Tabaksgebruik

1. Kernboodschappen

In 2013 bedroeg het percentage dagelijkse rokers in België 13%, wat ongeveer overeenkomt met het EU-15 gemiddelde. Het percentage dagelijkse rokers is de laatste 15 jaar aanzienlijk gedaald. Het percentage dagelijkse rokers is hoger voor mannen dan voor vrouwen en lichtjes lager in Vlaanderen dan in Wallonië en Brussel.
Roken start tijdens de adolescentie. In 2013 rookte 17% van de 15-24-jarigen dagelijks. Sinds 1997 is het percentage dagelijkse rokers afgenomen bij jonge mannen maar niet bij jonge vrouwen die in 2013 iets meer rookten dan mannen. Beleidsacties rond gezondheidspromotie zouden op jonge mensen gericht moeten zijn.
Het rookgedrag toont grote sociaaleconomische verschillen: het percentage dagelijkse rokers is bij hooggeschoolden 2,5 keer lager dan bij laaggeschoolden. De daling in de prevalentie van dagelijkse rokers wordt voornamelijk veroorzaakt door mensen met een hoog opleidingsniveau.

2. Achtergrond

Roken is een van de belangrijkste gezondheidsrisico’s en leidt tot een hoog aantal vermijdbare overlijdens en ziekten. Roken is de belangrijkste oorzaak van longkanker, speelt een belangrijke rol bij de ontwikkeling van andere soorten kanker, en leidt tot een toename van het risico op hart- en vaatziekten en ademhalingsproblemen. Regelmatig rookgedrag op jonge leeftijd is moeilijker af te leren en leidt dan ook tot een langere duur van het tabaksgebruik.

Een belangrijke doelstelling op het vlak van volksgezondheid is een vermindering van het tabaksgebruik. De Belgische minister van volksgezondheid heeft als doel vooropgesteld het percentage dagelijkse rokers in 2018 met 17% te verminderen [1]. Tabaksgebruik dat start in de adolescentie is niet alleen moelijker af te zweren, het leidt ook tot meer jaren blootgesteld aan de nefaste effecten van tabak. Het is daarom belangrijk om preventieve maatregelen in te stellen gericht op jongeren.

3. Type rokers

In 2013 rookte 23% van de bevolking van 15 jaar en ouder, waarvan 19% dagelijkse rokers en 4% occasionele rokers. Het percentage zware rokers was 7%. Er werd een positieve trend waargenomen met een relatieve vermindering van 23% in het aantal huidige rokers, 27% in het aantal dagelijkse rokers en 30% in het aantal zware rokers.

Type rokers in de populatie 15 jaar en ouder, België, 1997-2013
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano, 1997-2013 [2]

4. Prevalentie dagelijkse rokers

In 2013 was 18,9% van de bevolking een dagelijkse rokers. De prevalentie van dagelijkse rokers was hoger voor mannen (21,6%) dan voor vrouwen (16,4%), en hoger in Wallonië (21,5%) dan in Vlaanderen (17,7%) en Brussel (18,3%). De prevalentie dagelijkse rokers is gedaald van 26% in 1997 naar 19% in 2013, ofwel een afname van 27% in 15 jaar. De afname was groter bij mannen dan bij vrouwen. De prevalentie dagelijkse rokers nam zowel voor mannen als vrouwen af in de drie gewesten, met uitzondering van vrouwen in Wallonië.

  • Mannen
  • Vrouwen

Prevalentie dagelijkse rokers bij mannen van 15 jaar en ouder, in België en volgens regio, 1997-2013
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano, 1997-2013 [2]

Prevalentie dagelijkse rokers bij vrouwen van 15 jaar en ouder, in België en volgens regio, 1997-2013
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano, 1997-2013 [2]

Dagelijkse rokers bij jongeren

De prevalentie dagelijkse rokers bij jongeren (15-24 jaar) was in 2013 iets lager dan in de oudere leeftijdsgroepen, maar bedroeg nog steeds 17%. Sinds 1997 is het aantal dagelijkse rokers onder jongeren met een derde gedaald. Jonge mannen rookten in 1997 meer dan jonge vrouwen, maar hun rookgewoonte is in de loop van de tijd afgenomen, terwijl deze stabiel bleef voor jonge vrouwen. Bijgevolg was de prevalentie dagelijkse rokers in 2013 bij jonge vrouwen iets hoger.

Prevalentie dagelijkse rokers bij de bevolking van 15-24 jaar volgens geslacht, België, 1997-2013
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano, 1997-2013 [2]

Verschillen volgens opleidingsniveau

Na correctie volgens leeftijd en geslacht, is de proportie dagelijkse rokers bij mensen met het laagste opleidingsniveau 2,5 keer hoger dan bij mensen met het hoogste opleidingsniveau. Het percentage dagelijkse rokers is tussen 1997 en 2013 gedaald voor mensen in het hoogste opleidingsniveau, maar is voor de andere opleidingsniveaus nagenoeg gelijk gebleven.

Prevalentie dagelijkse rokers volgens opleidingsniveau, België, 1997-2013
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano, 1997-2013 [2]

Internationale vergelijking

Het percentage dagelijkse rokers in België was in 2014 gelijk aan het EU-15 gemiddelde.

  • Mannen
  • Vrouwen

Prevalentie dagelijkse rokers bij mannen, volgens land (EU-15), 2014 of dichtstbijzijnde jaar
Bron: OESO Gezondheidsgegevens, 2014 of dichtsbijzijnde jaar [3]

Prevalentie dagelijkse rokers bij vrouwen, volgens land (EU-15), 2014 of dichtstbijzijnde jaar
Bron: OESO Gezondheidsgegevens, 2014 of dichtsbijzijnde jaar [3]

5. Meer informatie

Bekijk de metadata voor deze indicator

HISIA: Interactive Analysis of the Belgian Health Interview Survey

Definities

EU-15
De EU-15 komt overeen met alle landen die tussen 1995 en 2004 tot de Europese Unie behoorden: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, en Zweden. We vergelijken de Belgische gezondheidsstatus met die van de EU-15 omdat deze landen vergelijkbare sociaal-economische omstandigheden hebben.
Huidige rokers
Huidige rokers zijn rokers die momenteel roken; deze omvatten zowel de dagelijkse rokers als de occasionele rokers.
Prevalentie dagelijkse rokers
De prevalentie dagelijkse rokers is het percentage van de bevolking van 15 jaar en ouder dat dagelijks rookt.
Zware rokers
Zware rokers zijn mensen die meer dan 20 sigaretten per dag roken.

Referenties

  1. Anti-rook beleidsplan, Belgische Federale Minister van Gezondheid, 2016. http://www.maggiedeblock.be/2016/04/09/anti-rook-beleidsplan-met-rookverbod-in-wagen-met-kinderen-en-accijnsverhoging/
  2. Gezondheidsenquête, Sciensano, 1997-2013. https://his.wiv-isp.be/nl/Gedeelde%20%20documenten/TA_NL_2013.pdf
  3. OESO Gezondheidsgegevens, 2014 of dichtstbijzijnde jaar. http://stats.oecd.org/