefinieerd als sterfgevallen vóór de leeftijd van 75. Het voor leeftijd gecorrigeerde vroegtijdig sterftecijfer wordt berekend als het gewogen gemiddelde van leeftijdsspecifieke sterftecijfers voor de leeftijd van 75.
Onderliggende doodsoorzaak
De ziekte of verwonding die de keten van ziektegebeurtenissen heeft veroorzaakt die rechtstreeks tot de dood heeft geleid, of de omstandigheden van het ongeval of geweld dat de dodelijke verwonding heeft veroorzaakt.
Nieuwvormingen
Ook gekend als "tumoren". De groep van nieuwvormingen bestaat voor 95% uit kwaadaardige nieuwvormingen of kankers; de rest zijn tumoren van goedaardige of onbepaalde aard.

Referenties

  1. World Health Organization. International statistical classification of diseases and related health problems 10th. 2016.
  2. Gardner JW, Sanborn JS. Years of Potential Life Lost (YPLL). What Does it Measure? Epidemiol 1990;1:322-9.