Algemeen overzicht

1. Kernboodschappen

In 2018 meldde 29% van de Belgen van 15 jaar en ouder dat ze leefden met een chronische ziekte. Dit percentage neemt sterk toe met de leeftijd: 44% van de bevolking ouder dan 75 jaar meldt dat ze leven met een chronische ziekte. De prevalentie van chronische ziekten is hoger bij vrouwen (31%) vergeleken met mannen (27%).
De meest gemelde chronische ziekten in de bevolking zijn lagerugpijn, hoge bloeddruk, allergie, artrose, hoog cholesterolgehalte in het bloed, en nekpijn. De prevalentie van de meest voorkomende chronische ziekten is tussen 1997 en 2018 toegenomen.
Personen met een lager opleidingsniveau lijden meestal vaker aan chronische ziekten.
De prevalentie van multimorbiditeit is sinds 1997 aanzienlijk toegenomen, vooral vanwege de veroudering van de bevolking.

2. Achtergrond

Niet-overdraagbare aandoeningen (non-communicable diseases, NCD's) zijn medische aandoeningen of ziekten die niet worden veroorzaakt door infectieuze agentia. Chronische ziekten worden gedefinieerd door hun langdurige aard. Omdat de meeste NCD's ook chronische ziekten zijn, worden beide termen soms als synoniem gebruikt. Dit is echter niet helemaal correct: sommige NCD's zijn acuut, b.v. hartinfarct; omgekeerd kunnen sommige chronische ziekten worden veroorzaakt door infectieuze agentia, b.v. baarmoederhalskanker of tuberculose. Omwille van de eenvoud zal de term "chronische ziekte" hier echter worden gebruikt als synoniem voor NCD's.

Chronische ziekten zijn veruit de belangrijkste oorzaken van (vroegtijdige en algemene) sterfte. Bovendien zijn ze ook een van de meest relevante gezondheidsproblemen met een mogelijke impact op de gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit, met name voor ouderen, en zijn ze een van de belangrijkste redenen voor het gebruik van gezondheidsdiensten. Vooral bij oudere personen kunnen meerdere chronische ziekten tegelijkertijd aanwezig zijn. Dit fenomeen, aangeduid als multimorbiditeit, heeft een aanzienlijke invloed op de functionele status en de kwaliteit van leven van de bevolking. Het veroorzaakt ook een toename van de gezondheidszorgconsumptie en een hoger risico op complicaties als gevolg van een groter medicijngebruik, en vereist daarom belangrijke mobilisatie van middelen.

De meeste van de belangrijkste chronische ziekten zijn te voorkomen, b.v. door beleid te voeren dat een gezondere levensstijl en een beter milieu bevordert en dat de toegang tot gezondheidszorg vergemakkelijkt. De prevalentie van chronische ziekten is daarom een ​​belangrijke indicator voor het niveau van (slechte) gezondheid in de bevolking.

De Belgische Gezondheidsenquête (Health Interview Survey, HIS) is een van de belangrijkste informatiebronnen over de prevalentie van chronische ziekten op bevolkingsniveau. Het voordeel van deze bron is dat er ook rekening wordt gehouden met mensen die zelden of nooit gebruik maken van gezondheidsdiensten. De resultaten worden gewogen om zoveel mogelijk overeen te komen met de bevolkingsstructuur. Het is daarom een ​​waardevol instrument om representatieve informatie te verkrijgen over de prevalentie van chronische ziekten op bevolkingsniveau (voor het hele land of op regionaal niveau) en om deze prevalentie in de tijd te volgen. De resultaten moeten echter met voorzichtigheid worden geïnterpreteerd, omdat de informatie zelf wordt gerapporteerd en dus individuele gezondheidspercepties weergeeft die kunnen verschillen van de werkelijke gezondheidstoestand. Inderdaad, sommige mensen melden een ziekte niet omdat ze zich er (nog) niet van bewust zijn, of omdat de ziekte als sociaal onaanvaardbaar wordt ervaren.

In de HIS 2018 werd een eerste vraag gesteld over de aanwezigheid van een chronische ziekte / aandoening / handicap in het algemeen, gevolgd door een lijst met vragen over de aanwezigheid van 38 specifieke chronische ziekten. Multimorbiditeit werd gemeten als de gelijktijdige aanwezigheid van ten minste twee van de volgende zes chronische ziekten: hartaandoeningen, chronische luchtwegaandoeningen, diabetes, kanker, artritis en/of artrose en hypertensie.

Dit overzicht is alleen gebaseerd op de zelfgerapporteerde ziekten zoals gerapporteerd in de HIS. In België zijn andere bronnen beschikbaar over diagnosegebaseerde prevalentie van chronische ziekten, zoals specifieke registers, huisartsennetwerken of ziekteverzekeringsgegevens. Deze bronnen zullen worden gebruikt om diepgaande informatie te verstrekken over geselecteerde chronische ziekten. Aangezien de prevalentie van chronische ziekten en aandoeningen sterk gerelateerd is aan leeftijd, zijn de vergelijkingen in de tijd of tussen gewesten gemaakt na correctie voor de leeftijdsstructuur. De aanpassing is uitgevoerd met behulp van directe standaardisatie op basis van de Belgische bevolking van 2018 als referentie. Bij de berekening van gestandaardiseerde cijfers werden weegfactoren gebruikt die verband houden met het ontwerp van de HIS.

3. Prevalentie van chronische ziekte

België

In 2018 meldde 29% van de bevolking van 15 jaar en ouder dat ze aan minstens één chronische ziekte leden. Dit percentage neemt aanzienlijk toe met de leeftijd en stijgt van 14% voor mensen van 15-24 jaar tot 44% voor mensen van 75 jaar of ouder.

De prevalentie van chronische ziekten is aanzienlijk hoger bij vrouwen (31%) dan bij mannen (27%).

Zelfgerapporteerde prevalentie van chronische ziekte volgens leeftijd en geslacht, België, 2018
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano, 2018 [1]

Trends en regionale verschillen

Tussen 2001 en 2018 is het percentage mensen dat aan chronische ziekten leed gestegen van 25% tot 29% (+17%). Deze toename is deels te wijten aan de vergrijzing van de bevolking, maar niet helemaal omdat er nog steeds een toename is na correctie voor leeftijd.

Er worden enkele verschillen waargenomen tussen de gewesten: het voor leeftijd gecorrigeerde percentage zelfgerapporteerde chronische ziekte is hoger in het Waalse Gewest (33%) dan in het Vlaamse en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (respectievelijk 27% en 31%). In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest is de ruwe zelfgerapporteerde prevalentie van chronische ziekten onder het nationale gemiddelde gedaald, maar dit is niet het geval in vergelijking met de leeftijdsgecorrigeerde prevalentie, wat een effect suggereert van de jongere leeftijdsstructuur van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

  • In het Vlaamse Gewest is het percentage zelfgerapporteerde chronische ziekten aanzienlijk gestegen van 21% in 2001 tot 28% in 2018 (+ 34%). Deze toename is minder belangrijk, maar blijft na standaardisatie voor leeftijd bestaan ​​(+ 22%).
  • In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest is het voor leeftijd gecorrigeerde percentage mensen dat meldt te leven met een chronische ziekte aanzienlijk gedaald van 34% in 2013 tot 31% in 2018.
  • In het Waalse Gewest bleef het ruwe en het voor leeftijd gecorrigeerde percentage mensen met een chronische ziekte stabiel sinds 2001.
  • Bruto
  • Gecorrigeerd voor leeftijd

Bruto zelfgerapporteerde prevalentie van chronische ziekte in België en de gewesten, 2001-2018
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano, 2001-2018 [1]

Voor leeftijd gecorrigeerde zelfgerapporteerde prevalentie van chronische ziekte in België en de gewesten, 2001-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van Gezondheidsenquête, Sciensano, 2001-2018 [1]

Sociaaleconomische verschillen

Het percentage mensen dat rapporteert aan een chronische ziekte te lijden is hoger bij mensen zonder diploma of enkel een diploma lager onderwijs (41%), vergeleken met mensen met een hoger opleidingsniveau. Evenzo rapporteren mensen met een middelbaar (laag of hoog) opleidingsniveau vaker te leven met een chronische ziekte dan mensen met het hoogste opleidingsniveau (27%).

Zelfgerapporteerde prevalentie van chronische ziekte volgens opleidingsniveau, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van Gezondheidsenquête, Sciensano, 2018 [1]

4. Multimorbiditeit

België

In 2018 meldde 15% van de Belgische bevolking ouder dan 15 jaar het afgelopen jaar te lijden aan minstens twee van de volgende ziekten: hartaandoeningen, chronische luchtwegaandoeningen, diabetes, kanker, artritis en/of artrose, en hypertensie. Dit percentage neemt sterk toe met de leeftijd en stijgt van 0,8% voor mensen van 15-24 jaar tot 42% voor mensen van 75 jaar en ouder. De prevalentie van multimorbiditeit is hoger bij vrouwen, maar dit verschil is niet langer statistisch significant na correctie voor leeftijd.

Prevalentie van multimorbiditeit volgens leeftijd en geslacht, België, 2018
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano, 2018 [1]

Trends en regionale verschillen

Tussen 1997 en 2018 is de ruwe prevalentie van multimorbiditeit gestegen van 8,9% tot 15% (+ 71%). Wanneer we de naar leeftijd gecorrigeerde prevalentieschattingen overwegen, is de toename minder belangrijk maar nog steeds significant (+ 26%), wat betekent dat de toename gedeeltelijk, maar niet alleen, te wijten is aan de veroudering van de bevolking.

In het Waalse en het Vlaamse Gewest is de voor leeftijd gecorrigeerde prevalentie van multimorbiditeit hoger (respectievelijk 17% en 15%) dan in het Brussels Gewest (14%), waar het sinds 2013 is gedaald. Deze daling is echter niet significant.

  • Bruto
  • Gecorrigeerd voor leeftijd

Bruto zelfgerapporteerde prevalentie van multimorbiditeit in België en de gewesten, 1997-2018
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano, 1997-2018 [1]

Voor leeftijd gecorrigeerde zelfgerapporteerde prevalentie van multimorbiditeit in België en de gewesten, 1997-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van Gezondheidsenquête, Sciensano, 1997-2018 [1]

Sociaaleconomische verschillen

Het percentage mensen dat met minimaal twee chronische ziekten leeft, neemt af naarmate hun opleidingsniveau stijgt, van 19,8% bij mensen zonder diploma of alleen basisonderwijs, tot 13,3% bij mensen met het hoogste opleidingsniveau.

Zelfgerapporteerde prevalentie van multimorbiditeit volgens opleidingsniveau, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van Gezondheidsenquête, Sciensano, 2018 [1]

5. Belangrijkste chronische aandoeningen

De top 6 van de meest gerapporteerde chronische ziekten is dezelfde bij mannen en vrouwen, hoewel de volgorde verschilt. De top 6 omvat drie problemen van het bewegingsapparaat (lagerugpijn, nekpijn, en artrose), twee cardiovasculaire risicofactoren (hoge bloeddruk en hoog cholesterolgehalte) en allergie.

Prevalentie van 20 meest gerapporteerde chronische ziekten bij mannen en vrouwen 15 jaar en ouder, België, 2018
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano, 2018 [1]
hsr nl prev slopegraph 2018

Sinds 2013 is de top 6 hetzelfde gebleven bij mannen, maar niet bij vrouwen, voor wie allergie en nekaandoeningen de derde en de vierde belangrijkste ziekten zijn geworden in plaats van hoge bloeddruk en hoog cholesterolgehalte, respectievelijk.

De evolutie in termen van prevalentie verschilt in functie van de specifieke ziekte:

1. Tussen 1997 en 2018 werden significante toenames waargenomen in de prevalentie van hoge bloeddruk, lagerugpijn, nekpijn, artrose, diabetes, schildklieraandoeningen en allergie. Deze stijgingen kunnen gedeeltelijk worden verklaard door de vergrijzing van de bevolking; zelfs na correctie voor leeftijd bleven de verhogingen echter aanzienlijk.

  • De voor leeftijd gecorrigeerde prevalentie van schildklieraandoeningen is sterk toegenomen, van 3,5% in 1997 tot 7,0% in 2018 (+ 100%); deze toename is niet te wijten aan de vergrijzing van de bevolking.
  • De voor leeftijd gecorrigeerde prevalentie van diabetes is toegenomen met 67%, van 3,6% in 1997 tot 6,0% in 2018; deze toename is deels te wijten aan de vergrijzing van de bevolking.
  • De leeftijdsgecorrigeerde prevalentie van allergie bleef stabiel tussen 1997 en 2013 (rond 14%), maar steeg in 2018 tot 19%.

2. Anderzijds is sinds 2001 de prevalentie van een aantal andere chronische ziekten gedaald, waaronder coronaire hartziekten, chronische obstructieve longziekte, ernstige hoofdpijn en migraine, en osteoporose..

  • Bruto
  • Gecorrigeerd voor leeftijd
Bruto prevalentie van geselecteerde chronische ziekten, België, 1997-2018
Voor leeftijd gecorrigeerde prevalentie van geselecteerde chronische ziekten, België, 1997-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van Gezondheidsenquête, Sciensano, 1997-2018 [1]

Trends en regionale verschillen

Regionale verschillen in de prevalentie van de opgenomen ziekten zijn over het algemeen vrij beperkt. De volgende verschillen worden waargenomen:

  • Artrose en schildklieraandoeningen worden vaker gemeld in het Waalse en het Vlaamse Gewest dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, zelfs na correctie voor leeftijd.
  • Hoge bloeddruk wordt vaker gemeld in het Waalse Gewest dan in de twee andere gewesten, na standaardisatie voor leeftijd.

Sociaaleconomische verschillen

De sociaaleconomische status, gemeten in dit rapport door het opleidingsniveau, is een van de belangrijkste determinanten van chronische ziekte. De meeste chronische ziekten in de HIS komen vaker voor bij mensen met lagere opleidingsniveaus. Dit geldt met name voor ernstige chronische ziekten zoals hart- en vaatziekten, diabetes en chronische aandoeningen van de luchtwegen. Een opmerkelijke uitzondering is allergie, die vaker voorkomt met toenemende opleidingsniveaus.

6. Meer informatie

Bekijk de metadata voor deze indicatoren

HISIA: Interactive Analysis of the Belgian Health Interview Survey

Definities

Chronische aandoeningen
In de Belgische Gezondheidsenquête wordt een algemene vraag gesteld over de aanwezigheid van een of meerdere chronische ziekten, aandoeningen of handicaps, zonder de aard ervan te specificeren. Eenvoudigheidshalve wordt in dit rapport naar deze indicator verwezen als de aanwezigheid van "chronische ziekte".
Niet-overdraagbare aandoeningen
Niet-overdraagbare aandoeningen (non-communicable diseases, NCD's) zijn gezondheidsproblemen die niet worden veroorzaakt door infectieuze agentia. Hoewel soms gebruikt als synoniem met "chronische ziekten", onderscheiden NCD's zich alleen door hun niet-infectieuze oorzaak, en niet noodzakelijk door hun duur, hoewel sommige chronische ziekten veroorzaakt worden door infecties.

Referenties

  1. Gezondheidsenquête, Sciensano, 1997-2018. https://his.wiv-isp.be/