Andere informatie en diensten van de overheid : www.belgium.be  belgium

Laatste nieuws

Corona

11.03.2020 Uitbraak COVID-19

Na China en andere Aziatische landen, is Europa nu getroffen.

Diseases

10% of the population is diagnosed with diabetes, and 67 820 new cancer diagnoses are made.

Zelfmoord

1. Kernboodschappen

  • Suïcidaal gedrag (gedachten, pogingen en daadwerkelijke zelfmoorden) vormen een belangrijk probleem voor de volksgezondheid en de samenleving in België.
  • 4,3% van de bevolking heeft de afgelopen 12 maanden zelfmoord overwogen, en 0,2% heeft effectief geprobeerd zelfmoord te plegen. Vrouwen en mensen van middelbare leeftijd lopen meer risico. Zelfmoordgedachten en -pogingen komen vaker voor bij lager opgeleide mensen dan bij hoger opgeleide mensen.
  • In 2016 werden 1903 zelfmoorddoden geregistreerd. De hoogste aantallen werden gevonden in de leeftijdsgroep van 45-95 jaar.
  • Terwijl meer vrouwen zelfmoord overwegen en proberen te plegen, slagen meer mannen in hun zelfmoordpoging: zo werden er in 2016 1360 zelfmoorden geregistreerd bij mannen ten opzichte van 543 bij vrouwen.
  • Het sterftecijfer was 24,5 (per 100 000) bij mannen en 9,5 bij vrouwen.
  • Bijna 1 op de 3 sterfgevallen bij mannen tussen 15 en 29 jaar was te wijten aan zelfmoord; 1 op de 5 sterfgevallen bij vrouwen tussen 15 en 34 jaar was te wijten aan zelfmoord.
  • Er is een uitgebreide multisectorale strategie voor zelfmoordpreventie nodig.

2. Achtergrond

Zelfmoord en zelfmoordpogingen zijn belangrijke maatschappelijke en volksgezondheidskwesties. Ze hebben een rimpeleffect op families, vrienden, collega's, gemeenschappen en de samenleving in het algemeen. Zelfmoord vindt plaats gedurende de hele levensduur en was wereldwijd de tweede belangrijkste doodsoorzaak onder de 15-29-jarigen in 2016. Zelfmoord is te voorkomen en de preventie ervan heeft door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) prioriteit gekregen als een wereldwijd doelwit. Zelfmoordpreventie is ook opgenomen als indicator in de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG's) [1]. Om strategieën voor zelfmoordpreventie effectief te ontwikkelen, hebben we een efficiënte registratie en monitoring van zelfmoord nodig, en is het tevens nodig om specifieke risicogroepen te kunnen identificeren.

Hoewel het verband tussen zelfmoord en psychische stoornissen goed is vastgesteld, gebeuren veel zelfmoorden impulsief in tijden van crisis. Verdere risicofactoren zijn onder meer ervaring met verlies, eenzaamheid, discriminatie, het verbreken van een relatie, financiële problemen, chronische pijn en ziekte, geweld, misbruik en conflicten. De grootste risicofactor voor zelfmoord is een eerdere poging tot zelfmoord [2].

Om dit complexe en belangrijke fenomeen te begrijpen, gebruiken we verschillende indicatoren:

  • Zelfmoordgedachten, die een belangrijke risicofactor zijn voor toekomstige zelfmoord en belangrijk voor preventie.
  • Zelfmoordpogingen, die een belangrijke risicofactor zijn voor voltooide zelfmoord en een belangrijk moment om de persoon te helpen [3].
  • Zelfdodingsdoden: we rapporteren het aantal sterfgevallen, het sterftecijfer en het aandeel van de totale sterfgevallen als gevolg van zelfmoord op een bepaalde leeftijd. Aangezien zelfmoorden vaak verkeerd worden geclassificeerd, worden deze cijfers waarschijnlijk onderschat [4–7]. Misclassificaties kunnen optreden wanneer de exacte doodsoorzaak onbekend is (zelfmoord kan dus worden geclassificeerd als 'onbekende oorzaak'); wanneer de bedoeling niet duidelijk is (zelfmoord kan dus worden geclassificeerd als 'dood door onbepaalde bedoeling'); of wanneer de bedoeling verkeerd wordt beoordeeld (zelfmoord kan dus worden geclassificeerd als 'ongevallen' of 'moorden'). Het kan ook zijn dat de arts het noemen van zelfmoord vermijdt om het gezin te beschermen tegen verschillende problemen (verzekering, administratie, religie, ...). Bovendien kunnen administratieve procedures tot verkeerde classificaties leiden. In Brussel bijvoorbeeld, slaagt het parket er niet in alle gewelddadige sterfgevallen (zelfmoorden, moorden) te beoordelen, wat leidt tot een onderrapportage van zelfmoorden die vervolgens worden geclassificeerd als gewelddadige sterfgevallen door onbepaalde bedoeling. Bovendien verschillen de redenen voor een verkeerde classificatie sterk van land tot land, wat de interpretatie van internationale vergelijkingen beperkt.

Zelfmoordpogingen en sterfgevallen door zelfmoord vertonen verschillende leeftijds- en geslachtspatronen. Vrouwen lopen meer risico om zelfmoord te plegen dan mannen, terwijl mannen meer risico lopen op geslaagde zelfmoordpogingen (meer zelfmoorddoden). Bovendien neemt het risico op sterfgevallen door zelfmoord toe met de leeftijd, terwijl het risico op zelfmoordpogingen afneemt met de leeftijd. Zo proberen jongere mensen en vrouwen meer zelfmoord te plegen, terwijl mannen en ouderen een grotere kans hebben op het voltooien van een zelfmoordpoging [3,8].

3. Zelfmoordgedachten

Toestand in 2018

België

In 2018 had in België 14% van de bevolking van 15 jaar en ouder minstens één keer in hun leven serieus overwogen om zelfmoord te plegen; binnen deze groep had een op de drie (of 4,3% van de totale bevolking) de afgelopen 12 maanden nagedacht over zelfmoord. Meer vrouwen (16%) dan mannen (12%) rapporteerden zelfmoordgedachten in hun leven, terwijl er geen geslachtsverschillen waren in zelfmoordgedachten het afgelopen jaar (4,4% bij vrouwen versus 4,2% bij mannen). Mensen van 65 jaar en ouder rapporteerden minder vaak zelfmoordgedachten in hun leven of in het afgelopen jaar dan mensen jonger dan 64 jaar. Vrouwen in de leeftijdsgroep van 45-54 jaar hadden een bijzonder hoge prevalentie.

Prevalentie van zelfmoordgedachten in de afgelopen 12 maanden in de bevolking van 15 jaar en ouder, België, 2018
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano [9]
Regionale verschillen

Zelfmoordgedachten ooit in het leven kwamen vaker voor in Wallonië (16%) dan in Vlaanderen (13%); zelfmoordgedachten in het afgelopen jaar kwamen vaker voor in Wallonië (5,9%) en Brussel (5,1%) dan in Vlaanderen (3,3%).

Trends

België

Het percentage mensen dat in de afgelopen 12 maanden (en ook ooit tijdens hun leven) zelfmoord heeft overwogen, lag in 2018 lager dan in 2013, maar het aandeel is nog steeds hoger dan de waarden die in 2008 zijn waargenomen (deze verschillen zijn evenwel niet significant).

Regionale verschillen

De prevalentie van zelfmoordgedachten nam in Vlaanderen af tussen 2013 en 2018, terwijl het in Brussel en Wallonië relatief stabiel bleef.

  • Mannen
  • Vrouwen

Prevalentie van zelfmoordgedachten gedurende de afgelopen 12 maanden bij mannen van 15 jaar en ouder volgens gewest, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [9]

Prevalentie van zelfmoordgedachten gedurende de afgelopen 12 maanden bij vrouwen van 15 jaar en ouder volgens gewest, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [9]

Sociaaleconomische verschillen

Zelfmoordgedachten (ooit in het leven en in het afgelopen jaar) zijn gekoppeld aan het opleidingsniveau. Mensen uit de laagst opgeleide groep hadden 1,5 keer meer kans op zelfmoordgedachten ooit in hun leven, en 2,5 meer kans op zelfmoordgedachten in het afgelopen jaar, in vergelijking met mensen uit de hoogst opgeleide groep.

Prevalentie van zelfmoordgedachten ooit in het leven en in het afgelopen jaar bij de bevolking van 15 jaar en ouder volgens opleidingsniveau, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [9]

4. Zelfmoordpogingen

Toestand in 2018

België

In 2018 meldde 4,3% van de bevolking van 15 jaar en ouder in België een zelfmoordpoging te hebben gepleegd tijdens hun leven; 0,2% meldde een zelfmoordpoging in het afgelopen jaar. Meer vrouwen (5,4%) dan mannen (3,1%) probeerden tijdens hun leven en in het afgelopen jaar zelfmoord te plegen (0,3% bij vrouwen en 0,2% bij mannen). De prevalentie van zelfmoordpogingen ooit in het leven was hoger bij mensen tussen 35 en 54 jaar. Jongere mensen (15-24 jaar) en 45-54 jaar rapporteerden vaker een zelfmoordpoging in het afgelopen jaar.

Prevalentie van zelfmoordpogingen ooit in het leven bij de bevolking van 15 jaar en ouder, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [9]
Regionale verschillen

Mensen uit Wallonië hebben vaker geprobeerd zelfmoord te plegen (6%) dan mensen uit Brussel (4,2%) en Vlaanderen (3,3%).

Trends

De trends in de prevalentie van levenslange zelfmoordpogingen zijn relatief stabiel in België en zijn gewesten. Zelfmoordpogingen nemen tussen 2013 en 2018 af bij mannen en vrouwen in Brussel, maar dit verschil was niet significant.

  • Mannen
  • Vrouwen

Prevalentie van zelfmoordpogingen ooit in het leven bij mannen van 15 jaar en ouder volgens gewest, België, 2004-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [9]

Prevalentie van zelfmoordpogingen ooit in het leven bij vrouwen van 15 jaar en ouder volgens gewest, België, 2004-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [9]

Sociaaleconomische verschillen

Zelfmoordpogingen (ooit in het leven en in het afgelopen jaar) houden verband met het opleidingsniveau. Mensen uit de hoogst opgeleide groep probeerden minder vaak zelfmoord te plegen dan mensen uit de lager opgeleide groepen.

Prevalentie van zelfmoordpogingen ooit in het leven en in het afgelopen jaar bij de bevolking van 15 jaar en ouder volgens opleidingsniveau, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [9]

5. Sterfte door zelfdoding

Aantal overlijdens

In 2016 werden in België 1903 sterfgevallen als gevolg van zelfdoding geregistreerd. Er waren meer zelfmoorddoden bij mannen (1360) dan bij vrouwen (543). Het hoogste aantal zelfmoorddoden vond plaats in de leeftijdsgroep van 45-59 jaar. Zelfmoordsterfgevallen kunnen om verschillende redenen verkeerd worden geclassificeerd; in Brussel is er een probleem met de certificering van zelfmoorddoden sinds 2009, wat betekent dat deze cijfers een onderschatting zijn van het werkelijke aantal zelfmoorden.

Aantal zelfmoorddoden volgens leeftijd en geslacht, België, 2016
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel [10]

Aandeel overlijdens door zelfdoding

Aangezien er op jonge leeftijd weinig sterfgevallen zijn, is het aandeel van de totale sterfgevallen als gevolg van zelfmoord op jongere leeftijd belangrijk. Door de toename van het aantal sterfgevallen en van de andere doodsoorzaken op oudere leeftijd, neemt het aandeel zelfmoorddoden af met de leeftijd.

Zelfmoorddoden vertegenwoordigen bijna 30% van de sterfgevallen bij mannen tussen 15 en 29 jaar. Bij vrouwen vertegenwoordigen sterfgevallen door zelfmoord ongeveer 20% van de sterfgevallen tussen 15 en 34 jaar.

Aandeel van het totale aantal zelfmoorddoden volgens leeftijd en geslacht, België, 2016
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel [10]

Sterftecijfer door zelfdoding

Het sterftecijfer als gevolg van zelfmoord was in België 16,8 (per 100.000 mensen) in 2016. Het was 2,6 keer hoger bij mannen (24,5) dan bij vrouwen (9,5). Het zelfmoordcijfer per leeftijdsgroep vertoont een ander patroon dan het aantal zelfdodingsdoden omdat de noemer (aantal mensen in een bepaalde leeftijdsgroep) op oudere leeftijd kleiner is. Het hoogste sterftecijfer als gevolg van zelfmoord wordt gevonden bij mannen tussen 80 en 94 jaar en bij vrouwen tussen 45 en 54 jaar.

Zelfmoordsterftecijfer (per 100.000) volgens leeftijd en geslacht, België, 2016
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel [10]

Trends

België

Het zelfmoordsterftecijfer daalt bij mannen en, in mindere mate, bij vrouwen.

Regionale verschillen

Het zelfmoordsterftecijfer daalt bij mannen zowel in Vlaanderen als in Wallonië (vanaf 2008). Bij vrouwen bleef het sterftecijfer door zelfdoding op een veel lager niveau dan bij mannen in zowel het Waalse als het Vlaamse Gewest.

Het zelfmoordsterftecijfer in Brussel kan niet worden geïnterpreteerd vanwege de vertraging van het Brusselse parket bij het bevestigen van zelfmoordgevallen.

  • Mannen
  • Vrouwen

Leeftijdgestandaardiseerd zelfmoordsterftecijfer bij mannen volgens gewest, België, 2000-2016
Noot: De zelfmoordsterftecijfers in Brussel zijn onderschat door vertragingen in de bevestiging van zelfmoordgevallen.
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel [10]

Leeftijdgestandaardiseerd zelfmoordsterftecijfer bij vrouwen volgens gewest, België, 2000-2016
Noot: De zelfmoordsterftecijfers in Brussel zijn onderschat door vertragingen in de bevestiging van zelfmoordgevallen.
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel [10]

Internationale vergelijking

België heeft de hoogste zelfmoordcijfers onder de EU-15-landen bij mannen en vrouwen. Internationale vergelijking van zelfmoordsterftecijfers moet echter met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd, aangezien verschillen in sociaal-culturele context en datakwaliteit de nauwkeurige registratie van zelfmoord en de vergelijkbaarheid tussen landen belemmeren. Deze waarschuwing mag echter niet dienen om de problematisch hoge zelfmoordcijfers van België te minimaliseren.

  • Mannen
  • Vrouwen

Leeftijdgestandaardiseerd zelfmoordsterftecijfer bij mannen volgens land, EU-15, 2016 of dichtsbijzijnde jaar
Bron: OECD health data [11]

Leeftijdgestandaardiseerd zelfmoordsterftecijfer bij vrouwen volgens land, EU-15, 2016 of dichtsbijzijnde jaar
Bron: OECD health data [11]

6. Meer informatie

Bekijk de metadata voor deze indicator

Statbel  Doodsoorzaken
SPMA: Standardized Procedures for Mortality Analysis
HISIA: Health Interview Survey Interactive Analysis

Definities

EU-15
De EU-15 komt overeen met alle landen die tussen 1995 en 2004 tot de Europese Unie behoorden: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, en Zweden. We vergelijken de Belgische gezondheidsstatus met die van de EU-15 omdat deze landen vergelijkbare sociaal-economische omstandigheden hebben.
Voor leeftijd gestandaardiseerde prevalentie
De meeste indicatoren zijn sterk geassocieerd met leeftijd. Aangezien de Belgische bevolking met de tijd vergrijst en er verschillen worden waargenomen binnen de gewesten en binnen opleidingsgroepen, worden de prevalenties gestandaardiseerd voor leeftijd met een standaardpopulatie om vergelijkbaarheid mogelijk te maken.

Referenties

  1. WHO. Suicide in the world. https://www.who.int/publications-detail/suicide-in-the-world
  2. WHO. Suicide. https://www.who.int/westernpacific/health-topics/suicide
  3. Centre de prévention du suicide. LE SUICIDE UN PROBLEME MAJEUR DE SANTE PUBLIQUE Introduction à la problématique du suicide en Belgique Chiffres de 2014. Bruxelles, Belgique: Centre de prévention du suicide; 2017 Sep. 
  4. De Spiegelaere M, Wauters I, Haelterman E. Le suicide en Région de Bruxelles-Capitale: Situation 1998-2000. Brussels: Observatoire de la santé et du social de Bruxelles- Capitale; 2003. 
  5. Ohberg A, Lonnqvist J. Suicides hidden among undetermined deaths. Acta Psychiatr Scand. 1998;98(3):214–8.
  6. Jougla E, Pequignot F, Chappert J, Rossollin F, Le TA, Pavillon G. [Quality of suicide mortality data]. RevEpidemiolSante Publique. 2002;50(1):49–62.
  7. Moens GFG. The reliability of reported suicide mortality statistics: An experience from Belgium. Int J Epidemiol. 1985;14(2):272–5.
  8. Gisle L, Drieskens S, Demarest S, Van der Heyden J. Gezondheidsenquête 2018: Geestelijke gezondheid. Brussel: Sciensano; 2020 Jan. Report No.: D/2020/14.440/3. https://his.wiv-isp.be/nl/Gedeelde%20%20documenten/MH_NL_2018.pdf
  9. Gezondheidsenquête, Sciensano, 1997-2018. https://his.wiv-isp.be/
  10. Doodsoorzaken, Statbel. https://statbel.fgov.be/nl/themas/bevolking/sterfte-en-levensverwachting/doodsoorzaken
  11. OECD health statistics. https://stats.oecd.org/

Diabetes

1. Kernboodschappen

In 2017 had 6,1% van de Belgische bevolking diabetes. Meer dan een op de drie mensen met diabetes weet echter niet dat ze de ziekte hebben, waardoor de geschatte werkelijke prevalentie van diabetes op 10% komt.
De prevalentie van diabetes is in de loop van de tijd toegenomen als gevolg van zowel de vergrijzing van de bevolking als een reële toename van het risico op het ontwikkelen van diabetes.
Het risico op diabetes is in het Waalse en Brusselse Hoofdstedelijke Gewest hoger dan in het Vlaamse Gewest, en is hoger voor personen met een lager inkomen. Sociaaleconomische verschillen in de prevalentie van diabetes zijn vooral uitgesproken voor de prevalentie van niet-gekende of onvoldoende gecontroleerde diabetes.

2. Achtergrond

Diabetes is een aandoening die wordt gekenmerkt door terugkerende hoge bloedsuikerspiegels. Als diabetes niet wordt behandeld, kan dit langdurige complicaties veroorzaken zoals voetzweren, oogbeschadiging, chronische nieraandoeningen en hart- en vaatziekten. Een diabetisch dieet en lichaamsbeweging zijn belangrijke onderdelen van diabetesbehandeling, maar in een groot aantal gevallen is ook behandeling met geneesmiddelen vereist.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie types diabetes:

  • Type 1 diabetes, veroorzaakt door een auto-immune vernietiging van de insulineproducerende bètacellen in de pancreas;
  • Type 2 diabetes, veroorzaakt door een inefficiënt gebruik van insuline door het lichaam, voornamelijk veroorzaakt door een combinatie van overmatig lichaamsgewicht en onvoldoende lichaamsbeweging; en
  • Zwangerschapsdiabetes, voorkomend bij zwangere vrouwen zonder een voorgeschiedenis van diabetes.

Bij gebrek aan een nationaal representatief diabetesregister, wordt informatie over het gebruik van antidiabetica of naar diabetes verwijzende nomenclatuur beschouwd als een goede indicatie van de prevalentie van gediagnosticeerde diabetes. In België is deze informatie beschikbaar via het InterMutualistic Agency (IMA-AIM), een platform waar gegevens verzameld bij de zeven Belgische ziekenfondsen worden samengebracht en geanalyseerd. IMA-AIM-gegevens worden onder meer beschikbaar gesteld via de IMA-AIM Atlas [1].

In de IMA-AIM-database wordt de prevalentie van diabetes geschat op basis van het aantal verzekerden met afleveringen van antidiabetica (ATC-code A10) of met naar diabetes verwijzende nomenclatuur (diabetesconventie, diabetespass, diabeteszorgtraject). Vrouwen die in het verslagjaar zijn bevallen, worden niet in de schattingen opgenomen om zwangerschapsdiabetes uit te sluiten.

Sociaaleconomische kenmerken zijn schaars in de IMA-AIM-database. De status van verzekerde personen die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming is de enige beschikbare proxy-indicator en heeft slechts twee waarden, ja of nee. Personen met een laag inkomen of specifieke medische kenmerken zoals invaliditeit hebben recht op een verhoogde tegemoetkoming.

Aangezien diabetes een ziekte is met een sluipend begin, blijven veel gevallen niet gediagnosticeerd. Informatie over de prevalentie van niet-gediagnosticeerde diabetes is beschikbaar in de eerste editie van het Belgische Gezondheidsonderzoek (BELHES 2018) [2], dat als doel had objectieve indicatoren over de gezondheid van de bevolking te verzamelen in een representatieve steekproef van personen van 18 jaar en ouder. In de BELHES werd de prevalentie van diabetes geschat op basis van metingen van nuchtere bloedglucose en geglyceerde hemoglobine gekoppeld aan de zelfgerapporteerde gegevens over diabetes uit de Belgische Gezondheidsenquête [3].

3. Prevalentie van diabetes

België

In 2017 had volgens de IMA-AIM-database 6,1% van de Belgische bevolking diabetes. De prevalentie van diabetes neemt toe met de leeftijd en is hoger bij mannen, vooral in de oudere leeftijdsgroepen. De resultaten van de BELHES toonden echter aan dat meer dan een op de drie mensen met diabetes niet weet dat ze de ziekte hebben. Wanneer rekening wordt gehouden met deze niet-gediagnosticeerde gevallen, bereikt de prevalentie van diabetes een waarde van 10%.

De BELHES toonde verder dat 18% van de patiënten die diabetesmedicatie gebruiken niet goed onder controle is. Met andere woorden, 5% van de bevolking lijdt aan diabetes ofwel zonder het te weten, ofwel zonder een goede diabetescontrole.

Prevalentie van diabetes volgens geslacht en leeftijd, België, 2017
Bron: IMA-AIM Atlas [1]

Trends en regionale verschillen

De prevalentie van diabetes is het hoogst in Wallonië en het laagst in Vlaanderen, ondanks de relatief hogere leeftijd van de Vlaamse bevolking. De relatief lage diabetesprevalentie in Brussel is het resultaat van de jonge leeftijdsstructuur: na correctie voor leeftijd wordt de diabetesprevalentie in Brussel hoger dan het Belgische gemiddelde. In Wallonië weten meer mensen niet dat ze de ziekte hebben dan in Brussel en Vlaanderen.

Van 2007 tot 2017 is de prevalentie van diabetes in alle drie de gewesten toegenomen, als gevolg van zowel de vergrijzing van de bevolking als een daadwerkelijke toename van het risico op diabetes.

  • Bruto
  • Voor leeftijd gecorrigeerd

Bruto prevalentie van diabetes in België en de gewesten, 2007-2017
Bron: IMA-AIM Atlas [1]

Voor leeftijd gecorrigeerde prevalentie van diabetes in België en de gewesten, 2007-2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van de IMA-AIM Atlas [1]

Sociaaleconomische verschillen

Het risico op het ontwikkelen van diabetes is bijna tweemaal zo hoog bij personen met een verhoogde tegemoetkomingsstatus dan bij personen met een standaard tegemoetkoming. De prevalentie van diabetes is in beide groepen gelijkmatig toegenomen. De BELHES heeft voorts aangetoond dat mensen met een lagere opleiding aanzienlijk meer kans hebben op niet-gekende of slecht gecontroleerde diabetes in vergelijking met mensen met een hogere opleiding (RR = 3,6, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht). Dit kan erop duiden dat er sociale ongelijkheden bestaan in de screening en follow-up van diabetes.

Voor leeftijd gecorrigeerde prevalentie van diabetes volgens tegemoetkomingsstatus, België, 2007-2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van de IMA-AIM Atlas [1]

4. Meer informatie

Bekijk de metadata voor deze indicatoren

Definities

Voor leeftijd gecorrigeerde prevalentie
De voor leeftijd gecorrigeerde prevalentie is een gewogen gemiddelde van de individuele leeftijdsspecifieke prevalenties met behulp van een externe standaardpopulatie. Het is de prevalentie die zou worden waargenomen als de populatie de leeftijdsstructuur van de standaardpopulatie had. Omdat leeftijd een belangrijke invloed heeft op het risico op diabetes, is deze standaardisatie noodzakelijk bij het vergelijken van verschillende populaties die verschillen met betrekking tot hun leeftijdsopbouw. Hier werd de Belgische halfjaarlijkse populatie van 2013 als standaardpopulatie gebruikt.
Verhoogde tegemoetkoming
Personen met een laag inkomen hebben recht op een verhoogde tegemoetkoming. Ze betalen minder voor de gezondheidszorg en hebben andere financiële voordelen. Momenteel is dit de enige beschikbare variabele in de IMA-AIM-atlas waarmee sociaaleconomische verschillen kunnen worden beoordeeld.

Referenties

  1. InterMutualistisch Agentschap Atlas. http://atlas.ima-aim.be/databanken
  2. Belgische Gezondheidsonderzoek (Belgian Health Examination Survey, BELHES), Sciensano, 2018. https://his.wiv-isp.be
  3. Belgische Gezondheidsenquête (Belgian Health Interview Survey, BHIS), Sciensano, 1997-2018. https://his.wiv-isp.be