Algemeen overzicht

1. Kernboodschappen

Niet-overdraagbare aandoeningen zijn gezondheidsproblemen die niet worden veroorzaakt door infectieuze agentia en die vaak chronisch van aard zijn.
Meer dan één op de vier Belgen meldt dat ze met een chronische aandoening leven. Er is een duidelijke associatie met de leeftijd, waarbij meer dan de helft van de 75-plussers rapporteert te leven met een chronische aandoening.
De vijf meest gemelde niet-overdraagbare ziekten zijn lagerugklachten, hoge bloeddruk, hoog cholesterolgehalte in het bloed, artrose en allergie. De prevalentie van niet-overdraagbare aandoeningen is in de loop van de tijd toegenomen en is over het algemeen hoger bij personen met een lager opleidingsniveau.

2. Achtergrond

Niet-overdraagbare aandoeningen (non-communicable diseases, NCD's) zijn gezondheidsproblemen die niet worden veroorzaakt door infectieuze agentia. Hoewel soms gebruikt als synoniem met "chronische ziekten", onderscheiden NCD's zich alleen door hun niet-infectieuze oorzaak, en niet noodzakelijk door hun duur, hoewel sommige chronische ziekten veroorzaakt worden door infecties.

NCD's zijn veruit de belangrijkste oorzaken van (vroegtijdige) sterfte. Daarnaast zijn ze ook een van de meest relevante gezondheidsproblemen met een mogelijk effect op de gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit, vooral voor ouderen, en zijn ze een van de belangrijkste redenen voor het gebruik van gezondheidszorgdiensten. Informatie over de prevalentie van niet-overdraagbare aandoeningen is daarom een ​​belangrijke indicator voor de mate van (slechte) gezondheid van de bevolking.

De Belgische Gezondheidsenquête (Health Interview Survey, HIS) is een belangrijke bron van informatie over de prevalentie van niet-overdraagbare ziekten in de Belgische bevolking. Het voordeel van deze bron is dat ze ook informatie bevat over mensen die zelden of nooit gebruikmaken van gezondheidszorgdiensten. Het is daarom een ​​waardevol hulpmiddel om representatieve informatie te verkrijgen over de NCD-prevalentie op het niveau van een land of regio en om de NCD-prevalentie in de tijd te volgen. De resultaten moeten echter met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd, omdat het gaat om zelfgerapporteerde informatie.

In de HIS 2013 werden vragen gesteld over de aanwezigheid van een chronische ziekte, aandoening of handicap in het algemeen (hierna aangeduid als "chronische ziekte"), en over de aanwezigheid van 36 specifieke niet-overdraagbare aandoeningen.

3. Prevalentie van chronische ziekte

In 2013 meldde meer dan één op de vier (29%) mensen dat zij aan ten minste één chronische ziekte leed. Het percentage mensen met een chronische ziekte neemt aanzienlijk toe met de leeftijd, stijgend van 9,6% voor jongeren van 15-24 jaar, tot 53% voor de bevolking 75 jaar of ouder.

Zelfgerapporteerde prevalentie van chronische ziekte volgens leeftijd en geslacht, België, 2013
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano, 2013 [1]

Tussen 1997 en 2013 fluctueerde de zelfgerapporteerde prevalentie van chronische ziekte, maar werd over het algemeen een stijgende trend waargenomen. In vergelijking met 2004 is het percentage mensen met een chronische ziekte gestegen van 27% naar 29%. Deze toename is voornamelijk te wijten aan de vergrijzing van de bevolking, zoals blijkt uit de voor de leeftijd gecorrigeerde prevalenties, die zelfs de neiging hebben af te nemen. Het percentage mensen met een chronische ziekte is hoger in het Waalse en Brusselse Hoofdstedelijke Gewest dan in het Vlaamse Gewest.

  • Bruto
  • Gecorrigeerd voor leeftijd

Bruto zelfgerapporteerde prevalentie van chronische ziekte in België en de gewesten, 1997-2013
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano, 1997-2013 [1]

Voor leeftijd gecorrigeerde zelfgerapporteerde prevalentie van chronische ziekte in België en de gewesten, 1997-2013
Bron: Eigen berekeningen op basis van Gezondheidsenquête, Sciensano, 1997-2013 [1]

Het percentage mensen dat meldt te lijden aan een chronische ziekte neemt toe naarmate hun opleidingsniveau afneemt.

Zelfgerapporteerde prevalentie van chronische ziekte volgens opleidingsniveau, België, 2013
Bron: Eigen berekeningen op basis van Gezondheidsenquête, Sciensano, 2013 [1]

4. Multimorbiditeit

Multimorbiditeit verwijst naar de gelijktijdige aanwezigheid van meerdere NCD's in dezelfde persoon. De Belgische Gezondheidsenquête definieert multimorbiditeit als de gelijktijdige aanwezigheid van ten minste twee van de volgende zes belangrijke NCD's: hartaandoeningen, chronische longziekte, diabetes, kanker, artritis en/of artrose, en hoge bloeddruk.

Multimorbiditeit is aanwezig in 13,5% van de Belgische bevolking van 15 jaar en ouder. Multimorbiditeit is sterk geassocieerd met leeftijd en bereikt een prevalentie van 39% in de bevolking 75 jaar en ouder, en komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen, ook na correctie voor leeftijd.

Prevalentie van multimorbiditeit volgens leeftijd en geslacht, België, 2013
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano, 2013 [1]

De prevalentie van multimorbiditeit vertoont een negatieve associatie met opleidingsniveau, maar kent geen significante verschillen tussen gewesten.

5. Belangrijkste niet-overdraagbare aandoeningen

De vijf meest gemelde NCD's zijn dezelfde voor mannen en vrouwen, hoewel de volgorde anders is. De top vijf omvat twee problemen van het bewegingsapparaat (lagerugklachten en artrose), twee cardiovasculaire risicofactoren (hoge bloeddruk en hoog cholesterolgehalte in het bloed), en allergie.

Prevalentie van 20 meest gerapporteerde niet-overdraagbare ziekten bij mannen en vrouwen 15 jaar en ouder, België, 2013
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano, 2013 [1]hsr nl chronic rank

De evolutie van de prevalentie van NCD's in de algemene bevolking verschilt naargelang het type ziekte. NCD's waarvan de prevalentie significant is toegenomen tussen 1997 en 2013, zijn hoge bloeddruk, diabetes, artrose en schildklierlijden. Deze toename kan gedeeltelijk worden verklaard door de vergrijzing van de bevolking; echter, zelfs na correctie voor leeftijd blijft de toename aanzienlijk. Aan de andere kant is de prevalentie van een aantal andere niet-overdraagbare aandoeningen verminderd, waaronder coronaire hartziekten, chronische bronchitis, ernstige darmaandoeningen, chronische cystitis, ernstige hoofdpijn en migraine, en ernstige of chronische huidaandoeningen.

  • Bruto
  • Gecorrigeerd voor leeftijd
Bruto prevalentie van geselecteerde chronische ziekten, België, 1997-2013
Voor leeftijd gecorrigeerde prevalentie van geselecteerde chronische ziekten, België, 1997-2013
Bron: Eigen berekeningen op basis van Gezondheidsenquête, Sciensano, 1997-2013 [1]

Regionale verschillen in de prevalentie van de opgenomen NCD's zijn over het algemeen vrij beperkt, hoewel schildklieraandoeningen vaker worden gemeld in het Waalse Gewest.

De sociaaleconomische status, die in dit rapport benaderd wordt door het onderwijsniveau, is een van de belangrijkste determinanten van NCD's. De meerderheid van de 36 NCD's uit de Gezondheidsenquête komt vaker voor bij mensen met een lager opleidingsniveau. Dit geldt in het bijzonder voor ernstige NCD's zoals cardiovasculaire ziekten, diabetes en chronische longziekten. Een opmerkelijke uitzondering is allergie, die vaker voorkomt met toenemend opleidingsniveau.

6. Meer informatie

Bekijk de metadata voor deze indicatoren

HISIA: Interactive Analysis of the Belgian Health Interview Survey

Definities

Chronische aandoeningen
In de Belgische Gezondheidsenquête wordt een algemene vraag gesteld over de aanwezigheid van een of meerdere chronische ziekten, aandoeningen of handicaps, zonder de aard ervan te specificeren. Eenvoudigheidshalve wordt in dit rapport naar deze indicator verwezen als de aanwezigheid van "chronische ziekte".
Niet-overdraagbare aandoeningen
Niet-overdraagbare aandoeningen (non-communicable diseases, NCD's) zijn gezondheidsproblemen die niet worden veroorzaakt door infectieuze agentia. Hoewel soms gebruikt als synoniem met "chronische ziekten", onderscheiden NCD's zich alleen door hun niet-infectieuze oorzaak, en niet noodzakelijk door hun duur, hoewel sommige chronische ziekten veroorzaakt worden door infecties.

Referenties

  1. Gezondheidsenquête, Sciensano, 1997-2013. https://his.wiv-isp.be/