Andere informatie en diensten van de overheid : www.belgium.be  belgium

Life Expectancy and Quality of Life

Life expectancy is 84 for females and 79 for males. 78% of the population reports to be in good or very good health.

Samenvatting

De levensverwachting in België neemt sinds verschillende decennia gestaag toe. In 2017 bedroeg de levensverwachting bij geboorte 81,4 jaar. In vergelijking met de EU15-landen scoort België echter behoorlijk slecht. De levensverwachting is hoger in Vlaanderen, intermediair in Brussel en lager in Wallonië (respectievelijk 82,2, 81,2 en 79,8 jaar).
Er wordt een aanzienlijke genderkloof waargenomen, waarbij de levensverwachting bij vrouwen (83,7 jaar) die van mannen (79,0 jaar) met bijna 5 jaar overschrijdt. Levensverwachting neemt echter sneller toe bij mannen. De levensverwachting laat een belangrijke sociaaleconomische gradiënt zien, met een betere uitkomst in hoger dan in laagopgeleide mensen.
De gezondheidsverwachting, die hier wordt gedefinieerd als "levensverwachting zonder handicap" of "gezonde levensjaren" was, op 65-jarige leeftijd in 2016, respectievelijk 10,3 en 11,4 jaar bij mannen en vrouwen. Mannen scoren op het EU15-gemiddelde, terwijl vrouwen beter scoren. De gezonde levensjaren op 65-jarige leeftijd is sinds 2004 toegenomen in beide geslachten. Net als voor de levensverwachting is de gezondheidsverwachting hoger in Vlaanderen en lager in Wallonië. De gezonde levensjaren per opleidingsniveau vertonen een klassieke sociaal-economische gradiënt, waarbij gezonde levensjaren toenemen met een toenemend opleidingsniveau.
Meer dan driekwart van de Belgische bevolking beoordeelt hun gezondheid als goed of zeer goed, waardoor België op een gunstige positie staat in de EU15-landen. Mannen beoordelen hun gezondheid iets beter dan vrouwen. In Vlaanderen rapporteren meer mensen een goede gezondheid dan in Wallonië of Brussel. Er is een belangrijke sociaal-economische gradiënt, waarbij personen van het hoogste sociaal-economische niveau een betere gezondheid rapporteren dan mensen van het laagste niveau. Dezelfde trends zijn waar voor de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven.

Levensverwachting

1. Kernboodschappen

In 2017 bedroeg de levensverwachting bij de geboorte in België 81,4 jaar. Ze neemt bovendien alleen maar toe (77,8 in 2000). Vergeleken met de landen van de EU-15 staat België echter vrij laag op de ranglijst.
Er is een aanzienlijke genderkloof, waarbij de levensverwachting van vrouwen in 2017 bijna 5 jaar hoger lagt dan die van mannen (respectievelijk 83,7 en 79,0 jaar). Dit verschil wordt wel kleiner met de jaren.
Er zijn grote regionale verschillen in levensverwachting bij de geboorte, die hoger is in Vlaanderen, gemiddeld in Brussel en lager in Wallonië (respectievelijk 82,2, 81,2 en 79,8 jaar in 2017). De regionale kloof is de laatste 17 jaar licht toegenomen.
De levensverwachting laat een belangrijke sociaaleconomische gradiënt zien, met een betere levensverwachting bij hoger opgeleiden dan bij laagopgeleiden.

2. Achtergrond

De levensverwachting (LV) op een bepaalde leeftijd is het aantal jaren dat een persoon van die leeftijd gemiddeld nog kan verwachten te leven op basis van de huidige sterftecijfers. De levensverwachting bij de geboorte (ook wel levensduur genoemd) is de meest gebruikte indicator van levensverwachting. Het is een goede indicator van de huidige gezondheidstoestand van een bevolking over alle generaties heen.

De levensverwachting kan worden uitgesplitst naar geslacht, regio of verschillende socio-economische variabelen, zoals opleidingsniveau. De levensverwachting per opleidingsniveau wordt berekend vanaf de leeftijd van 25 jaar, aangezien het opleidingsniveau meestal op die leeftijd wordt bereikt. In dit rapport hebben we de LV per opleidingsniveau berekend bij 25-jarigen, 50-jarigen en 65-jarigen, op basis van de volkstelling van 2011 gekoppeld aan het rijksregister.

Het opleidingsniveau werd gemeten op basis van de categorieën van de Internationale standaardclassificatie van het onderwijs (International Standard Classification of Education - ISCED), vervolgens gegroepeerd in drie niveaus:

  • Laag (categorieën 0, 1, 2)
  • Intermediair (categorieën 3, 4)
  • Hoog (categorieën 5, 6)

3. Levensverwachting

België

In 2017 was de levensverwachting bij de geboorte in België 81,4 jaar. De levensverwachting neemt al decennia toe, behalve in 2015, toen een lichte daling werd vastgesteld; de stijging ten opzichte van het jaar 2000 (77,8 jaar) bedroeg 3,6 jaar.

De levensverwachting bij de geboorte bedroeg in België 81,4 jaar.

In 2017 was de LV bijna 4,7 jaar hoger voor vrouwen (83,7 jaar) dan voor mannen (79,0 jaar). De LV neemt echter sneller toe bij mannen dan bij vrouwen: in de periode 2000-2017 steeg de LV met 4,4 jaar bij mannen en met 2,7 jaar bij vrouwen, waardoor de genderkloof van 6,5 naar 4,7 jaar afnam.

Levensverwachting bij de geboorte per geslacht, België, 2000-2017
Bron: Statbel, 2000-2017 [1]

Levensverwachting en trends per gewest

In 2017 was de levensverwachting bij de geboorte het hoogst in Vlaanderen (82,2 jaar), gemiddeld in Brussel (81,2 jaar) en het laagst in Wallonië (79,8). In de periode 2000-2017 is de levensverwachting in alle gewesten en voor beide geslachten gestegen, maar de kloof tussen Vlaanderen en de andere gewesten is toegenomen (de kloof is gegroeid van 2 naar 2,4 jaar voor Wallonië en van 0,6 naar 1 jaar in Brussel).

De regionale verschillen in levensverwachting bij de geboorte zijn bij mannen groter dan bij vrouwen. Bij mannen was de LV in Vlaanderen 3 jaar hoger dan in Wallonië en 1,6 jaar hoger dan in Brussel in 2017. Bij vrouwen was de LV in Vlaanderen 1,9 jaar hoger dan in Wallonië en 0,7 jaar hoger dan in Brussel.

  • Mannen
  • Vrouwen

Levensverwachting van mannen bij de geboorte per gewest, 2000-2017
Bron: Statbel, 2000-2017 [1]

Levensverwachting van vrouwen bij de geboorte per gewest, 2000-2017
Bron: Statbel, 2000-2017 [1]

Levensverwachting volgens opleidingsniveau

De levensverwachting op een bepaalde leeftijd vertoont een sociaaleconomische gradiënt. Ze is namelijk het hoogst voor personen met een hoog opleidingsniveau, gemiddeld voor personen met een gemiddeld opleidingsniveau en het laagst voor personen met een laag opleidingsniveau. Dit sociaaleconomisch verschil is meer uitgesproken voor mannen, met een verschil van 6,1 jaar tussen de laagste en hoogste opleidingsniveau voor de LV op 25-jarige leeftijd, dan voor vrouwen, waar dit verschil 4,6 jaar bedraagt. De volgende verschillen worden ook waargenomen:

  • 4,4 jaar bij mannen en 3,5 jaar bij vrouwen voor de levensverwachting op 50 jaar
  • 3 jaar bij mannen en 2,6 jaar bij vrouwen voor de levensverwachting op 65 jaar
  • Mannen
  • Vrouwen

Levensverwachting van mannen op 25, 50 en 65 jaar, volgens opleidingsniveau, België, 2011
Bron: Eigen berekening op basis van gegevens van de volkstelling van 2011, met 5 jaar opvolging van de sterftecijfers [2,3]

Levensverwachting van vrouwen op 25, 50 en 65 jaar, volgens opleidingsniveau, België, 2011
Bron: Eigen berekening op basis van gegevens van de volkstelling van 2011, met 5 jaar opvolging van de sterftecijfers [2,3]

Internationale vergelijking

De levensverwachting bij de geboorte is in België lichtjes lager dan het EU-15-gemiddelde, voor zowel mannen ald vrouwen: voor mannen heeft België de vijfde laagste levensverwachting bij de geboorte van de EU-15-landen; voor vrouwen staat België op de zesde plaats. Belangrijker is dat de kloof tussen de LV in België en de landen met de hoogste levensverwachting aanzienlijk is (-2 jaar bij mannen in vergelijking met Italië en -2,3 jaar bij vrouwen in vergelijking met Spanje). Bij het huidige stijgingspercentage van LV zou het 10 jaar duren voor België om de achterstand in te halen als de andere landen op het huidige niveau zouden blijven.

  • Mannen
  • Vrouwen

Levensverwachting van mannen bij de geboorte, EU-15-landen, 2016 of het dichtstbijzijnde jaar
Bron: OESO, Health Data, 2016 of het dichtstbijzijnde jaar [4]

Levensverwachting van vrouwen bij de geboorte, EU-15-landen, 2016 of het dichtstbijzijnde jaar
Bron: OESO, Health Data, 2016 of het dichtstbijzijnde jaar [4]

4. Meer info

Bekijk de metadata voor deze indicator

SPMA: Standardized Procedures for Mortality Analysis in Belgium

Definities

EU-15
De EU-15 komt overeen met alle landen die tussen 1995 en 2004 tot de Europese Unie behoorden: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, en Zweden. We vergelijken de Belgische gezondheidsstatus met die van de EU-15 omdat deze landen vergelijkbare sociaaleconomische omstandigheden hebben.
Internationale standaardclassificatie van het onderwijs (International Standard Classification of Education - ISCED)
ISCED is de internationale standaardclassificatie om onderwijsprogramma's en onderwijskwalificaties per niveau en domein te classificeren. Ze bevat zeven categorieën:
  • 0: Kleuteronderwijs
  • 1: Lager onderwijs
  • 2: Lager secundair onderwijs
  • 3: Hoger secundair onderwijs
  • 4: Post-secundair niet-hoger onderwijs
  • 5: Hoger onderwijs - korte cyclus, bacheloropleiding, masteropleiding
  • 6: Doctoraten
Levensverwachting op 25-jarige leeftijd volgens opleidingsniveau
Deze berekening is complexer dan de gewone levensverwachting per geslacht of gewest, omdat er levenstabellen per opleidingsniveau moeten worden gecreëerd. Hiervoor moeten verschillende databases samengevoegd worden: startpunt is een cohorte van individuen (dit kan de hele bevolking of een steekproef zijn), waarvan we het individuele opleidingsniveau kennen. Deze cohorte wordt dan gekoppeld aan het sterfteregister. In dit rapport hebben we de volkstelling van 2011 gekoppeld aan het Rijksregister om de sterfte gedurende 5 jaar te kunnen opvolgen.
Levensverwachting op een bepaalde leeftijd
De levensverwachting op een bepaalde leeftijd is het gemiddelde aantal jaren dat een persoon van die leeftijd nog zal leven.
Levensverwachting bij de geboorte
De levensverwachting bij de geboorte is het gemiddelde aantal jaren dat een pasgeborene kan verwachten om te leven, als rekening wordt gehouden met de huidige referentiesterftecijfers en deze de komende jaren niet veranderen.

Referenties

  1. Statbel, 2000-2017. https://statbel.fgov.be/nl/themas/bevolking/sterfte-en-levensverwachting/sterftetafels-en-levensverwachting
  2. Opvolging van de sterftegegevens van de volkstelling 2011 (dataset: Nationale mortaliteitsdatabase 2011, die de volkstelling van 2011 combineert met het Rijksregister en het register van doodsoorzaken, Statbel)
  3. Renard F, Devleesschauwer B, Van Oyen H, Gadeyne S, Deboosere P (2019) Evolution of educational inequalities in life and health expectancies at 25 years in Belgium between 2001 and 2011: a census-based study. Arch Public Health 77:6. doi: 10.1186/s13690-019-0330-8
  4. OESO, Health Data. https://stats.oecd.org/

Levenskwaliteit

1. Kernboodschappen

In 2013 rapporteerde 78% van de Belgische populatie in goede tot zeer goede gezondheid te verkeren. In Vlaanderen rapporteerden meer mensen in goede gezondheid te verkeren dan in Wallonië. Er werd ook een belangrijke sociaaleconomische gradiënt waargenomen, waarbij hooggeschoolden vaker aangaven in goede gezondheid te verkeren dan laaggeschoolden. Op gebied van subjectieve gezondheid staat België gunstig gerangschikt in de EU-15.
De levenskwaliteit, gemeten aan de hand van de score voor gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit, is hoger voor mannen dan voor vrouwen. De gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit vermindert sterk met de leeftijd: bij ouderen neemt de score af, ongeacht het geslacht. De gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit is beter in het Vlaams gewest dan in het Waals gewest of het Brussels hoofdstedelijk gewest. Er wordt ook een belangrijke leeftijdsgradiënt vastgesteld: laagopgeleide personen rapporteren een betere gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit dan hoogopgeleide personen.

2. Achtergrond

De levenskwaliteit is een subjectieve beoordeling van het leven van een individu in zijn persoonlijke context en volgens zijn eigen waarden, doelen en verwachtingen. Deze beoordeling wordt door verschillende factoren beïnvloed zoals fysieke en mentale gezondheid maar ook door onder meer sociale relaties [1]. In dit rapport wordt de levenskwaliteit beoordeeld aan de hand van twee indicatoren, nl. de subjectieve gezondheid en de gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit.

Subjectieve gezondheid is een concept waarmee een individu zijn eigen gezondheid beoordeelt. Ondanks het subjectieve karakter van deze indicator is deze een goede voorspeller voor ziekte, beperkingen, het gebruik van gezondheidsdiensten, en sterfte. In dit rapport beschrijven we de resultaten van de gezondheidsenquête die het percentage van de bevolking weergeeft die een goed of heel goede gezondheid rapporteerde. De internationale resultaten zijn afkomstig van Eurostat en de EU-SILC onderzoeken.

De gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit (GGLK) geeft de impact weer van de gezondheidsstatus op de levenskwaliteit. Er bestaan verschillende instrumenten om de GGLK te meten. Dit rapport focust op de resultaten van de EuroQol 5 dimensie (EQ-5D) vragenlijst [2] die gebruikt werd als meetinstrument in de gezondheidsenquête.

3. Subjectieve gezondheid

België

In 2013 rapporteerde 77,9% van de Belgische populatie van 15 jaar en ouder, in goede of zeer goede gezondheid te verkeren. Uit de opeenvolgende gezondheidsenquêtes van 1997 en 2008 werd een significant verschil tussen mannen en vrouwen waargenomen, waarbij mannen een betere gezondheid rapporteerden dan vrouwen. In 2013 gaf 79,6% van de mannen en 76,4% van de vrouwen aan in goede of zeer goede gezondheid te verkeren. Dit verschil was echter niet meer significant.

Zoals verwacht daalt de prevalentie van (zeer) goede subjectieve gezondheid met de leeftijd: 93% van de bevolking van 15-24 jaar rapporteert een goede tot zeer goede gezondheid in vergelijking met slechts 56% van de bevolking van 75 jaar en ouder.

Percentage van de bevolking met (zeer) goede zelfgerapporteerde gezondheid volgens leeftijdscategorie en geslacht, België, 2013
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano, 2013 [1]

Trends en regionale verschillen

Tussen 1997 en 2013 was er een lichte maar significante toename in het aantal personen dat een goed of zeer goede gezondheid rapporteerde. De subjectieve gezondheid steeg van 77,1% in 1997 (leeftijdsgecorrigeerde prevalentie) naar 80,4% in 2013. De toename was meer uitgesproken in Wallonië (van 71,5% in 1997 naar 77,8% in 2013).

De opeenvolgende gezondheidsenquêtes tonen belangrijke regionale verschillen met een groter percentage mensen met een (zeer) goede subjectieve gezondheid in het Vlaams gewest dan in het Waals of Brussels hoofdstedelijk gewest. Deze regionale verschillen werden in 2013 nog steeds waargenomen maar waren minder uitgesproken. De leeftijdsgecorrigeerde prevalentie van de bevolking met goede of zeer goede gezondheid was hoger in het Vlaams gewest (82,3%) dan in het Waals (77,8%) of Brussels hoofdstedelijk gewest (76,2%). De afname van de regionale verschillen is voornamelijk te wijten aan de sterke toename van het aantal vrouwen in Wallonië met een goede of zeer goede subjectieve gezondheid (van 67,1% in 1997 tot 78% in 2013).

  • Mannen
  • Vrouwen

Prevalentie van (zeer) goede subjectieve gezondheid bij mannen, in België en de verschillende regio’s, 1997-2013
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano, 1997-2013 [1]

Prevalentie van (zeer) goede subjectieve gezondheid bij vrouwen, in België en de verschillende regio’s, 1997 - 2013
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano, 1997-2013 [1]

Volgens opleidingsniveau

De subjectieve gezondheid vertoont een belangrijke sociaaleconomische gradiënt volgens opleidingsniveau. Slechts 61% van de laagopgeleiden rapporteerde een goede subjectieve gezondheid ten opzichte van 86% van de hoogopgeleiden.

Prevalentie van (zeer) goede subjectieve gezondheid volgens opleidingsniveau, België, 2013
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano, 2013 [1]

Internationale vergelijking

België scoort gunstig op het vlak van subjectieve gezondheid binnen de EU-15 en dit zowel voor mannen als voor vrouwen sinds 2004 (jaar met eerste beschikbare gegevens voor België).

  • Mannen
  • Vrouwen

Prevalentie van (zeer) goede subjectieve gezondheid bij mannen, EU-15, 2016
Bron: OESO Gezondheidsgegevens, 2016 [2]

Prevalentie van (zeer) goede subjectieve gezondheid bij vrouwen, EU-15, 2016
Bron: OESO Gezondheidsgegevens, 2016 [2]

Evolutie van de prevalentie van (zeer) goede subjectieve gezondheid, België, en de EU-15-gemiddelde, 2004-2016
Bron: OESO Gezondheidsgegevens, 2004-2016 [2]

4. Gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit

In 2013 rapporteerde de Belg een gemiddelde GGLK-score van 81,5, gemeten aan de hand van de EQ-5D vragenlijst. De GGLK-score was significant hoger voor mannen (83,8) dan voor vrouwen (79,4) en significant hoger in Vlaanderen (83,6) dan Wallonië (77,7).

De GGLK toont een belangrijke leeftijdsgradiënt. De GGLK neemt af met toenemende leeftijd. Deze afname is meer uitgesproken bij vrouwen dan bij mannen. De relatieve afname tussen de twee uiterste leeftijdsgroepen bedraagt meer dan 25% bij vrouwen (van 87,4 naar 65) ten opzichte van 20% bij mannen (van 91,9 naar 73,6).

Gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit volgens geslacht en leeftijd, België, 2013
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano, 2013 [1]

Volgens opleidingsniveau

De GGLK-score neemt toe met opleidingsniveau en bedraagt 67 voor de laagopgeleiden ten opzichte van 85 voor hoogopgeleiden. Deze sociaaleconomische gradiënt blijft significant na standaardisatie volgens leeftijd en geslacht.

Gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit volgens opleidingsniveau, België, 2013
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano, 2013 [1]

5. Meer informatie

Bekijk de metadata voor 'Subjectieve gezondheid'

Bekijk de metadata voor 'Gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit'

HISIA: Interactive Analysis of Belgian Health Interview Survey

Definities

EU-15
De EU-15 komt overeen met alle landen die tussen 1995 en 2004 tot de Europese Unie behoorden: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, en Zweden. We vergelijken de Belgische gezondheidsstatus met die van de EU-15 omdat deze landen vergelijkbare sociaaleconomische omstandigheden hebben.
EuroQol 5-dimensies vragenlijst (EQ-5D)
De EuroQol 5-dimensies vragenlijst (EQ-5D) is een snel en eenvoudig instrument dat de impact van de gezondheidsstatus op de levenskwaliteit onderzoekt. De EQ-5D bestaat uit twee onderdelen, nl. een beschrijvend gedeelte, de EQ-5D-5L en een visuele analoge schaal, de EQ-5D. Het beschrijvende gedeelte omvat vijf dimensies (mobiliteit, zelfzorg, dagelijkse activiteiten, pijn en ongemak, en angst en depressie) met elk vijf antwoordcategorieën (variërend van geen probleem tot extreme problemen).
EQ-5D score
Aan de hand van de resultaten van de EQ-5D vragenlijst wordt een globale score gevormd. De score wordt uitgedrukt op een schaal die verankerd is door de waarden 0 en 1: 0 vertegenwoordigt de dood, 1 is de beste mogelijke gezondheid. Een negatieve score is mogelijk, indien een individu zijn gezondheidstoestand als erger dan de dood inschat.
Gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit
De gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit is de persoonlijke beoordeling van de levenstoestand van een individu in de context van de cultuur en het waardesysteem waarin de persoon zich bevindt en in relatie met zijn levensdoelen, verwachtingen, normen en zijn bezorgdheid. Het is een breed concept dat op een complexe manier wordt beïnvloed door de fysieke gezondheid van de persoon, zijn psychologische staat, zijn onafhankelijkheidsniveau, zijn sociale relaties en alsook zijn relatie met de essentiële elementen van zijn omgeving.
Prevalentie van (zeer) goede subjectieve gezondheid
Percentage van de bevolking dat zijn gezondheid als goed of zeer goed beoordeelt.
Subjectieve gezondheid
Subjectieve gezondheid is de subjectieve beoordeling van een individu zijn persoonlijke gezondheidstoestand. Bij het beantwoorden van de vraag: ‘Hoe is uw algemene gezondheidstoestand?’ hebben de respondenten de keuze uit volgende vijf antwoordcategorieën: zeer goed, goed, redelijk, slecht of zeer slecht.

Referenties

  1. World Health Organization, Measuring Quality of Life. http://www.who.int/healthinfo/survey/whoqol-qualityoflife/en/
  2. EuroQol Five Dimensions Questionnaire. https://euroqol.org/
  3. Gezondheidsenquête, Sciensano, 1997-2013. https://his.wiv-isp.be/nl/Gedeelde%20%20documenten/SH_NL_2013.pdf
  4. OESO Gezondheidsgegevens, 2004-2016. http://stats.oecd.org/

Gezonde levensverwachting

1. Kernboodschappen

In 2016 bedroeg de levensverwachting zonder beperkingen op 65-jarige leeftijd (LVZB65) 10,3 jaar voor mannen en 11,4 jaar voor vrouwen.
Tussen 2004 en 2016 was er een toename van LVZB65 met ongeveer 1,5 jaar voor mannen en 2,7 jaar voor vrouwen.
Er zijn regionale verschillen in LVZB met de hoogste LVZB in Vlaanderen en de laagste in Wallonië.
LVZB per opleidingsniveau toont een klassieke sociaaleconomische gradiënt, waarbij LVZB toeneemt met het opleidingsniveau.
LVZB bij Belgische mannen ligt op het EU-15-gemiddelde, terwijl LVZB bij Belgische vrouwen hoger is dan het EU-15-gemiddelde.

2. Achtergrond

Indicatoren van gezonde levensverwachting zijn maatstaven voor de gezondheid van de bevolking die duur en kwaliteit van leven combineren in één enkel getal. Ze omvatten een hele reeks indicatoren die uitgedrukt worden in termen van "levensverwachting in een bepaalde gezondheidstoestand" (bijvoorbeeld zonder beperkingen of met een goede ervaren gezondheid). Ze meten met andere woorden het aantal resterende jaren dat, op een bepaalde leeftijd, in deze gezondheidstoestand zal worden doorgebracht.

Er bestaan evenveel verschillende definities van gezonde levensverwachting als er definities van gezondheid bestaan. Een van de meest voorkomende indicatoren is de levensverwachting zonder beperkingen (LVZB) ("Disability-Free Life Expectancy", DFLE), ook wel gezonde levensjaren ("Healthy Life Years", HLY) genoemd. Deze indicator meet het aantal resterende jaren dat een persoon, op een bepaalde leeftijd, verwacht te leven zonder beperkingen in de dagelijkse activiteiten.

De schatting van de LVZB gaat ervan uit dat de huidige kansen op sterfte en ziekte ongewijzigd blijven. De berekening ervan vereist gegevens over zowel sterfte als de prevalentie van beperkingen. De prevalentie van beperkingen wordt meestal verkregen uit enquêtes. Daarom kunnen er kleine verschillen waar te nemen zijn tussen nationale of internationale LVZB-schattingen, gezien deze gebaseerd kunnen zijn op verschillende enquêtes.

Bij het schatten van LVZB volgens opleidingsniveau of regio, wordt het proces complexer omdat de twee componenten van de indicator ook moeten berekend worden per opleidingsniveau of regio.

In dit rapport ligt de nadruk op de trends in LVZB op de leeftijd van 65, over tijd en per regio. Daarnaast presenteren we LVZB per opleidingsniveau op de leeftijd van 25, 50 en 65.

3. Levensverwachting zonder beperkingen

België

In 2016 bedroeg de levensverwachting zonder beperkingen op 65-jarige leeftijd (LVZB65) in België 10,3 jaar voor mannen en 11,4 jaar voor vrouwen. Dit betekent dat 56% en 52% van de resterende levensduur van respectievelijk mannen en vrouwen op die leeftijd doorgebracht zal worden in goede gezondheid. Hoewel vrouwen veel langer leven dan mannen, leven ze slechts iets langer in goede gezondheid; vrouwen leven namelijk ook langer dan mannen in slechte gezondheid (zowel in absoluut aantal jaren als in percentage van de resterende levensduur).

In de periode 2004-2016 is de LVZB65 toegenomen met 1,5 jaar voor mannen (weliswaar met een onverwachte daling in 2016), en met 2,7 jaar voor vrouwen.

  • Mannen
  • Vrouwen

Levensverwachting en levensverwachting zonder beperkingen op 65-jarige leeftijd voor mannen, België, 2004-2016
Bron: Eurostat, 2004-2016, gebaseerd op de EU-SILC surveys [1]

Levensverwachting en levensverwachting zonder beperkingen op 65-jarige leeftijd voor vrouwen, België, 2004-2016
Bron: Eurostat, 2004-2016, gebaseerd op deEU-SILC surveys [1]

Regionale verschillen

Er bestaan belangrijke regionale verschillen in LVZB, waarbij de hoogste LVZB waargenomen wordt in het Vlaamse Gewest en de laagste in het Waalse Gewest, en dit voor beide geslachten. Op de leeftijd van 65 bedroegen de verschillen in LVZB in 2013:

  • Tussen het Vlaamse Gewest en het Waalse Gewest: 2,4 jaar voor beide geslachten
  • Tussen het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstelijke Gewest: 2,3 jaar voor mannen en 1,8 jaar voor vrouwen

Deze regionale verschillen bleven vrij stabiel in de loop van de tijd.

  • Mannen
  • Vrouwen

Levensverwachting zonder beperkingen op 65-jarige leeftijd voor mannen, volgens gewest, 2001-2013
Bron: Eigen berekeningen op basis van de sterftetabellen van Statbel en de Gezondheidsenquête, Sciensano, 2001-2013 [2]

Levensverwachting zonder beperkingen op 65-jarige leeftijd voor vrouwen, volgens gewest, 2001-2013
Bron: Eigen berekeningen op basis van de sterftetabellen van Statbel en de Gezondheidsenquête, Sciensano, 2001-2013 [2]

Verschillen volgens opleidingsniveau

Er bestaan aanzienlijke sociaaleconomische ongelijkheden in LVZB op een bepaalde leeftijd, en deze zijn meer uitgesproken bij vrouwen dan bij mannen. In 2011 bedroeg de kloof in LVZB op 25-jarige leeftijd tussen laag- en hoogopgeleide groepen 10,5 jaar bij mannen en 13,4 bij vrouwen. Op 50-jarige leeftijd was het verschil ongeveer 6,7 jaar bij mannen en 7,7 jaar bij vrouwen. Op 65-jarige leeftijd bestaat deze kloof nog steeds en bereikte ze 2,5 jaar bij mannen en 4,6 jaar bij vrouwen. Relatief gezien nemen de verschillen toe met de leeftijd bij vrouwen, maar niet bij mannen.

  • Mannen
  • Vrouwen

Levensverwachting zonder beperkingen op 25-, 50-, en 65-jarige leeftijd voor mannen, volgens opleidingsniveau, België, 2011
Source: Eigen berekeningen op basis van de volkstelling 2011 gekoppeld aan het Rijksregister voor een opvolging van sterfte over een periode van 5 jaar; en de Gezondheidsenquête, Sciensano [3]

Levensverwachting zonder beperkingen op 25-, 50-, en 65-jarige leeftijd voor vrouwen, volgens opleidingsniveau, België, 2011
Source: Eigen berekeningen op basis van de volkstelling 2011 gekoppeld aan het Rijksregister voor een opvolging van sterfte over een periode van 5 jaar; en de Gezondheidsenquête, Sciensano [3]

Internationale vergelijking

In 2016, met een LVZB65 van 10,3 jaar, zitten Belgische mannen precies op het EU-15-gemiddelde. Belgische vrouwen scoren beter met een LVZB65 van 11,4 jaar in vergelijking met het EU-15-gemiddelde van 10,4 jaar.

  • Mannen
  • Vrouwen

Levensverwachting zonder beperkingen op 65-jarige leeftijd voor mannen, EU-15, 2016
Bron: Eurostat, 2016 (EU-15 ongewogen gemiddelde) [1]

Levensverwachting zonder beperkingen op 65-jarige leeftijd voor vrouwen, EU-15, 2016
Bron: Eurostat, 2016 (EU-15 ongewogen gemiddelde) [1]

4. Meer info

Bekijk de metadata voor deze indicator

SPMA: Standardized Procedures for Mortality Analysis

Definities

EU-15
De EU-15 komt overeen met alle landen die tussen 1995 en 2004 tot de Europese Unie behoorden: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, en Zweden. We vergelijken de Belgische gezondheidsstatus met die van de EU-15 omdat deze landen vergelijkbare sociaal-economische omstandigheden hebben.
Levensverwachting zonder beperkingen
De levensverwachting zonder beperkingen (LVZB) op een bepaalde leeftijd, ook wel gezonde levensjaren ("Healthy Life Years", HLY) genoemd, meet het aantal resterende jaren dat een persoon van die bepaalde leeftijd verwacht wordt te leven zonder beperkingen. Het combineert informatie over sterfte en ziekte / gezondheid. De prevalentiegegevens worden verkregen uit enquêtes. Afhankelijk van de gebruikte enquête, kunnen kleine verschillen worden waargenomen. In dit rapport zijn de waarden die gebruikt worden voor de regionale vergelijkingen gebaseerd op de Belgische Gezondheidsenquête, terwijl de waarden die gebruikt worden voor de internationale vergelijkingen gebaseerd zijn op de SILC-gegevens.
Levensverwachting zonder beperkingen op 25-jarige leeftijd volgens opleidingsniveau
De levensverwachting zonder beperkingen volgens opleidingsniveau worden doorgaans berekend op basis van een compilatie van verschillende databronnen. In dit reppaort werd het berekend op basis van:
The Disability-Free Life Expectancy by educational level is generally computed from a compilation of different databases. In this report, it was computed from:
  1. Een koppeling en follow-up van de volkstelling 2011 met het Rijksregister, om de sterfte volgens opleidingsniveau in te schatten; en
  2. De prevalentie van beperkingen volgens de Belgische Gezondheidsenquête (2008 en 2013 gepoold).
Internationale standaardclassificatie van het onderwijs (International Standard Classification of Education - ISCED)
ISCED is de internationale standaardclassificatie om onderwijsprogramma's en onderwijskwalificaties per niveau en domein te classificeren. Ze bevat zeven categorieën:
  • 0: Kleuteronderwijs
  • 1: Lager onderwijs
  • 2: Lager secundair onderwijs
  • 3: Hoger secundair onderwijs
  • 4: Post-secundair niet-hoger onderwijs
  • 5: Hoger onderwijs - korte cyclus, bacheloropleiding, masteropleiding
  • 6: Doctoraten
Het opleidingsniveau is hier gegroepeerd in 3 categorieën:
  • Laag: Lager secundair onderwijs of lager (categorieën 0, 1, 2),
  • Intermediair: Hoger secundair onderwijs of post-secundair niet-hoger onderwijs (categorieën 3, 4),
  • Hoog: Hoger onderwijs of hoger (categorieën 5, 6).

Referenties

  1. Eurostat, 2004-2016. http://ec.europa.eu/eurostat/fr/data/database
  2. HISIA, Sciensano, Health expectancy 2011-2013.
  3. Renard F, Devleesschauwer B, Van Oyen H, Gadeyne S, Deboosere P (2019) Evolution of educational inequalities in life and health expectancies at 25 years in Belgium between 2001 and 2011: a census-based study. Arch Public Health 77:6. doi: 10.1186/s13690-019-0330-8

Sciensano    KCE    Inami-Riziv SPF-FOD