Verschillende hulpdiensten in de dringende hulpverlening

In een situatie waarin er nood is aan dringende hulpverlening, kan men verschillende hulpmiddelen uitsturen naar de plaats waar zich de noodsituatie voordoet, nl. een ziekenwagen, een paramedisch interventieteam (PIT) of een mobiele urgentiegroep (MUG). Op basis van vastgelegde protocollen in het Belgisch Handboek voor Medische Regulatie bepaalt de operator uit de noodcentrale welk middel zal opgeroepen worden. Daarnaast kan een operator de oproeper op basis van de bovengenoemde protocollen doorverwijzen naar een huisarts (van wacht). 

ZIEKENWAGEN

                                                      DH NL fig07                                                                                                                                                                      

Een ziekenwagen is een voertuig dat speciaal aangepast, ingericht en uitgerust is om enerzijds dringende hulpverlening op een interventieplaats te bieden en anderzijds om op een veilige manier in te staan voor het vervoer van een patiënt. Een ziekenwagen beschikt over het nodige materiaal voor monitoring en eerste zorgverstrekking. In elke ziekenwagen zijn er minstens twee hulpverleners-ambulanciers aanwezig. Zij zijn meestal de eerste gezondheidswerkers die op de plaats van de interventie arriveren. In België zijn er 393 permanenties voor het uitzenden van erkende ziekenwagens voor de dringende hulpverlening. Hiervan zijn er 31 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 210 in het Vlaamse Gewest en 152 in het Waalse Gewest gelokaliseerd.


PAREMEDISCH INTERVENTIETEAM (PIT)

DH NL fig08                                                                                  Het paramedisch interventieteam (PIT) is een hulpteam dat intervenieert bij ernstigere hulpvragen[1]. Het team bestaat uit minstens een hulpverlener-ambulancier en een verpleegkundige die over de bijzondere titel in de intensieve zorg en spoedgevallenzorg beschikt. Een PIT kan uitgestuurd worden voor interventies waar de zorgen kunnen toevertrouwd worden aan een verpleegkundige. Daarnaast wordt een PIT in sommige gevallen opgeroepen wanneer er geen MUG ter beschikking is.

Naast het basismateriaal voor een ziekenwagen moet een PIT-ziekenwagen over het nodige materiaal beschikken om al zijn opdrachten te kunnen uitvoeren. Aan de verpleegkundige zijn immers meer taken toevertrouwd dan aan de hulpverlener-ambulancier via staande orders (zie hoofdstuk Kwaliteit). Hierdoor kan de verpleegkundige een aantal medische aktes ter plaatse uitvoeren. Verder beschikt het PIT-team over de nodige communicatiemiddelen om indien nodig contact te kunnen opnemen met een referentiearts. Dit is een arts die vanop afstand de verpleegkundige adviseert en coacht in het gebruik van de staande orders.

De PIT-functie is momenteel een pilootproject waarvan de meerwaarde geëvalueerd wordt. Op 01/01/2021 waren er 24 erkende pilootprojecten in het kader van een PIT-functie opgestart in België waarvan 12 in het Vlaamse Gewest, 9 in het Waalse Gewest en 3 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest[2]. Wanneer men het aantal PIT-functies echter per 100.000 inwoners bekijkt, stelt men vast dat er evenveel PIT-functies in het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aanwezig zijn per 100.000 inwoners nl. 0,25 en dat er in het Vlaamse Gewest 0,18 PIT-functies per 100.000 inwoners actief zijn.

Momenteel worden er geen nieuwe diensten opgestart binnen het pilootproject maar nemen verschillende ziekenhuizen zelf het initiatief om een bestaande, erkende ziekenwagendienst te upgraden naar een PIT-functie.  Dit aantal is beperkt maar stijgt langzaam.

 AANTAL PERMANENTIES VOOR ERKENDE ZIEKENWAGENS, PIT-FUNCTIES EN MUG-FUNCTIES PER 100.000 INWONERS EN PER GEWEST

 MOBIELE URGENTIEGROEP (MUG)

DH NL fig09                                                             

Een mobiele urgentiegroep of MUG is een mobiel medisch team dat dringende geneeskundige hulp toedient bij een interventie in het kader van een noodsituatie[3]. Het team bestaat ten minste uit een spoedarts en een verpleegkundige die houder is van de bijzondere titel in de intensieve zorg en spoedgevallenzorg. De standplaats van de MUG-functie bevindt zich aan een ziekenhuis. 

Het MUG-team wordt steeds vergezeld van een ziekenwagen op de plaats van de interventie en kan opgeroepen worden op vraag van de operator in de 112-centrale of op vraag van de ambulanciers ter plaatse indien zij van oordeel zijn dat er een arts ter versterking vereist is.

Er waren in België op 01/01/2021 84 MUG-functies waarvan 44 in het Vlaamse Gewest, 33 in het Waalse Gewest en 8 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest[4]. Twee van deze 84 MUG-functies betreffen MUG-helikopters die gevestigd zijn in Luik en Brugge en momenteel fungeren als pilootproject. Wanneer men het aantal MUG-functies per 100.000 inwoners bekijkt, stelt men een grotere aanwezigheid van MUG-functies vast in het Waalse Gewest (0,91 per 100.000 inwoners) ten opzichte van respectievelijk 0,66 en 0,65 per 100.000 inwoners in het Vlaamse en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De grotere aanwezigheid in het Waalse Gewest kan verklaard worden door de dunner bevolkte gebieden waardoor een grotere aanwezigheid van MUG-functies vereist is om snelle zorgverlening te kunnen garanderen. Men wenst immers een gelijke toegankelijkheid tot de dringende hulpverlening te bekomen in de verschillende regio’s van het land. Daartoe wordt het aantal MUG’s bepaald door programmatiecriteria op basis van o.a. de bevolkingsdichtheid en het bevolkingsaantal per provincie. Deze werden gedefinieerd in een Koninklijk Besluit[5]

Meer weten over de locatie van de erkende MUG- en PIT-functies: www.health.belgium.be

 

[1]https://www.health.belgium.be/nl/pit-paramedical-intervention-team

[2]Bron: Dienst Data- en beleidsinformatie, FOD VVVL

[3]https://www.health.belgium.be/nl/mug

[4]Bron: CIC, Dienst Data- en beleidsinformatie, FOD VVVL

[5]KB 20 September 2002. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de nadere regelen inzake het maximumaantal en tot vaststelling van de programmatiecriteria die van toepassing zijn op de functie “mobile urgentiegroep