Zelfmoordgedrag

1. Kernboodschappen

  • Suïcidaal gedrag (gedachten, pogingen en daadwerkelijke zelfmoorden) vormen een belangrijk probleem voor de volksgezondheid en de samenleving in België.
  • Tijdens de COVID-19-crisis zijn zelfmoordgedachten en zelfmoordpogingen onder de bevolking toegenomen. Een op de vier jongeren (18-29 jaar) meldde de afgelopen 12 maanden aan zelfmoord te hebben gedacht.
  • In 2018 had 4,3% van de bevolking de afgelopen 12 maanden zelfmoord overwogen, en 0,2% had effectief geprobeerd zelfmoord te plegen. Vrouwen en mensen van middelbare leeftijd lopen meer risico. Zelfmoordgedachten en -pogingen komen vaker voor bij lager opgeleide mensen dan bij hoger opgeleide mensen.
  • In 2017 werden 1743 zelfdodingen geregistreerd. De hoogste aantallen werden gevonden in de leeftijdsgroep van 45-64 jaar.
  • Terwijl meer vrouwen meer risico lopen een zelfmoordpoging te ondernemen, lopen mannen meer risico te overlijden door zelfmoord: zo werden er in 2017 1234 zelfmoorden geregistreerd bij mannen ten opzichte van 500 bij vrouwen; de overeenkomstige sterftecijfers waren respectievelijk 23 en 8,7 per 100.000.
  • Zelfmoord is de belangrijkste doodsoorzaak onder jongeren. In de leeftijdsgroep van 15-24 jaar was 30% van de sterfgevallen onder mannen en 19% van de sterfgevallen onder vrouwen het gevolg van zelfmoord
  • Het sterftecijfer door zelfmoord neemt toe met de leeftijd (maar vertegenwoordigt een kleiner deel van de sterfgevallen als gevolg van toenemende concurrentie van andere oorzaken), terwijl de frequentie van zelfmoordpogingen afneemt met de leeftijd.
  • Er is een uitgebreide multisectorale strategie voor zelfmoordpreventie nodig.

2. Achtergrond

Meer informatie over geestelijke gezondheid tijdens de COVID-19-crisis is beschikbaar op de specifieke COVID-19-impact pagina. Op het dashboard van Sciensano vindt u dynamische visualisatie van gegevens over geestelijke gezondheid tijdens de COVID-19-crisis.

Zelfmoord en zelfmoordpogingen zijn belangrijke maatschappelijke en volksgezondheidskwesties. Ze hebben een rimpeleffect op families, vrienden, collega's, gemeenschappen en de samenleving in het algemeen. Zelfmoord vindt plaats gedurende de hele levensduur en was wereldwijd de tweede belangrijkste doodsoorzaak onder de 15-29-jarigen in 2016. Zelfmoord is te voorkomen en de preventie ervan heeft door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) prioriteit gekregen als een wereldwijd doelwit. Zelfmoordpreventie is ook opgenomen als indicator in de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG's) [1]. Om op effectieve wijze zelfmoordpreventiestrategieën te ontwikkelen, is een efficiënte monitoring van zelfmoord en identificatie van specifieke risicogroepen nodig.

Hoewel het verband tussen zelfmoord en psychische stoornissen goed is vastgesteld, gebeuren veel zelfmoorden impulsief in tijden van crisis. Verdere risicofactoren zijn onder meer ervaring met verlies, eenzaamheid, discriminatie, het verbreken van een relatie, financiële problemen, chronische pijn en ziekte, geweld, misbruik en conflicten. De grootste risicofactor voor zelfmoord is een eerdere poging tot zelfmoord [2]. De huidige COVID-19-crisis heeft significante gevolgen voor de geestelijke gezondheid van de bevolking en heeft een negatieve invloed op enkele van de risicofactoren die verband houden met zelfmoord.

Om dit complexe fenomeen te begrijpen, gebruiken we verschillende indicatoren:

  • Zelfmoordgedachten, die een belangrijke risicofactor zijn voor toekomstige zelfmoordpoging en belangrijk voor preventie.
  • Zelfmoordpogingen, die een belangrijke risicofactor zijn voor fatale zelfmoord en een belangrijk moment om de persoon te helpen [3,8].
  • Zelfdodingen: we rapporteren het aantal sterfgevallen, het sterftecijfer en het aandeel van de totale sterfgevallen als gevolg van zelfmoord op een bepaalde leeftijd. Aangezien zelfdodingen vaak slecht worden geclassificeerd, worden deze cijfers waarschijnlijk onderschat [4–7]. Misclassificaties kunnen optreden wanneer de exacte doodsoorzaak onbekend is (zelfmoord kan dus worden geclassificeerd als 'onbekende oorzaak'); wanneer de bedoeling niet duidelijk is (zelfmoord kan dus worden geclassificeerd als 'dood door onbepaalde bedoeling'); of wanneer de bedoeling verkeerd wordt beoordeeld (zelfmoord kan dus worden geclassificeerd als 'ongevallen' of 'moorden'). Het kan ook zijn dat de arts het noemen van zelfmoord vermijdt om het gezin te beschermen tegen verschillende problemen (verzekering, administratie, religie, ...). Bovendien kunnen administratieve procedures tot verkeerde classificaties leiden. In Brussel bijvoorbeeld, slaagde het parket er in het verleden niet altijd in om alle gewelddadige sterfgevallen (zelfmoorden, moorden) te beoordelen, wat leidde tot een onderrapportage van zelfmoorden die vervolgens werden geclassificeerd als gewelddadige sterfgevallen door onbepaalde intentie [4]. Bovendien verschillen de redenen voor een verkeerde classificatie sterk van land tot land, wat de interpretatie van internationale vergelijkingen beperkt. Om deze problemen bij de interpretatie van trends gedeeltelijk te verminderen, presenteren we, naast de zelfmoordsterfte, ook sterftecijfers die zelfmoorden (codes X60-X84) en gebeurtenissen met een onbepaalde intentie (codes Y10-Y34) groeperen.

Eerst geven we een overzicht van zelfmoordgedachten en -pogingen tijdens de COVID-19-crisis op basis van de gegevens die zijn verzameld via de online COVID-19-gezondheidsenquêtes (vanaf 2020). Vervolgens gaan we dieper in op de zelfmoordgedachten en -pogingen op basis van de eerdere gezondheidsenquêtes (1997-2018). Ten slotte kijken we naar de patronen en trends in overlijdens door zelfdoding (tot 2017).

3. Zelfmoordgedachten en -pogingen tijdens de COVID-19-crisis

12,5% van de respondenten van de 6e COVID-19-gezondheidsenquête gaf aan in de afgelopen 12 maanden (april 2020 tot maart 2021) ernstig aan zelfmoord te hebben gedacht. Onder jongeren (18-29 jaar) loopt dit percentage op tot 25%. Ter vergelijking: slechts 4,3% van de respondenten van de HIS 2018 gaf aan zelfmoord te hebben overwogen in de afgelopen 12 maanden.

0,6% van de respondenten gaf aan in de afgelopen 12 maanden (april 2020 tot maart 2021) een zelfmoordpoging te hebben ondernomen. Onder jongeren (18-29 jaar) loopt dit percentage op tot 2,3% voor mannen en 1,1% voor vrouwen. Ter vergelijking: slechts 0,2% van de respondenten van de HIS 2018 gaf aan de afgelopen 12 maanden een zelfmoordpoging te hebben ondernomen.

  • Mannen
  • Vrouwen

Percentage mannen van 18 jaar en ouder dat zelfmoordgedachten heeft gehad of heeft geprobeerd zelfmoord te plegen in de afgelopen 12 maanden, volgens leeftijdsgroep, België, 2021
Bron: COVID-19-gezondheidsenquêtes, Sciensano [12]

Percentage vrouwen van 18 jaar en ouder dat zelfmoordgedachten heeft gehad of heeft geprobeerd zelfmoord te plegen in de afgelopen 12 maanden, volgens leeftijdsgroep, België, 2021
Bron: COVID-19-gezondheidsenquêtes, Sciensano [12]

4. Zelfmoordgedachten

Toestand in 2018

België

In 2018 had in België 14% van de bevolking van 15 jaar en ouder minstens één keer in hun leven serieus overwogen om zelfmoord te plegen; binnen deze groep had een op de drie (of 4,3% van de totale bevolking) de afgelopen 12 maanden nagedacht over zelfmoord. Meer vrouwen (16%) dan mannen (12%) rapporteerden zelfmoordgedachten in hun leven, terwijl er geen geslachtsverschillen waren in zelfmoordgedachten het afgelopen jaar (4,4% bij vrouwen versus 4,2% bij mannen). Mensen van 65 jaar en ouder rapporteerden minder vaak zelfmoordgedachten in hun leven of in het afgelopen jaar dan mensen jonger dan 64 jaar. Vrouwen in de leeftijdsgroep van 45-54 jaar hadden een bijzonder hoge prevalentie.

Prevalentie van zelfmoordgedachten in de afgelopen 12 maanden in de bevolking van 15 jaar en ouder, België, 2018
Bron: Gezondheidsenquête, Sciensano [9]
Regionale verschillen

Zelfmoordgedachten ooit in het leven kwamen vaker voor in Wallonië (16%) dan in Vlaanderen (13%); zelfmoordgedachten in het afgelopen jaar kwamen vaker voor in Wallonië (5,9%) en Brussel (5,1%) dan in Vlaanderen (3,3%).

Trends

België

Het percentage mensen dat in de afgelopen 12 maanden (en ook ooit tijdens hun leven) zelfmoord heeft overwogen, lag in 2018 lager dan in 2013, maar het aandeel is nog steeds hoger dan de waarden die in 2008 zijn waargenomen (deze verschillen zijn evenwel niet significant).

Regionale verschillen

De prevalentie van zelfmoordgedachten nam in Vlaanderen af tussen 2013 en 2018, terwijl het in Brussel en Wallonië relatief stabiel bleef.

  • Mannen
  • Vrouwen

Prevalentie van zelfmoordgedachten gedurende de afgelopen 12 maanden bij mannen van 15 jaar en ouder volgens gewest, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [9]

Prevalentie van zelfmoordgedachten gedurende de afgelopen 12 maanden bij vrouwen van 15 jaar en ouder volgens gewest, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [9]

Sociaaleconomische verschillen

Zelfmoordgedachten (ooit in het leven en in het afgelopen jaar) zijn gekoppeld aan het opleidingsniveau. Mensen uit de laagst opgeleide groep hadden 1,5 keer meer kans op zelfmoordgedachten ooit in hun leven, en 2,5 meer kans op zelfmoordgedachten in het afgelopen jaar, in vergelijking met mensen uit de hoogst opgeleide groep.

Prevalentie van zelfmoordgedachten ooit in het leven en in het afgelopen jaar bij de bevolking van 15 jaar en ouder volgens opleidingsniveau, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [9]

5. Zelfmoordpogingen

Toestand in 2018

België

In 2018 meldde 4,3% van de bevolking van 15 jaar en ouder in België een zelfmoordpoging te hebben gepleegd tijdens hun leven; 0,2% meldde een zelfmoordpoging in het afgelopen jaar. Meer vrouwen (5,4%) dan mannen (3,1%) probeerden tijdens hun leven en in het afgelopen jaar zelfmoord te plegen (0,3% bij vrouwen en 0,2% bij mannen). De prevalentie van zelfmoordpogingen ooit in het leven was hoger bij mensen tussen 35 en 54 jaar. Jongere mensen (15-24 jaar) en 45-54 jaar rapporteerden vaker een zelfmoordpoging in het afgelopen jaar.

Prevalentie van zelfmoordpogingen ooit in het leven bij de bevolking van 15 jaar en ouder, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [9]
Regionale verschillen

Mensen uit Wallonië hebben vaker geprobeerd zelfmoord te plegen (6%) dan mensen uit Brussel (4,2%) en Vlaanderen (3,3%).

Trends

De trends in de prevalentie van levenslange zelfmoordpogingen zijn relatief stabiel in België en zijn gewesten. Zelfmoordpogingen nemen tussen 2013 en 2018 af bij mannen en vrouwen in Brussel, maar dit verschil was niet significant.

  • Mannen
  • Vrouwen

Prevalentie van zelfmoordpogingen ooit in het leven bij mannen van 15 jaar en ouder volgens gewest, België, 2004-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [9]

Prevalentie van zelfmoordpogingen ooit in het leven bij vrouwen van 15 jaar en ouder volgens gewest, België, 2004-2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [9]

Sociaaleconomische verschillen

Zelfmoordpogingen (ooit in het leven en in het afgelopen jaar) houden verband met het opleidingsniveau. Mensen uit de hoogst opgeleide groep probeerden minder vaak zelfmoord te plegen dan mensen uit de lager opgeleide groepen.

Prevalentie van zelfmoordpogingen ooit in het leven en in het afgelopen jaar bij de bevolking van 15 jaar en ouder volgens opleidingsniveau, België, 2018
Bron: Eigen berekeningen op basis van de Gezondheidsenquête, Sciensano [9]

6. Overlijdens door zelfdoding

Aantal zelfdodingen

In 2017 werden in België 1743 zelfdodingen geregistreerd, wat neerkomt op een daling met 8,4% in vergelijking met 2016 (of 160 minder zelfdodingen). Er waren meer zelfdodingen bij mannen (1243) dan bij vrouwen (500). Het hoogste aantal zelfdodingen deed zich voor in de leeftijdsgroepen van 45-64 jaar. Deze cijfers worden waarschijnlijk onderschat vanwege de beperkingen die in de achtergrondsectie worden genoemd.

Sterftecijfer door zelfdoding

Het voor leeftijd gecorrigeerde zelfmoordsterftecijfer bedroeg 15,5 (per 100.000) in 2017 in België. Het is 2,6 keer hoger voor mannen (23,0) dan voor vrouwen (8,7).

Zelfmoordsterftecijfers per leeftijdsgroep worden samengevoegd over een periode van 3 jaar om sprongen door kleine aantallen te voorkomen. De zelfmoordsterftecijfers zijn hoger voor mannen dan voor vrouwen op welke leeftijd dan ook, wat een sekseverschil laat zien in het voltooien van zelfmoord. De zelfmoordcijfers zijn het hoogst onder mannen boven de 85 jaar en onder vrouwen tussen de 45 en 64 jaar.

Sterftecijfer door zelfdoding (per 100.000) volgens leeftijd en geslacht, België, gemiddelde 2015-2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel [10]

Aandeel overlijdens door zelfdoding

Het aandeel sterfgevallen als gevolg van zelfdoding naar leeftijdsgroep vertegenwoordigt het relatieve belang van deze oorzaak in alle sterfgevallen in die leeftijdsgroep. Deze heeft een andere leeftijdsverdeling dan die van de zelfmoordsterfte omdat de noemer van het aandeel (alle sterfgevallen in een bepaalde leeftijdsgroep) veel groter is naarmate de leeftijdscategorie hoger is, terwijl de noemer van de percentages (aantal mensen in een bepaalde ) is kleiner op oudere leeftijd.

Het aandeel sterfgevallen dat wordt toegeschreven aan zelfmoord op jongere leeftijd is belangrijk. Zelfmoordsterfgevallen vertegenwoordigen bijna 30% van de sterfgevallen onder mannen van 15-24 jaar en 25% van de sterfgevallen onder mannen van 25-44 jaar. Zelfmoorden vertegenwoordigen 19% van de sterfgevallen bij vrouwen tussen 15 en 24 jaar en 15% bij vrouwen tussen 25 en 44 jaar.

Door de toename van het aantal sterfgevallen als gevolg van bijkomende oorzaken op hogere leeftijden, neemt het aandeel sterfgevallen door zelfmoord af met de leeftijd.

Aandeel van het totale aantal zelfmoorddoden volgens leeftijd en geslacht, België, gemiddelde 2015-2017
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel [10]

Trends

België

Tussen 2000 en 2017 is het sterftecijfer door zelfdoding gedaald bij mannen en, in mindere mate ook bij vrouwen. Het samenvoegen van de zelfmoorden met de gebeurtenissen van onbepaalde intentie laat echter een langzamere afname zien bij beide geslachten.

Leeftijdgestandaardiseerd sterftecijfer door zelfdoding en gebeurtenissen van onbepaalde intentie (per 100.000) volgens geslacht, België, 2000-2017
Noot: in het verleden werden de zelfmoordcijfers in Brussel enkele jaren onderschat door vertragingen in de justitiële bevestiging van zelffmoordgevallen
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel [10]
Regionale verschillen

Tussen 2000 en 2017 is de zelfmoordsterfte onder mannen met 28% gedaald in Vlaanderen, met 30% in Wallonië (waar de daling begon vanaf 2008) en met 37% in Brussel. Onder vrouwen ligt het sterftecijfer door zelfdoding in alle gewesten op een veel lager niveau dan onder mannen en vertoont een vergelijkbare daling.

Bij het samenvoegen van zelfmoord met gebeurtenissen van onbepaalde intentie, dalen de percentages langzamer voor mannen dan voor vrouwen; bij Vlaamse vrouwen wordt sinds 2016 zelfs een kleine stijging vastgesteld.

  • Mannen
  • Vrouwen

Leeftijdgestandaardiseerd sterftecijfer door zelfdoding en gebeurtenissen van onbepaalde intentie bij mannen volgens gewest, 2000-2017
Noot: in het verleden werden de zelfmoordcijfers in Brussel enkele jaren onderschat door vertragingen in de justitiële bevestiging van zelffmoordgevallen
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel [10]

Leeftijdgestandaardiseerd sterftecijfer door zelfdoding en gebeurtenissen van onbepaalde intentie bij vrouwen volgens gewest, 2000-2017
Noot: in het verleden werden de zelfmoordcijfers in Brussel enkele jaren onderschat door vertragingen in de justitiële bevestiging van zelffmoordgevallen
Bron: Eigen berekeningen op basis van het databestand sterftecertificaten van Statbel [10]

Internationale vergelijking

België heeft de hoogste zelfmoordcijfers van de EU-15-landen, zowel bij mannen als bij vrouwen. In vergelijking met het EU-15-gemiddelde, liggen de zelfmoordsterftecijfers in België 1,5 keer hoger bij mannen en 1,8 keer hoger bij vrouwen. Internationale vergelijking van sterftecijfers door zelfdoding moet echter met de nodige omzichtigheid worden geïnterpreteerd, aangezien verschillen in sociaal-culturele context en gegevenskwaliteit de vergelijkbaarheid tussen landen belemmeren. Deze waarschuwing mag echter niet dienen om de problematisch hoge percentages van België te minimaliseren.

  • Mannen
  • Vrouwen

Leeftijdgestandaardiseerd sterftecijfer door zelfdoding bij mannen volgens land, EU-15, 2017 of dichtsbijzijnde jaar
Bron: OECD health data [11]

Leeftijdgestandaardiseerd sterftecijfer door zelfdoding bij vrouwen volgens land, EU-15, 2017 of dichtsbijzijnde jaar
Bron: OECD health data [11]

7. Meer informatie

Bekijk de metadata voor deze indicator

Statbel  Doodsoorzaken
SPMA: Standardized Procedures for Mortality Analysis
HISIA: Health Interview Survey Interactive Analysis

Indien u vragen hebt over zelfdoding of nood hebt aan een gesprek, aarzel dan niet om contact op te nemen:

  • met Tele-onthaal via het gratis telefoonnummer 106 of via de website www.tele-onthaal.be.
  • met de zelfmoordhulplijn via het gratis telefoonnummer 1813 of de website zelfmoord1813.be

Definities

EU-15
De EU-15 komt overeen met alle landen die tussen 1995 en 2004 tot de Europese Unie behoorden: België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, en Zweden. We vergelijken de Belgische gezondheidsstatus met die van de EU-15 omdat deze landen vergelijkbare sociaal-economische omstandigheden hebben.
Voor leeftijd gestandaardiseerde prevalentie
De meeste indicatoren zijn sterk geassocieerd met leeftijd. Aangezien de Belgische bevolking met de tijd vergrijst en er verschillen worden waargenomen binnen de gewesten en binnen opleidingsgroepen, worden de prevalenties gestandaardiseerd voor leeftijd met een standaardpopulatie om vergelijkbaarheid mogelijk te maken.

Referenties

  1. WHO. Suicide in the world. https://www.who.int/publications-detail/suicide-in-the-world
  2. WHO. Suicide. https://www.who.int/westernpacific/health-topics/suicide
  3. Centre de prévention du suicide. LE SUICIDE UN PROBLEME MAJEUR DE SANTE PUBLIQUE Introduction à la problématique du suicide en Belgique Chiffres de 2014. Bruxelles, Belgique: Centre de prévention du suicide; 2017 Sep. 
  4. De Spiegelaere M, Wauters I, Haelterman E. Le suicide en Région de Bruxelles-Capitale: Situation 1998-2000. Brussels: Observatoire de la santé et du social de Bruxelles- Capitale; 2003. 
  5. Ohberg A, Lonnqvist J. Suicides hidden among undetermined deaths. Acta Psychiatr Scand. 1998;98(3):214–8.
  6. Jougla E, Pequignot F, Chappert J, Rossollin F, Le TA, Pavillon G. [Quality of suicide mortality data]. RevEpidemiolSante Publique. 2002;50(1):49–62.
  7. Moens GFG. The reliability of reported suicide mortality statistics: An experience from Belgium. Int J Epidemiol. 1985;14(2):272–5.
  8. Gisle L, Drieskens S, Demarest S, Van der Heyden J. Gezondheidsenquête 2018: Geestelijke gezondheid. Brussel: Sciensano; 2020 Jan. Report No.: D/2020/14.440/3. https://his.wiv-isp.be/nl/Gedeelde%20%20documenten/MH_NL_2018.pdf
  9. Gezondheidsenquête, Sciensano, 1997-2018. https://his.wiv-isp.be/
  10. Doodsoorzaken, Statbel. https://statbel.fgov.be/nl/themas/bevolking/sterfte-en-levensverwachting/doodsoorzaken
  11. OECD health statistics. https://stats.oecd.org/
  12. Zesde COVID-19-Gezondheidsenquête: Eerste resultaten. Depotnummer D/2021/14.440/29. Brussel: Sciensano; 2021. doi: 10.25608/r4f5-1365