Select your language

Andere informatie en diensten van de overheid : www.belgium.be  belgium

Inhoud

Samenvatting

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de algemene (alle leeftijden), vroegtijdige (jonger dan 75 jaar) en zuigelingensterfte (jonger dan een jaar) in België. Sterfte door alle oorzaken en oorzaakspecifieke sterfte worden geanalyseerd voor algemene en vroegtijdige sterfte.
Het aantal sterfgevallen in België is het afgelopen decennium licht gestegen. In 2019 vielen er bijna 109.000 doden. In 2020 piekte het aantal doden in België echter met meer dan 127.000 doden.
Het bruto sterftecijfer bleef vrij stabiel van 2000 tot 2019. Na standaardisatie voor leeftijd daalde het totale sterftecijfer met 25% van 2000 tot 2019. Dit weerspiegelt het feit dat de leeftijdsverdeling van de bevolking in de loop van de tijd verschuift naar hogere leeftijd, en dat de leeftijd bij overlijden toeneemt.
In 2020 vertoonden zowel de ruwe als de voor leeftijd gecorrigeerde sterftecijfers echter een belangrijke stijging, te wijten aan de COVID-19-epidemie.
De leeftijdsgecorrigeerde sterfte door alle oorzaken is 1,5 keer hoger bij mannen dan bij vrouwen, maar deze kloof wordt kleiner.
Er worden geografische verschillen waargenomen, met lagere naar leeftijd gestandaardiseerde sterftecijfers in het Vlaamse Gewest. Het sterftecijfer neemt in alle drie de gewesten in de loop van de tijd af, maar de regionale verschillen blijven bestaan.
Tumoren en hart- en vaatziekten vertegenwoordigen meer dan de helft van alle sterfgevallen, en dit voor beide geslachten. Tumoren zijn de belangrijkste doodsoorzaak geworden in 2019. De belangrijkste doodsoorzaken zijn coronaire hartziekten en longkanker bij mannen en dementie en cerebrovasculaire aandoeningen bij vrouwen. De sterfte door psychische en neurologische aandoeningen neemt toe.
De voor leeftijd gecorrigeerde vroegtijdige sterfte (hier gedefinieerd als sterfte vóór 75 jaar) is tussen 2000 en 2019 met 31% afgenomen. In 2020 is de voor leeftijd gecorrigeerde vroegtijdige sterfte echter met 10% gestegen voor mannen en met 5% voor vrouwen ten opzichte van 2019.
De leeftijdsgecorrigeerde vroegtijdige sterfte is bij mannen veel hoger dan bij vrouwen (de sex-ratio was 1,7 in 2019).
In 2019 lag het voor leeftijd gecorrigeerde vroegtijdige sterftecijfer in Wallonië (+ 40%) en Brussel (+ 21%) hoger dan in Vlaanderen. Die regionale verschillen namen toe in 2020, het leeftijdsgecorrigeerde vroegtijdige sterftecijfer was 51% hoger in Wallonië en 33% hoger in Brussel in vergelijking met Vlaanderen.
De belangrijkste oorzaken van vroegtijdige sterfte (vóór de leeftijd van 75) in termen van verloren levensjaren, zijn zelfmoord, longkanker en coronaire hartziekten bij mannen, en borstkanker, longkanker en zelfmoord bij vrouwen.
Voor de meeste aandoeningen zijn de vroegtijdige sterftecijfers tussen 2000 en 2019 gedaald, behalve voor longkanker en chronisch obstructief longlijden (COPD) bij vrouwen.
De oorzaken die het meest bijdragen tot de hogere vroegtijdige sterftecijfers in het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest in vergelijking met het Vlaamse Gewest zijn coronaire hartziekten bij mannen en COPD bij vrouwen.
In 2019 bedroeg het kindersterftecijfer 3,6 per duizend levendgeborenen. De kindersterfte is de afgelopen decennia in België sterk gedaald. De huidige cijfers en trends zijn vrij gelijkaardig in de drie gewesten.