Gezondheidsvaardigheden

1. Kernboodschappen

Een derde van de bevolking van 15 jaar en ouder (33%) heeft een laag niveau van gezondheidsvaardigheden, wat betekent dat ze niet over voldoende vaardigheden beschikken om beslissingen te nemen over hun gezondheid.

Lagere niveaus van gezondheidsvaardigheden komen vaker voor bij vrouwen (35%) dan bij mannen (32%), en in Brussel en Wallonië (resp. 38% en 36%) dan in Vlaanderen (29%).

Mensen met een slechte gezondheid, ouderen en lager opgeleiden hebben lagere gezondheidsvaardigheden; met andere woorden, mensen die meer behoefte hebben aan gezondheidszorg en gezondheidsbevordering, zijn degenen die het minst profiteren van dergelijke interventies.

Het is daarom belangrijk om mensen met lage gezondheidsvaardigheden te identificeren en de communicatie naar deze mensen toe aan te passen. Het is daarnaast echter ook belangrijk om de gezondheidsvaardigheden van de bevolking te verbeteren.

2. Achtergrond

Gezondheidsvaardigheden worden gedefinieerd als "de kennis, motivatie en competenties van mensen om toegang te krijgen tot gezondheidsinformatie, deze te begrijpen, te beoordelen en toe te passen om oordelen te vellen en beslissingen te nemen in het dagelijks leven met betrekking tot gezondheidszorg, ziektepreventie en gezondheidsbevordering om de kwaliteit van leven doorheen de levensloop te behouden of te verbeteren" [1]. Beperkte gezondheidsvaardigheden worden in verband gebracht met een slechte gezondheid, inadequaat gezondheidsgerelateerd gedrag, gebruik van gezondheidszorg, therapietrouw, zelfzorgbeheer en hogere sterftecijfers [2-4]. Een Belgische studie toonde aan dat een lage gezondheidsgeletterdheid verband houdt met een groter gebruik van gezondheidsdiensten, in het bijzonder de gespecialiseerde zorg [5]. Er wordt ook verondersteld dat gezondheidsvaardigheden een bemiddelende rol speelt tussen sociaaleconomische status en gezondheidsverschillen en een instrument kunnen zijn tegen gezondheidsverschillen [6]. Gezondheidsvaardigheden worden tegenwoordig erkend als een belangrijke gezondheidsdeterminant en krijgt steeds meer aandacht op internationaal, nationaal en regionaal niveau [7,8]. Meer informatie over acties op het gebied van gezondheidsvaardigheden in België is beschikbaar in het rapport van het KCE [9].

Gezondheidsvaardigheden werden in 2014 en 2016 gemeten in België met behulp van online enquêtes en een gemakssteekproef van de leden van een Belgisch ziekenfonds. In 2018 zijn gezondheidsvaardigheden opgenomen in de Gezondheidsenquête (HIS) 2018 en daarom voor het eerst gemeten met een landelijk representatieve steekproef. De HIS 2018 maakte gebruik van de HLS-EU-Q6-vragenlijst, een generiek en subjectief instrument aangepast aan de Europese context. Met dit instrument wordt eerst een score voor gezondheidsvaardigheden berekend, daarna worden de scores gegroepeerd in drie categorieën:

  • Voldoende niveau van gezondheidsvaardigheden
  • Beperkt niveau van gezondheidsvaardigheden
  • Onvoldoende niveau van gezondheidsvaardigheden

Eerst wordt de verdeling van deze niveaus per gewest weergegeven, en vervolgens wordt het aandeel mensen met een laag niveau van gezondheidsvaardigheden verder geanalyseerd in de bevolking van 15 jaar en ouder. Een categorie van lage gezondheidsvaardigheden wordt geconstrueerd door de groepen met een "beperkt" en "onvoldoende" niveau van gezondheidsvaardigheden samen te voegen.

3. Verdeling van de niveaus van gezondheidsvaardigheden

In 2018 beschikte 66,6% van de bevolking van 15 jaar en ouder over voldoende gezondheidsvaardigheden, 27,8% over een beperkt niveau van gezondheidsvaardigheden, en 5,6% over een onvoldoende niveau. Zo had een derde van de bevolking (33,4%) een laag niveau van gezondheidsvaardigheden.

In Vlaanderen (69,3%) hebben meer mensen een voldoende niveau van gezondheidsvaardigheden dan in Wallonië (62,7%) en Brussel (63,2%). Het verschil komt voornamelijk van mensen met een beperkt niveau van gezondheidsvaardigheden, aangezien het aandeel mensen met onvoldoende gezondheidsvaardigheden in de 3 gewesten gelijk is.

Verdeling van de niveaus van gezondheidsvaardigheden in de bevolking van 15 jaar en ouder, volgens gewest, België, 2018
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano [12]

4. Laag niveau van gezondheidsvaardigheden

Toestand in 2018

België

In België had in 2018 33,4% van de bevolking een laag niveau van gezondheidsvaardigheden. Dit aandeel was lager bij mannen (31,7%) dan bij vrouwen (35,0%). Lage gezondheidsvaardigheden kwamen vaker voor bij mensen van 75 jaar en ouder (38,7% voor mannen en 50,4% voor vrouwen) en onder jongeren van 15 tot 24 jaar (32,8% voor mannen en 44,6% voor vrouwen).

Prevalentie van lage niveaus van gezondheidsvaardigheden in de bevolking van 15 jaar en ouder, volgens leeftijd en geslacht, België, 2018
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano [12]
Regionale verschillen

Bij mannen was de prevalentie van een laag niveau van gezondheidsvaardigheden hoger in Brussel en Wallonië (respectievelijk 37,7% en 36,0%) dan in Vlaanderen (28,8%).

Bij vrouwen waren de verschillen tussen de gewesten kleiner; toch kende Wallonië nog steeds een hogere prevalentie van lage gezondheidsvaardigheden.

Prevalentie van lage niveaus van gezondheidsvaardigheden in de bevolking van 15 jaar en ouder, volgens geslacht en gewest, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [12]

Sociaaleconomische verschillen

Het niveau van gezondheidsvaardigheden is sterk verbonden met het opleidingsniveau. Mensen met het laagste opleidingsniveau hebben bijna twee keer meer kans op lage gezondheidsvaardigheden dan mensen met het hoogste opleidingsniveau. Het is echter opmerkelijk dat onder mensen met een tertiaire opleiding 28,1% nog steeds lage gezondheidsvaardigheden hebben.

Prevalentie van lage niveaus van gezondheidsvaardigheden in de bevolking van 15 jaar en ouder, volgens opleidingsniveau, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [12]

5. Meer informatie

Bekijk de metadata voor deze indiactor

HISIA: Interactive Analysis of the Belgian Gezondheidsenquête

Definities

Leeftijdgestandaardiseerde prevalentie
Aangezien leefstijlfactoren sterk worden beïnvloed door leeftijd, moeten vergelijkingen tussen gewesten en opleidingsniveaus worden gestandaardiseerd volgens leeftijd om een vergelijkbare leeftijdsstructuur te bekomen.
HLS-EU-Q6-vragenlijst
De European Health Literacy Survey (HLS-EU) is ontwikkeld door het HLS-EU Consortium om gezondheidsvaardigheden in Europese landen te meten en te vergelijken op basis van het definitie- en conceptiemodel voorgesteld door Sorensen et al. [10]. De originele versie is samengesteld uit 47 items; een verkorte versie van 6 items werd gemaakt om de opname van de vragenlijst in bevolkingsonderzoeken te vergemakkelijken. De correlatie van de resultaten tussen de 47 items-vragenlijst en de 6 items-vragenlijst was 0,896 [11]. De vragenlijst evalueert de drie domeinen van gezondheidsvaardigheden, namelijk gezondheidszorg, preventie en gezondheidsbevordering, en de vier dimensies van gezondheidsvaardigheden, namelijk het verwerven en verkrijgen van consistente gezondheidsinformatie, het begrijpen van de informatie, het evalueren en beoordelen van de informatie, en de daadwerkelijke toepassing en gebruik van de informatie.

Referenties

  1. Sorensen K, Pelikan JM, Röthlin F, Ganahl K, Slonska Z, Doyle G, et al. Health literacy in Europe: comparative results of the European health literacy survey (HLS-EU). Eur J Public Health. 2015;25(6):1053-8.
  2. Okan O, Bauer U, Levin-Zamir D, Pinheiro P, Sørensen K. International Handbook of Health Literacy: Research, practice and policy across the lifespan. Policy Press; 2019. pp. 766.
  3. Nutbeam D. Defining and measuring health literacy: what can we learn from literacy studies? Int J Public Health. 2009;54(5):303–5.
  4. Van den Broucke S. Health literacy: a critical concept for public health. Arch Public Health. 2014;72(1):10.
  5. Vandenbosch J, Broucke SV den, Vancorenland S, Avalosse H, Verniest R, Callens M. Health literacy and the use of healthcare services in Belgium. J Epidemiol Community Health. 2016;70(10):1032-8.
  6. Stormacq C, Van den Broucke S, Wosinski J. Does health literacy mediate the relationship between socioeconomic status and health disparities? Integrative review. Health Promot Int. 2019;34(5):e1-17.
  7. Quaglio G, Sørensen K, Rübig P, Bertinato L, Brand H, Karapiperis T, et al. Accelerating the health literacy agenda in Europe. Health Promot Int. 2017;32(6):1074-80.
  8. Kickbusch I, Pelikan JM, Apfel F, Tsouros AD, World Health Organization, editors. Health literacy: the solid facts. Copenhagen: World Health Organization Regional Office for Europe; 2013. pp. 73.
  9. Rondia K, Adriaenssens J, Van Den Broucke S, Kohn L. Health literacy: what lessons can be learned from the experiences of other countries? Health Services Research (HSR) Brussels: Belgian Health Care Knowledge Centre (KCE); 2019. KCE Reports 322. D/2019/10.273/63.
  10. Sorensen K, Van den Broucke S, Fullam J, Doyle G, Pelikan J, Slonska Z, et al. Health literacy and public health: a systematic review and integration of definitions and models. BMC Public Health. 2012;12:80.
  11. Sorensen K, Van den Broucke S, Pelikan JM, Fullam J, Doyle G, Slonska Z, et al. Measuring health literacy in populations: illuminating the design and development process of the European Health Literacy Survey Questionnaire (HLS-EU-Q). BMC Public Health. 2013;13:948.
  12. Charafeddine R, Demarest S, Berete F. Gezondheidsenquête 2018: Gezondheidsvaardigheden [Internet]. Brussels, Belgium: Sciensano; 2020. Report No.: D/2019/14.440.72. Available from: https://his.wiv-isp.be/nl/Gedeelde%20%20documenten/HL_NL_2018.pdf