Andere informatie en diensten van de overheid : www.belgium.be  belgium

Laatste nieuws

Corona

11.03.2020 Uitbraak COVID-19

Na China en andere Aziatische landen, is Europa nu getroffen.

Life Expectancy and Quality of Life

Life expectancy is 84 for females and 79 for males. 78% of the population reports to be in good or very good health.

Levensverwachting

1. Kernboodschappen

In 2018 bedroeg de levensverwachting bij de geboorte in België 81,5 jaar, wat een stijging is van 3,7 jaar sinds 2000. België scoort echter behoorlijk slecht onder de EU-15-landen.
De levensverwachting bij vrouwen is 83,7 jaar, terwijl het bij mannen slechts 79,2 jaar is. De genderkloof (4,5 jaar) houdt aan, maar is in de loop van de tijd afgenomen: het was bijvoorbeeld 6,3 jaar in 2000. De levensverwachting bij vrouwen is sinds 2016 niet toegenomen; de waargenomen verbeteringen in levensverwachting zijn dus vooral te schrijven aan een toename in levensverwachting bij mannen.
Er worden belangrijke regionale verschillen waargenomen in levensverwachting. Vlaanderen heeft de hoogste levensverwachting bij de geboorte (82,3), gevolgd door Brussel (81,5) en Wallonië (79,9).
Een bestaat ook een belangrijke sociaaleconomische gradiënt in levensverwachting, met een betere levensverwachting bij hoger opgeleiden.

2. Achtergrond

De levensverwachting op een bepaalde leeftijd is het aantal jaren dat een persoon van die leeftijd gemiddeld nog kan verwachten te leven op basis van de huidige sterftecijfers. De levensverwachting bij de geboorte is de meest gebruikte indicator van levensverwachting. Het is een goede indicator van de huidige gezondheidstoestand van een bevolking over alle generaties heen.

De levensverwachting wordt op deze pagina uitgesplitst naar geslacht, regio en sociaaleconomische positie.

Wij gebruiken hier het opleidingsniveau als sociaaleconomische indicator. De levensverwachting per opleidingsniveau wordt berekend vanaf de leeftijd van 25 jaar, aangezien het opleidingsniveau meestal op die leeftijd wordt bereikt. Wij geven hier cijfers over de levensverwachting per opleidingsniveau bij 25-jarigen, 50-jarigen en 65-jarigen, op basis van de volkstelling van 2011 gekoppeld aan het rijksregister.

Het opleidingsniveau werd gemeten op basis van de categorieën van de Internationale standaardclassificatie van het onderwijs (International Standard Classification of Education - ISCED), vervolgens gegroepeerd in drie niveaus:

  • Laag (categorieën 0, 1, 2)
  • Intermediair (categorieën 3, 4)
  • Hoog (categorieën 5, 6)

3. Levensverwachting

België

In 2018 bedroeg de levensverwachting bij de geboorte 81,5 jaar in België. De levensverwachting neemt al decennia toe, behalve in 2012 en 2015, waar lichte dalingen werden waargenomen. Sinds het jaar 2000 is de levensverwachting met 3,7 jaar toegenomen.

In 2018 was de levensverwachting 4,5 jaar hoger voor vrouwen (83,7 jaar) dan voor mannen (79,2 jaar). De levensverwachting steeg echter sneller bij mannen dan bij vrouwen. Tijdens de periode 2000-2018 steeg de levensverwachting met 4,6 jaar bij mannen en met 2,8 jaar bij vrouwen, waardoor de genderkloof werd verkleind. Sinds 2016 is de LE zelfs niet toegenomen bij vrouwen, terwijl deze bleef stijgen bij mannen.

Levensverwachting bij de geboorte per geslacht, België, 2000-2018
Bron: Statbel [1]

Trends en regionale verschillen

In 2018 was de levensverwachting bij de geboorte het hoogst in Vlaanderen (82,3), intermediair in Brussel (81,5) en het laagst in Wallonië (79,9). In de periode 2000-2018 steeg de levensverwachting in alle drie de gewesten. De kloof tussen Vlaanderen en de andere gewesten nam echter toe: van 2 tot 2,5 jaar voor het verschil tussen Vlaanderen en Wallonië, en van 0,5 tot 0,9 voor het verschil tussen Vlaanderen en Brussel.

De regionale verschillen in levensverwachting bij de geboorte zijn groter bij mannen dan bij vrouwen. Bij mannen was de levensverwachting in Vlaanderen 3 jaar hoger dan in Wallonië en 1,2 jaar hoger dan in Brussel, terwijl bij vrouwen de levensverwachting in Vlaanderen 2 jaar hoger was dan in Wallonië en 0,7 jaar hoger dan in Brussel.

Tijdens de periode 2000-2018 was de winst in levensverwachting groter bij mannen dan bij vrouwen in alle 3 de gewesten: mannen wonnen respectievelijk 4,7, 4,4 en 4,3 jaar in Vlaanderen, Brussel, Wallonië, terwijl vrouwen 3, 2,8 en 2,4 jaar wonnen.

  • Mannen
  • Vrouwen

Levensverwachting van mannen bij de geboorte per gewest, 2000-2018
Bron: Statbel [1]

Levensverwachting van vrouwen bij de geboorte per gewest, 2000-2018
Bron: Statbel [1]

Sociaaleconomische verschillen

De levensverwachting op een bepaalde leeftijd vertoont een sociaaleconomische gradiënt. Ze is namelijk het hoogst voor personen met een hoog opleidingsniveau, gemiddeld voor personen met een gemiddeld opleidingsniveau en het laagst voor personen met een laag opleidingsniveau. Dit sociaaleconomisch verschil is meer uitgesproken voor mannen, met een verschil van 6,1 jaar tussen de laagste en hoogste opleidingsniveau voor de LV op 25-jarige leeftijd, dan voor vrouwen, waar dit verschil 4,6 jaar bedraagt. De volgende verschillen worden ook waargenomen:

  • 4,4 jaar bij mannen en 3,5 jaar bij vrouwen voor de levensverwachting op 50 jaar
  • 3 jaar bij mannen en 2,6 jaar bij vrouwen voor de levensverwachting op 65 jaar
  • Mannen
  • Vrouwen

Levensverwachting van mannen op 25, 50 en 65 jaar, volgens opleidingsniveau, België, 2011
Bron: Eigen berekening op basis van gegevens van de volkstelling van 2011, met 5 jaar opvolging van de sterftecijfers [2,3]

Levensverwachting van vrouwen op 25, 50 en 65 jaar, volgens opleidingsniveau, België, 2011
Bron: Eigen berekening op basis van gegevens van de volkstelling van 2011, met 5 jaar opvolging van de sterftecijfers [2,3]

Internationale vergelijking

De levensverwachting bij de geboorte in België is lager dan het EU-15-gemiddelde, en dit geldt voor zowel mannen als vrouwen. België heeft de vijfde laagste levensverwachting onder de EU-15-landen voor beide geslachten. Bovendien is het verschil tussen België en de EU-landen met de hoogste levensverwachting aanzienlijk: 1,8 jaar bij mannen in vergelijking met Zweden en 2,5 jaar bij vrouwen in vergelijking met Spanje.

  • Mannen
  • Vrouwen

Levensverwachting van mannen bij de geboorte, EU-15-landen, 2017
Bron: OECD Health Data [4]

Levensverwachting van vrouwen bij de geboorte, EU-15-landen, 2017
Bron: OECD Health Data [4]

4. Meer info

Bekijk de metadata voor deze indicator

SPMA: Standardized Procedures for Mortality Analysis in Belgium

Definities

EU-15
De EU-15 komt overeen met alle landen die tussen 1995 en 2004 tot de Europese Unie behoorden: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, en Zweden. We vergelijken de Belgische gezondheidsstatus met die van de EU-15 omdat deze landen vergelijkbare sociaaleconomische omstandigheden hebben.
Internationale standaardclassificatie van het onderwijs (International Standard Classification of Education - ISCED)
ISCED is de internationale standaardclassificatie om onderwijsprogramma's en onderwijskwalificaties per niveau en domein te classificeren. Ze bevat zeven categorieën:
  • 0: Kleuteronderwijs
  • 1: Lager onderwijs
  • 2: Lager secundair onderwijs
  • 3: Hoger secundair onderwijs
  • 4: Post-secundair niet-hoger onderwijs
  • 5: Hoger onderwijs - korte cyclus, bacheloropleiding, masteropleiding
  • 6: Doctoraten
Levensverwachting op 25-jarige leeftijd volgens opleidingsniveau
Deze berekening is complexer dan de gewone levensverwachting per geslacht of gewest, omdat er levenstabellen per opleidingsniveau moeten worden gecreëerd. Hiervoor moeten verschillende databases samengevoegd worden: startpunt is een cohorte van individuen (dit kan de hele bevolking of een steekproef zijn), waarvan we het individuele opleidingsniveau kennen. Deze cohorte wordt dan gekoppeld aan het sterfteregister. In dit rapport hebben we de volkstelling van 2011 gekoppeld aan het Rijksregister om de sterfte gedurende 5 jaar te kunnen opvolgen.
Levensverwachting op een bepaalde leeftijd
De levensverwachting op een bepaalde leeftijd is het gemiddelde aantal jaren dat een persoon van die leeftijd nog zal leven.
Levensverwachting bij de geboorte
De levensverwachting bij de geboorte is het gemiddelde aantal jaren dat een pasgeborene kan verwachten om te leven, als rekening wordt gehouden met de huidige referentiesterftecijfers en deze de komende jaren niet veranderen.

Referenties

  1. Statbel, 2000-2018. https://statbel.fgov.be/nl/themas/bevolking/sterfte-en-levensverwachting/sterftetafels-en-levensverwachting
  2. Opvolging van de sterftegegevens van de volkstelling 2011 (dataset: Nationale mortaliteitsdatabase 2011, die de volkstelling van 2011 combineert met het Rijksregister en het register van doodsoorzaken, Statbel)
  3. Renard F, Devleesschauwer B, Van Oyen H, Gadeyne S, Deboosere P (2019) Evolution of educational inequalities in life and health expectancies at 25 years in Belgium between 2001 and 2011: a census-based study. Arch Public Health 77:6. doi: 10.1186/s13690-019-0330-8
  4. OECD Health Data. https://stats.oecd.org/

Levenskwaliteit

1. Kernboodschappen

In 2018 meldde 77% van de Belgische bevolking dat hun gezondheid goed tot zeer goed was. Dit aandeel is iets hoger bij mannen (79%) dan bij vrouwen (75%) en neemt af met de leeftijd. Meer mensen melden in goede gezondheid te zijn in Vlaanderen (78,5%) en Brussel (78,4%) dan in Wallonië (74,0%). Ten slotte is er een belangrijke sociaaleconomische gradiënt, waarbij het aandeel mensen dat in goede gezondheid verkeert toeneemt naarmate de sociaaleconomische status toeneemt.
De gemiddelde score voor gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit (HRQoL) is 0,79 in België, wat een daling is sinds 2013, waar deze nog 0,81 was. HRQoL is hoger bij mannen (0,82) dan bij vrouwen (0,77) en neemt sterk af met de leeftijd. Mensen in Vlaanderen hebben een betere HRQoL (0,82) dan mensen in Brussel (0,79) of Wallonië (0,75). Net als voor de subjectieve gezondheid, bestaat er ook een belangrijke sociaaleconomische gradiënt voor de gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit.

2. Achtergrond

De levenskwaliteit is een subjectieve beoordeling van het leven van een individu in zijn persoonlijke context en volgens zijn eigen waarden, doelen en verwachtingen. Deze beoordeling wordt door verschillende factoren beïnvloed zoals fysieke en mentale gezondheid maar ook door onder meer sociale relaties [1]. Op deze pagina wordt de levenskwaliteit beoordeeld aan de hand van twee indicatoren, nl. de subjectieve gezondheid en de gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit.

Subjectieve gezondheid is een concept waarmee een individu zijn eigen gezondheid beoordeelt. Ondanks het subjectieve karakter van deze indicator is deze een goede voorspeller voor ziekte, beperkingen, het gebruik van gezondheidsdiensten, en sterfte. In dit rapport beschrijven we de resultaten van de Belgische Gezondheidsenquête die het percentage van de bevolking weergeeft die een goed of heel goede gezondheid rapporteerde. De internationale resultaten zijn afkomstig van OECD, op basis van de EU-SILC onderzoeken.

De gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit (HRQoL) geeft de impact weer van de gezondheidsstatus op de levenskwaliteit. Er bestaan verschillende instrumenten om de HRQoL te meten. Hier maken we gebruik van de resultaten van de EuroQol 5 dimensie (EQ-5D) vragenlijst [2] die gebruikt werd als meetinstrument in de Belgische Gezondheidsenquête. Met deze tool wordt HRQoL beoordeeld volgens 5 dimensies: mobiliteit, zelfzorg, dagelijks activiteiten, pijn/ongemak, en angst/depressie. De antwoorden op deze dimensies worden gewogen met voorkeurswaarden getrokken uit de Belgische bevolking om een HRQoL-score te produceren (op een schaal waar 1 overeenkomt met perfecte gezondheid en 0 overeenkomt met de dood). Er wordt geen internationale vergelijking gepresenteerd voor deze indicator vanwege het ontbreken van internationale gegevens.

3. Subjectieve gezondheid

België

In 2018 beoordeelde 77% van de bevolking van 15 jaar of ouder hun gezondheid als goed of zeer goed. De subjectieve gezondheid is hoger bij mannen (78,7%) dan bij vrouwen (76,2%). Dit verschil is omgekeerd bij de jongere mensen, maar vanaf de leeftijdscategorie 45-54 beoordelen mannen hun gezondheid vaker als goed tot zeer goed dan vrouwen.

Zoals verwacht neemt de prevalentie van (zeer) goede subjectieve gezondheid sterk af met de leeftijd: van 91,8% onder de 15- tot 24-jarigen tot slechts 58,3% van de mensen van 75 jaar en ouder.

Percentage van de bevolking met (zeer) goede subjectieve gezondheid volgens leeftijd en geslacht, België, 2018
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano [3]

Trends en regionale verschillen

Na de verbeteringen die werden waargenomen tussen 1997 en 2013, bleef de voor leeftijd gestandaardiseerde prevalentie van (zeer) goede subjectieve gezondheid stabiel, nl. 78,1% in 2013 en 77,3% in 2018. Een hogere prevalentie werd waargenomen in Vlaanderen en in Brussel in vergelijking met Wallonië en dit verschil is statistisch significant.

Tussen 1997 en 2013 is het percentage mensen met een (zeer) goede subjectieve gezondheid gestegen in Wallonië (van 68,3% tot 74,7%) en in Vlaanderen (van 77,0% tot 80,2%). Deze evolutie wordt niet meer waargenomen in 2018, aangezien het percentage stabiel bleef in vergelijking met 2013: 74,0% in Wallonië en 79,3% in Vlaanderen. In Brussel is het percentage mensen met een (zeer) goede subjectieve gezondheid tussen 2013 en 2018 daarentegen gestegen van 73,7% naar 77,2%.

  • Mannen
  • Vrouwen

Prevalentie van (zeer) goede subjectieve gezondheid bij mannen, volgens gewest, 1997-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [3]

Prevalentie van (zeer) goede subjectieve gezondheid bij vrouwen, volgens gewest, 1997-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [3]

Sociaaleconomische verschillen

De subjectieve gezondheid vertoont een belangrijke sociaaleconomische gradiënt volgens opleidingsniveau. Na standaardisatie voor leeftijd beoordeelt slechts 57% van de mensen met een basisopleiding hun gezondheid positief versus 84% van de mensen met een tertiaire opleiding.

Prevalentie van (zeer) goede subjectieve gezondheid volgens opleidingsniveau, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [3]

Internationale vergelijking

De prevalentie van (zeer) goede subjectieve gezondheid in België scoort sinds 2004 gunstig in de EU-15-landen. In 2017 stonden mannen op de vijfde plaats in de EU-15, terwijl vrouwen zich net boven het EU-15-gemiddelde bevonden.

  • Mannen
  • Vrouwen

Prevalentie van (zeer) goede subjectieve gezondheid bij mannen, EU-15, 2017
Bron: OECD Health Statistics (gebaseerd op EU-SILC) [5]

Prevalentie van (zeer) goede subjectieve gezondheid bij vrouwen, EU-15, 2017
Bron: OECD Health Statistics (gebaseerd op EU-SILC) [5]

Evolutie van de prevalentie van (zeer) goede subjectieve gezondheid, België en EU-15-gemiddelde, 2005-2017
Bron: OECD Health Statistics (gebaseerd op EU-SILC) [5]

4. Gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit

België

In 2018 was de gemiddelde HRQoL-score van de bevolking van 15 jaar of ouder, zoals gemeten door de EQ-5D-vragenlijst, 0,79. De HRQoL-score is aanzienlijk hoger voor mannen (0,82) dan voor vrouwen (0,77).

De HRQoL-score neemt aanzienlijk af met de leeftijd. De daling is meer uitgesproken bij vrouwen: tussen de twee extreme leeftijdsgroepen verliezen vrouwen ongeveer 26% van hun HRQoL-score (van 0,84 tot 0,62), terwijl mannen slechts 17% verliezen (van 0,86 tot 0,71).

Gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit volgens geslacht en leeftijd, België, 2018
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano [4]

Trends en regionale verschillen

De gemiddelde HRQoL-score gemeten door de EQ-5D-vragenlijst was lager in 2018 (0,79) dan in 2013 (0,81).

Ondanks het grote aantal mensen dat in 2013 problemen met pijn/ongemak en angst/depressie rapporteerde, zijn deze problemen in 2018 nog verder toegenomen:

  • pijn/ongemak werd gemeld door 56% van de bevolking in 2018 versus 50% in 2013
  • angst/depressie werd gemeld door 31% van de bevolking in 2018 versus 26% in 2013

In 2018 was de HRQoL-score hoger in Vlaanderen (0,82) dan in Brussel (0,79) en Wallonië (0,75).

De HRQoL-score daalde zowel in Vlaanderen (van 0,83 in 2013 naar 0,82 in 2018) als in Wallonië (van 0,78 tot 0,75). In Wallonië was de daling groter bij vrouwen (0,76 tot 0,72) dan bij mannen. De kloof tussen Wallonië en de twee andere gewesten is hierdoor tussen 2013 en 2018 verder toegenomen.

  • Mannen
  • Vrouwen

Gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit bij mannen 15 jaar en ouder, volgens gewest, 2013-2018
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano [4]

Gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit bij vrouwen 15 jaar en ouder, volgens gewest, 2013-2018
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano [4]

Sociaaleconomische verschillen

De gemiddelde HRQoL-score neemt toe met het opleidingsniveau: van 0,65 voor mensen uit de laagste opleidingsgroep tot 0,83 voor mensen met een hoog opleidingsniveau.

Gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit volgens opleidingsniveau, België, 2018
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano [4]

5. Meer informatie

Bekijk de metadata voor 'Subjectieve gezondheid'

Bekijk de metadata voor 'Gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit'

HISIA: Interactive Analysis of Belgian Health Interview Survey

Definities

EU-15
De EU-15 komt overeen met alle landen die tussen 1995 en 2004 tot de Europese Unie behoorden: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, en Zweden. We vergelijken de Belgische gezondheidsstatus met die van de EU-15 omdat deze landen vergelijkbare sociaaleconomische omstandigheden hebben.
EuroQol 5-dimensies vragenlijst (EQ-5D)
De EuroQol 5-dimensies vragenlijst (EQ-5D) is een snel en eenvoudig instrument dat de impact van de gezondheidsstatus op de levenskwaliteit onderzoekt. De EQ-5D bestaat uit twee onderdelen, nl. een beschrijvend gedeelte, de EQ-5D-5L en een visuele analoge schaal, de EQ-5D. Het beschrijvende gedeelte omvat vijf dimensies (mobiliteit, zelfzorg, dagelijkse activiteiten, pijn en ongemak, en angst en depressie) met elk vijf antwoordcategorieën (variërend van geen probleem tot extreme problemen).
EQ-5D score
Aan de hand van de resultaten van de EQ-5D vragenlijst wordt een globale score gevormd. De score wordt uitgedrukt op een schaal die verankerd is door de waarden 0 en 1: 0 vertegenwoordigt de dood, 1 is de beste mogelijke gezondheid. Een negatieve score is mogelijk, indien een individu zijn gezondheidstoestand als erger dan de dood inschat.
Gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit
De gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit is de persoonlijke beoordeling van de levenstoestand van een individu in de context van de cultuur en het waardesysteem waarin de persoon zich bevindt en in relatie met zijn levensdoelen, verwachtingen, normen en zijn bezorgdheid. Het is een breed concept dat op een complexe manier wordt beïnvloed door de fysieke gezondheid van de persoon, zijn psychologische staat, zijn onafhankelijkheidsniveau, zijn sociale relaties en alsook zijn relatie met de essentiële elementen van zijn omgeving.
Prevalentie van (zeer) goede subjectieve gezondheid
Percentage van de bevolking dat zijn gezondheid als goed of zeer goed beoordeelt.
Subjectieve gezondheid
Subjectieve gezondheid is de subjectieve beoordeling van een individu zijn persoonlijke gezondheidstoestand. Bij het beantwoorden van de vraag: ‘Hoe is uw algemene gezondheidstoestand?’ hebben de respondenten de keuze uit volgende vijf antwoordcategorieën: zeer goed, goed, redelijk, slecht of zeer slecht.

Referenties

  1. World Health Organization, Measuring Quality of Life. http://www.who.int/healthinfo/survey/whoqol-qualityoflife/en/
  2. EuroQol Five Dimensions Questionnaire. https://euroqol.org/
  3. Gezondheidsenquête: Subjectieve Gezondheid, Sciensano, 1997-2018. https://his.wiv-isp.be/nl/Gedeelde%20%20documenten/SH_NL_2018.pdf
  4. Gezondheidsenquête: Gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven, Sciensano, 2013-2018. https://his.wiv-isp.be/nl/Gedeelde%20%20documenten/QL_NL_2018.pdf
  5. OECD Health Statistics, 2005-2017. http://stats.oecd.org/

Gezonde levensverwachting

1. Kernboodschappen

In 2018 konden mannen van 65 jaar verwachten dat ze nog 12,5 jaar in goede gezondheid zouden leven (levensverwachting zonder beperkingen op 65-jarige leeftijd, LVZB65), en vrouwen 12,4 jaar. Tussen 2004 en 2018 is de LVZB65 toegenomen met 2,7 jaar voor mannen en 1,4 jaar voor vrouwen.
De LVZB65 is het hoogst in Vlaanderen voor mannen (in vergelijking met de twee andere gewesten), en hoger in Brussel en Vlaanderen (in vergelijking met Wallonië) voor vrouwen. De LVZB vertoont ook een belangrijke sociaaleconomische gradiënt, waarbij LVZB toeneemt met het opleidingsniveau.
LVZB bij Belgische mannen ligt op het EU-15-gemiddelde, terwijl LVZB bij Belgische vrouwen hoger is dan het EU-15-gemiddelde.

2. Achtergrond

Indicatoren van gezonde levensverwachting zijn maatstaven voor de gezondheid van de bevolking die duur en kwaliteit van leven combineren in één enkel getal. Ze omvatten een hele reeks indicatoren die uitgedrukt worden in termen van "levensverwachting in een bepaalde gezondheidstoestand" (bijvoorbeeld zonder beperkingen of met een goede ervaren gezondheid). Ze meten met andere woorden het aantal resterende jaren dat, op een bepaalde leeftijd, in deze gezondheidstoestand zal worden doorgebracht. De schatting van de gezonde levensverwachting veronderstelt dat de huige sterfte- en morbiditeitscijfers in de toekomst ongewijzigd blijven.

De sterftecijfers worden berekend op basis van exhaustieve sterftegegevens van de bevolking. De prevalentie van de morbiditeitsindicator wordt meestal verkregen uit bevolkingsonderzoeken. In dit rapport hebben we de Healthy Life Years (HLY)-indicator gebruikt op basis van het "Global Activity Limitation Instrument" (GALI) om de levensverwachting zonder beperkingen (LVZB) te beoordelen. We gebruikten voornamelijk gegevens van de Belgische Gezondheidsenquête, omdat ze regionale vergelijkingen mogelijk maken. Voor een internationale vergelijking hebben we gegevens uit de Europese enquête naar inkomsten en levensomstandigheden (EU-SILC) gebruikt, die tot kleine verschillen tussen nationale of internationale waarden hebben geleid.

Bij het schatten van LVZB volgens opleidingsniveau of gewest, wordt het proces complexer omdat de twee componenten van de indicator ook moeten berekend worden per opleidingsniveau of gewest.

In dit rapport ligt de nadruk op de trends in LVZB op de leeftijd van 65, over tijd en per gewest. Daarnaast presenteren we LVZB per opleidingsniveau op de leeftijd van 25, 50 en 65.

3. Levensverwachting zonder beperkingen

België

In 2018 bedroeg de levensverwachting zonder beperkingen op 65-jarige leeftijd (LVZB65) in België 12,5 jaar voor mannen en 12,4 jaar voor vrouwen. Van mannen en vrouwen wordt dus verwacht dat zij respectievelijk 68% en 57% van het resterende leven zonder functiebeperkingen doorbrengen. Terwijl vrouwen veel langer leven, leven ze slechts iets langer zonder beperkingen, en als gevolg daarvan leven ze meer jaren met beperkingen (zowel in absoluut aantal jaren als in % van het resterende leven).

In de periode 2001-2018 is de LVZB65 met ongeveer 3,7 jaar gestegen voor mannen en 2,7 jaar voor vrouwen.

Levensverwachting (LV) en levensverwachting zonder beperkingen (LVZB) op 65-jarige leeftijd, volgens geslacht, België, 2001-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Statbel sterftetafels [1] en de Gezondheidsenquête, Sciensano [2]

Regionale verschillen

De volgende regionale verschillen in LVZB65 worden waargenomen in België in 2018:

  • Bij mannen is de LVZB het hoogst in Vlaanderen, gevolgd door Wallonië (-0,7 jaar) en Brussel (-1,5)
  • Bij vrouwen is de LVZB hoger in Brussel en Vlaanderen dan in Wallonië (-2,7)
  • Mannen
  • Vrouwen

Levensverwachting zonder beperkingen op 65-jarige leeftijd voor mannen, volgens gewest, 2001-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Statbel sterftetafels [1] en de Gezondheidsenquête, Sciensano [2]

Levensverwachting zonder beperkingen op 65-jarige leeftijd voor vrouwen, volgens gewest, 2001-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Statbel sterftetafels [1] en de Gezondheidsenquête, Sciensano [2]

Sociaaleconomische verschillen

Er bestaan aanzienlijke sociaaleconomische ongelijkheden in LVZB op een bepaalde leeftijd, en deze zijn meer uitgesproken bij vrouwen dan bij mannen. In 2011 bedroeg de kloof in LVZB op 25-jarige leeftijd tussen laag- en hoogopgeleide groepen 10,5 jaar bij mannen en 13,4 bij vrouwen. Op 50-jarige leeftijd was het verschil ongeveer 6,7 jaar bij mannen en 7,7 jaar bij vrouwen. Op 65-jarige leeftijd bestaat deze kloof nog steeds en bereikte ze 2,5 jaar bij mannen en 4,6 jaar bij vrouwen. Relatief gezien nemen de verschillen toe met de leeftijd bij vrouwen, maar niet bij mannen.

  • Mannen
  • Vrouwen

Levensverwachting zonder beperkingen op 25-, 50-, en 65-jarige leeftijd voor mannen, volgens opleidingsniveau, België, 2011
Source: Eigen berekeningen op basis van de volkstelling 2011 gekoppeld aan het Rijksregister voor een opvolging van sterfte over een periode van 5 jaar; en de Gezondheidsenquête, Sciensano [3]

Levensverwachting zonder beperkingen op 25-, 50-, en 65-jarige leeftijd voor vrouwen, volgens opleidingsniveau, België, 2011
Source: Eigen berekeningen op basis van de volkstelling 2011 gekoppeld aan het Rijksregister voor een opvolging van sterfte over een periode van 5 jaar; en de Gezondheidsenquête, Sciensano [3]

Internationale vergelijking

De LVZB65 in België scoort gunstig ten opzichte van de andere EU-15-landen. De LVZB van de Belgische mannen ligt op het EU-15-gemiddelde, terwijl de LVZB van de Belgische vrouwen het EU-15-gemiddelde zelfs met meer dan één jaar overschrijdt (11,7 voor België versus 10,6 voor EU-15).

  • Mannen
  • Vrouwen

Levensverwachting zonder beperkingen op 65-jarige leeftijd voor mannen, EU-15, 2017
Bron: Eurostat [4]

Levensverwachting zonder beperkingen op 65-jarige leeftijd voor vrouwen, EU-15, 2017
Bron: Eurostat [4]

4. Meer info

Bekijk de metadata voor deze indicator

HISIA: Interactive Analysis of Belgian Health Interview Survey

SPMA: Standardized Procedures for Mortality Analysis

Definities

EU-15
De EU-15 komt overeen met alle landen die tussen 1995 en 2004 tot de Europese Unie behoorden: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, en Zweden. We vergelijken de Belgische gezondheidsstatus met die van de EU-15 omdat deze landen vergelijkbare sociaal-economische omstandigheden hebben.
Global Activity Limitation Instrument (GALI)
Het Global Activity Limitation Instrument (GALI) is een instrument met één vraag om de aanwezigheid van langdurige functiebeperking te beoordelen: "In welke mate bent u gedurende ten minste de afgelopen 6 maanden vanwege een gezondheidsprobleem beperkt geweest in activiteiten die mensen gewoonlijk doen? Zou je zeggen dat je ... ernstig beperkt / beperkt maar niet ernstig / helemaal niet beperkt bent?" De vraag is ontwikkeld door het Euro-REVES-project. Het wordt gebruikt in de Belgische Gezondheidsenquête en de Europese enquête naar de inkomens en levensomstandigheden (EU-SILC).
Levensverwachting zonder beperkingen
De levensverwachting zonder beperkingen (LVZB) op een bepaalde leeftijd, ook wel gezonde levensjaren ("Healthy Life Years", HLY) genoemd, meet het aantal resterende jaren dat een persoon van die bepaalde leeftijd verwacht wordt te leven zonder beperkingen. Het combineert informatie over sterfte en ziekte / gezondheid. De prevalentiegegevens worden verkregen uit enquêtes. Afhankelijk van de gebruikte enquête, kunnen kleine verschillen worden waargenomen. In dit rapport zijn de waarden die gebruikt worden voor de regionale vergelijkingen gebaseerd op de Belgische Gezondheidsenquête, terwijl de waarden die gebruikt worden voor de internationale vergelijkingen gebaseerd zijn op de SILC-gegevens.
Levensverwachting zonder beperkingen op 25-jarige leeftijd volgens opleidingsniveau
De levensverwachting zonder beperkingen volgens opleidingsniveau worden doorgaans berekend op basis van een compilatie van verschillende databronnen. In dit rapport werd het berekend op basis van:
  1. Een koppeling en follow-up van de volkstelling 2011 met het Rijksregister, om de sterfte volgens opleidingsniveau in te schatten; en
  2. De prevalentie van beperkingen volgens de Belgische Gezondheidsenquête (2008 en 2013 gepoold).
Internationale standaardclassificatie van het onderwijs (International Standard Classification of Education - ISCED)
ISCED is de internationale standaardclassificatie om onderwijsprogramma's en onderwijskwalificaties per niveau en domein te classificeren. Ze bevat zeven categorieën:
  • 0: Kleuteronderwijs
  • 1: Lager onderwijs
  • 2: Lager secundair onderwijs
  • 3: Hoger secundair onderwijs
  • 4: Post-secundair niet-hoger onderwijs
  • 5: Hoger onderwijs - korte cyclus, bacheloropleiding, masteropleiding
  • 6: Doctoraten
Het opleidingsniveau is hier gegroepeerd in 3 categorieën:
  • Laag: Lager secundair onderwijs of lager (categorieën 0, 1, 2),
  • Intermediair: Hoger secundair onderwijs of post-secundair niet-hoger onderwijs (categorieën 3, 4),
  • Hoog: Hoger onderwijs of hoger (categorieën 5, 6).

Referenties

  1. Statbel, 2000-2018. https://statbel.fgov.be/nl/themas/bevolking/sterfte-en-levensverwachting/sterftetafels-en-levensverwachting
  2. Gezondheidsenquête: Subjectieve Gezondheid, Sciensano, 1997-2018. https://his.wiv-isp.be/nl/Gedeelde%20%20documenten/SH_NL_2018.pdf
  3. Renard F, Devleesschauwer B, Van Oyen H, Gadeyne S, Deboosere P (2019) Evolution of educational inequalities in life and health expectancies at 25 years in Belgium between 2001 and 2011: a census-based study. Arch Public Health 77:6. doi: 10.1186/s13690-019-0330-8
  4. Eurostat, 2017. http://ec.europa.eu/eurostat/fr/data/database