Determinanten van Gezondheid

Inhoud

Samenvatting

Het aantal rokers in België is in de afgelopen 15 jaar afgenomen, maar is nog steeds te hoog. In 2013 lag het percentage dagelijkse rokers nog steeds dicht bij 19%, wat vergelijkbaar is met de gemiddelde prevalentie in de EU-15. Dagelijks roken komt nog steeds frequenter voor bij mannen dan bij vrouwen, maar het verschil neemt af. Rookgewoonten beginnen in de adolescentie, aangezien 17% van de dagelijkse rokers zich in de leeftijdsgroep 15-24 bevindt, een leeftijd waarop roken vaker voorkomt bij jonge vrouwen dan bij jonge mannen. Dagelijks roken komt iets minder vaak voor in Vlaanderen dan in Wallonië en Brussel. Er zijn enorme sociaaleconomische verschillen in het rookgedrag, waarbij het aandeel van de bevolking dat dagelijks rookt 2,5 keer hoger is in de laagste dan in de hoogst opgeleide groep. In feite wordt de daling van de prevalentie van dagelijkse rokers in de loop van de tijd voornamelijk veroorzaakt door mensen met een hoog opleidingsniveau. De jeugd, de vrouwen en de laagst opgeleide mensen vormen de belangrijkste doelgroepen voor preventiestrategieën, die idealiter verschillende maatregelen zouden moeten combineren.
Alcoholgebruik is te hoog in België. Met een gemiddeld verbruik van 11 liter pure alcohol per hoofd van de bevolking per jaar ligt België dicht bij het Europese gemiddelde en behoort het als zodanig tot de landen met een hoge alcoholgerelateerde ziektelast. Overmatig alcoholgebruik, of de consumptie van meer dan 21 of 14 dranken per week bij, respectievelijk, mannen en vrouwen, is gedaald bij mannen (7% in 2013), wat een gunstige trend is; deze dalende trend wordt echter niet waargenomen bij vrouwen (4% in 2013). Wekelijkse hyperalcoholisaitie, of de wekelijkse consumptie van minstens 6 alcoholische dranken (> 60 g ethanol) in één gelegenheid, wordt gerapporteerd door meer dan 8% van de volwassenen (15+). Dit aandeel overschrijdt het Europese gemiddelde. Hyperalcoholisatie komt 4 keer vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Bijzonder zorgwekkend is de frequentie van hyperalcoholisatie bij jonge mannen (15-24 jaar), waar ze 20% bereikt. Jongeren zijn dus een duidelijke doelgroep voor strategieën voor alcoholpreventie.
Overgewicht is een belangrijk probleem in België zoals in de meeste geïndustrialiseerde landen. In 2013 had ongeveer de helft van de volwassen bevolking overgewicht, inclusief 14% met obesitas (dit aandeel komt dicht in de buurt van het EU-15-gemiddelde). De prevalentie van obesitas is hoger in Wallonië dan in de andere gewesten, vooral bij mannen. Obesitas is in België sinds 1997 toegenomen, maar deze trend is gestabiliseerd, behalve voor mannen in Wallonië. Obesitas is sterk gerelateerd aan de sociaaleconomische status, met een veel hogere prevalentie van overgewicht onder laaggeschoolden. Volgens het 'Health Behaviour in School-aged Children' (HBSC) onderzoek, had 14% van de adolescenten in 2014 overgewicht (inclusief degenen met obesitas). Overgewicht komt vaker voor bij jongens (16% vs 12% bij meisjes), iets vaker in het Franstalige deel van het land (15% versus 13% in het Nederlandstalige deel), en vaker in gezinnen met een lager inkomen.
Het niveau van fysieke activiteit is onvoldoende: slechts twee derde van de volwassenen (18-64 jaar) beoefent op zijn minst een "minimaal niveau" van fysieke activiteit (volgens de drempelwaarde van de "International Physical Activity Questionnaire"), en slechts één derde beoefent een niveau van fysieke activiteit dat voldoende is om een positieve impact op de gezondheid te hebben. Mannen zijn veel meer fysiek actief dan vrouwen. Mensen uit het Waalse Gewest zijn minder lichamelijk actief dan die uit de andere gewesten, terwijl vrouwen in Brussel vaker actief zijn dan vrouwen uit de andere gewesten. In tegenstelling tot veel andere gezondheidsgedragingen is er geen duidelijke sociaaleconomische ongelijkheid in de beoefening van fysieke activiteit.
Het Belgische dieet wordt enerzijds gekenmerkt door een overmatige consumptie van rood vlees, bewerkte vleeswaren en gesuikerde dranken, en anderzijds door een onvoldoende consumptie van fruit en groenten, noten en zaden, melk, eieren en vis.
Slechts 14% van de mensen voldoet aan de voedingsrichtlijnen van de WHO om dagelijks 400 g groente en fruit te consumeren. Hoewel gesuikerde dranken vermeden moeten worden, consumeert meer dan 90% van de bevolking gesuikerde dranken. Eetgewoonten lijken in Vlaanderen doorgaans iets beter te zijn dan in Wallonië. Ze worden ook sterk beïnvloed door de sociaaleconomische status: de consumptie van fruit en groenten neemt toe, terwijl de consumptie van gesuikerde dranken afneemt met het opleidingsniveau. In de afgelopen 10 jaar zijn de eetgewoonten slechts lichtjes verbeterd.
Ultra-bewerkte voedingsmiddelen zijn voedingsproducten die zijn samengesteld uit industriële ingrediënten; ze zijn geassocieerd met een verhoogd risico op obesitas en hypertensie en moeten zoveel mogelijk worden vermeden. In België vertegenwoordigt het verbruik van ultra-bewerkte voedingsmiddelen 30% van het totale energieverbruik, wat vrij hoog is, en dit aandeel is in de loop van de tijd niet veranderd.